Kokoskrab

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kokoskrab
IUCN-status: Onzeker[1] (1996)
Exemplaar in het wild uit de Chagosarchipel.
Exemplaar in het wild uit de Chagosarchipel.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Malacostraca
Orde: Decapoda (Tienpotigen)
Infraorde: Anomura
Superfamilie: Paguroidea (Heremietkreeften)
Familie: Coenobitidae
Geslacht: Birgus (monotypisch)
Soort
Birgus latro
(Linnaeus, 1767)
Afbeeldingen Kokoskrab op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kokoskrab op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kokoskrab of klapperdief (Birgus latro) is een kreeftachtige die behoort tot de heremietkreeften (Paguroidea). Het is de enige soort uit het geslacht Birgus. De kokoskrab verlaat in tegenstelling tot de meeste tienpotige kreeftachtigen de zee als jonge kreeft en leeft daarna uitsluitend op het land. De kokoskrab graaft holen in de bodem en kan ook goed klimmen. De kokoskrab is de grootste op het land levende kreeftachtige en tevens de grootst bekende heremietkreeft.

De kokoskrab komt voor in tropische streken; van oostelijk Afrika via zuidelijk Azië tot delen van de Grote Oceaan. Net als alle heremietkreeften verstoppen de jonge dieren hun kwetsbare achterlijf de eerste tijd in een verlaten slakkenhuisje maar ze verlaten deze al snel. Het achterlijf wordt reeds bij jonge exemplaren onder het kopborststuk geborgen, net als gebruikelijk is bij krabben.

De naam kokoskrab is wat verwarrend; de soort behoort niet tot de krabben (Brachyura) maar tot de heremietkreeften. Daarnaast leeft het dier niet alleen van kokosnoten zoals wel wordt gedacht. De kokoskrab kan deze ook niet kraken met de scharen zoals wel wordt beweerd. De kokoskrab is een alleseter die leeft van afgevallen fruit, zaden, aas en kleine prooidieren. De kreeft leeft in bossen maar kan goed overweg met menselijke bebouwing en zoekt afval op om zich te voeden. Jonge kokoskrabben hebben vele vijanden, de belangrijkste vijand van de volwassen dieren is de mens. Niet alleen het vangen van de kreeft voor consumptie maar ook het aanpassen van het landschap en de door de mens meegebrachte dieren vormen een gevaar.

Naamgeving[bewerken]

Het eerste deel van de Nederlandstalige naam kokoskrab verwijst naar het leven in kokospalmen en de gewoonte kokosnoten te eten. Ook de naam klapperdief verwijst hiernaar, klapper is een plaatselijke naam voor kokos. Er zijn hiernaast meerdere Nederlandstalige namen voor de soort, zoals palmendief, ganjokrab, kokosdief[2] en kokospalmkreeft.[3]

Verspreiding[bewerken]

Verspreidingsgebied in het blauw.
Rode stip: belangrijke populatie.
Gele stip: secundaire populatie.

Het verspreidingsgebied van de kokoskrab strekt zich uit over een enorm gebied, van westelijk langs de oostkust van Afrika in de Indische Oceaan en noordwaarts via de Golf van Bengalen tot oostwaarts in delen van Indonesië tot ver in delen van de Grote Oceaan, oostwaarts tot Samoa en Tuvalu. Verreweg het grootste deel van het verspreidingsgebied bestaat uit zee, alleen op de landgedeelten van de verschillende eilanden en kuststreken van dit verspreidingsgebied, welke een zeer klein deel uitmaken van het oppervlak, zijn de volwassen krabben te vinden.

De kokoskrab komt voor in de landen: Amerikaans-Samoa, Australië, Christmaseiland, Cookeilanden, Fiji, Filipijnen, Frans-Polynesië, Guam, India, Indonesië, Japan, Kiribati, Maleisië, Marshalleilanden, Micronesië, Nauru, Caledonië, Niue, Noordelijke Marianen, Palau, Papoea-Nieuw-Guinea, Samoa, Seychellen, Salomonseilanden, Taiwan, Tanzania, Thailand, Tokelau, Tonga, Tuvalu en Vanuatu.

De kokoskrab komt niet overal algemeen voor, in grote delen van het verspreidingsgebied gaat de soort in aantal en verspreiding achteruit. In meer geïsoleerde delen van het verspreidingsgebied, waar weinig tot geen menselijke activiteiten zijn kan de soort echter hogere populatiedichtheden bereiken.[4] Een voorbeeld van een dergelijk locatie is de Caroline-atol.[1] Het totale aantal volwassen exemplaren wereldwijd wordt geschat op ongeveer 150.000.[5]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Lichaamskenmerken van de kokoskrab, de linkerpoten zijn weggelaten.
A = Kopborststuk
B = Achterlijf
1 = Antennula
2 = Antenne
3 = Oog
4 = Kopschild
5 = Halsschild
6 = Propodus
7 = Dactylus
8 = Voorpoot
9 = Tweede poot
10 = Derde poot
11 = Vierde poot
12 = Vijfde poot

De kokoskrab kan een lichaamslengte van ongeveer 32 centimeter bereiken, de mannetjes worden beduidend groter dan de vrouwtjes. Het is hiermee de grootste op het land levende kreeftachtige, het gewicht kan oplopen tot 4 kilogram[6] en de spanwijdte van de poten kan tot een meter bedragen.[4] Wat betreft gewicht en afmetingen is de kreeft het grootste ongewervelde landdier ter wereld. De lichaamskleur kan verschillen per populatie, zo zijn er geeloranje gekleurde exemplaren en ook blauwpaarse varianten komen voor.

De kokoskrab heeft een kop die duidelijk van de achterzijde is te onderscheiden door de spitse vorm en met name de verschillende uitsteeksels. De ogen bestaan uit vele kleine suboogjes en het geheel wordt een samengesteld oog genoemd. De ogen staan net als bij de meeste hogere kreeftachtigen op steeltjes. Bij de kokoskrab zijn de oogstelen echter niet zo lang en blijven vanaf de bovenzijde bezien grotendeels verborgen onder de kop. De kop draagt twee lange uitsteeksels, waarbij het buitenste paar bestaat uit de antennes. De antennes zijn het tweede antennepaar en zijn draadvormig, ze zijn zeer lang en dun. Het binnenste paar uitsteeksels wordt antennules genoemd en is dikker, korter en vertakt aan het einde. De antennules zijn het eerste antennepaar. Beide uitsteeksels bestaan uit verschillende segmenten en hebben een zintuiglijke functie. Ze worden gebruikt als tastorgaan en bevatten ook chemosensorische zintuigcellen die chemische componenten in de omgeving waarnemen zodat de kreeft kan 'ruiken'.

Het lichaam van de kokoskrab is deels samengesteld; bij de kreeftachtigen is de kop (cephalon) gefuseerd met het borststuk (thorax) en het geheel wordt het kopborststuk of cephalothorax genoemd. Een dergelijke lichaamsbouw komt ook voor bij spinachtigen zoals de echte spinnen, en juist nooit bij een aantal andere geleedpotigen zoals de insecten. De cephalothorax beslaat het grootste deel van het lichaam en is aan de bovenzijde voorzien van een plaat die de voorzijde beschermt en op de achterzijde is een dubbele plaat aanwezig die de bredere achterzijde van het kopborststuk bedekt.

Het kopborststuk draagt vijf potenparen aan de onderzijde. De poten bestaan steeds uit dezelfde segmenten, maar deze kunnen per poot verschillen van vorm. Het voorste potenpaar is het opvallendst omdat de laatste segment omgebouwd is tot twee tangachtige delen. De klauw wordt de chela genoemd en bestaat uit een groot, onbeweeglijk deel van de poot, de pollex, en een beweeglijk scharnierend deel waarmee de kreeft objecten vast kan pakken, dit deel wordt het dactyl genoemd.[7] De scharen zijn voorzien van sterke spieren en kunnen krachtig samentrekken, ze kunnen een 'kneepkracht' van 90 kilopascal hebben.[8] De scharen spelen een belangrijke rol bij de voeding, de scharen worden gebruikt om prooien uit een spleet te peuteren en om harde zaden te kraken, zie ook onder voedsel. Tijdens het eten wordt met de grootste schaar een brok voedsel vastgehouden, en met de kleinere schaar worden hier kleinere delen vanaf genomen die naar de monddelen worden gebracht. Een klimmende kokoskrab gebruikt zijn scharen om zich te ankeren door het substraat vast te grijpen.

Het tweede en derde potenpaar zijn gelijkvormig en worden gebruikt als de belangrijkste looppoten. De looppoten zijn de langste poten, ze eindigen in een verharde, spatelvormige punt. De looppoten zijn net als de scharen voorzien van een harde bepantsering.

Het vierde potenpaar wordt bij de kokoskrab ook gebruikt om te lopen, maar is aanmerkelijk kleiner. Dit paar poten is duidelijk gedegenereerd en wordt meer gebruikt om het lichaam voort te duwen dan om daadwerkelijk mee te lopen. Bij andere heremietkreeften, die in een leeg slakkenhuisje leven, wordt het vierde en vijfde potenpaar gebruikt om het lichaam vast te ankeren in het slakkenhuis. Het vijfde potenpaar heeft bij de kokoskrab geen echte functie meer. Het is te onderontwikkeld om een rol bij de voortbeweging te kunnen spelen en deze poten worden onder het schild verborgen gehouden.

Het achterlijf van de kokoskrab is relatief klein en plat, het wordt onder het kopborststuk geklapt zodat het beter is beschermd. Het achterlijf bevat de belangrijkste organen van de kreeft zoals de geslachtsorganen en is relatief kwetsbaarder doordat het pantser dunner is. Om het achterlijf te verstevigen zijn enkele verharde platen aanweizg, die aan de bovenzijde van het achterlijf gelegen zijn. Omdat het achterlijf voorwaarts onder het kopborststuk wordt geborgen zijn deze platen aan de onderzijde gepositioneerd.
Het achterlijf van de vrouwtjes draagt drie paar poot-achtige structuren die de pleopoden worden genoemd. De pleopoden worden gebruikt om de eieren vast te houden, ze zijn hiertoe sterk veer-vormig vertakt zodat het dragend oppervlak wordt vergroot.

Levenswijze[bewerken]

Kokoskrabben kunnen goed klimmen.

De kokoskrab leeft solitair en zoekt alleen in de voortplantingstijd een partner op. De kreeft graaft holen in de bodem en komt daarom alleen voor in gebieden met een zandgrond of een andere los substraat. Ook houdt de kreeft zich veel schuil in bomen en of spleten tussen boomwortels. Het lichaam is net als alle kreeftachtigen gevoelig voor uitdroging vanwege de kieuwen die altijd vochtig moeten blijven. De krab gebruikt echter ook oppervlaktewater en kan tot zes kilometer van de kustlijn worden aangetroffen.[1] De kokoskrab wordt gezien als een van de best op het land aangepaste kreeftachtigen.[9]

Een belangrijk verschil tussen de kokoskrab en vrijwel alle andere vertegenwoordigers van de groep der heremietkreeften, is dat de volwassen kokoskrab geen slakkenhuis gebruikt om het lichaam in te bergen. Vrijwel alle heremietkreeften dragen een slakkenhuis met zich mee, dit bemoeilijkt de voortbeweging van de dieren in vergelijking met andere kreeftachtigen maar heeft ook verschillende voordelen. De heremietkreeften zijn goed beschermd tegen roofdieren, het huisje dempt de natuurlijke temperatuursfluctuaties en er kan een voorraad zout water worden meegedragen in de schelp.[8] Hierdoor drogen de kreeften minder snel uit, alle op het land levende kreeftachtigen zijn zeer kwetsbaar voor uitdroging omdat ze kieuwen hebben. De heremietkreeften kunnen als gevolg hiervan verder van het water naar voedsel zoeken. Omdat de kokoskrab geen huisje heeft graaft het dier holen waarin het zich verschuilt, de ondergrondse holen zijn permanent vochtig zodat de kreeft niet uitdroogt.[8]

De kokoskrab is in beginsel een bodembewoner die holen graaft in een losse ondergrond. De kreeft kan echter in bomen klimmen om zich te verstoppen of om vruchten te bemachtigen. De kokoskrab heeft geen vast territorium maar beweegt zich heen- en weer tussen een aantal vertrouwde plaatsen. Uit onderzoek is gebleken dat de krab binnen een tijdsbestek van 24 uur een afstand van 500 meter kan afleggen.[8]

Voortplanting[bewerken]

Juveniele kokoskrabben lijken al op de volwassen dieren.

De kokoskrab leeft op het land maar is zoals vrijwel alle kreeftachtigen afhankelijk van zeewater voor de voortplanting. Het nageslacht kan zich alleen ontwikkelen in zee, en in de voortplantingstijd trekken zowel de mannetjes als de vrouwtjes naar de kust. Hier vindt de paring plaats waarbij het mannetje zijn sperma afgeeft bij het vrouwtje. Bij de meeste heremietkreeften duurt de paring enige tijd maar bij de kokoskrab is het een snelle gebeurtenis.[4]. In tegenstelling tot andere kreeftachtigen kent de kokoskrab geen paringsritueel. Na de paring verlaat het mannetje de kuststreek en gaat terug naar het land. Het vrouwtje echter blijft een tijdje in de buurt van de kustlijn, ze graaft een hol en houdt zichzelf -en haar eieren- vochtig tot de embryo's voldoende zijn ontwikkeld en op uitkomen staan. De vrouwtjes kunnen gedurende deze periode in grote groepen worden aangetroffen.[9]

De eieren worden op de buikzijde gehouden met behulp van drie gespecialiseerde pootjes, die de pleopoden worden genoemd. Ze hebben een vorm die op een veer lijkt en houden de eieren op hun plaats. De eiermassa doet denken aan een spons en bestaat uit ongeveer 100.000 eitjes.[6] Als de larven op het punt van uitkomen staan loopt het vrouwtje het water in en schudt de eieren van haar lijf. Ze doet dit altijd 's nachts en maakt hierbij gebruik van de golven die haar lichaam overspoelen. De eieren komen in het water terecht waarop ze direct uitkomen[6] en de larven laten zich met de zeestroming meevoeren.

In zee levende kreeftachtigen kennen een aantal larvestadia, die in aantal kunnen verschillen. De larven van de verschillende kreeftachtigen worden de zoealarven genoemd zien er soms totaal anders uit. Zelfs de verschillende stadia binnen één soort kunnen er zeer verschillend uitzien. Ieder larvaal stadium wordt afgewisseld met een vervelling, waarbij de oude huid openbarst en er een grotere en vaak meer gecompliceerde versie van de larve verschijnt. De zoealarven van de kokoskrab zijn klein en lijken op kleine garnaaltjes. Ze hebben een typisch garnaal-achtig, langwerpig lichaam. Het lichaam is gekromd en heeft aan de voorzijde een duidelijk pantser en ook de poten zijn goed zichtbaar. De larven van de kokoskrab maken onderdeel uit van het fytoplankton en drijven op open zee vlak onder het wateroppervlak. Ze leven van deeltjes die in het zeewater zweven zoals algen. Een groot deel van de larven gaat verloren door predatie van grotere dieren of omdat de larven de verkeerde richting op drijven onder invloed van zeestromen en de wind.[6]

De zoealarve kent vier stadia, waarbij de larve zich gedurende zijn ontwikkeling steeds lager in de waterkolom begeeft. Als alle zoealarve stadia zijn doorlopen vervelt de larve tot een glaucothoe, dit is een tussenvorm van de zoealarve en de juveniele kreeft. Het stadium duurt 21 tot 28 dagen en de glaucothoe houdt zich op of bij de bodem, in tegenstelling tot de zoealarven.[6] De glaucothoe-larve heeft al kleine schaartjes aan de voorpoten, de larve zweeft niet in het water maar zoekt de beschutting van de bodem op.

Ook de glaucothoe vervelt tenslotte en uit de vervellingshuid komt de juveniele kreeft tevoorschijn. De jonge kreeft heeft een lichaamslengte van vijf tot tien millimeter maar lijkt anatomisch al sterk op de volwassen dieren. De juvenielen zoeken slakkenhuisjes op om het achterste deel van het lichaam te beschermen. De juvenielen vervellen regelmatig, het oude pantser wordt hierbij afgeworpen en het nieuwe exoskelet is nog zacht wat de dieren zeer kwetsbaar maakt voor vijanden. De jonge kreeft zoekt voor de vervelling een schuilplaats op, de vervelling kan tot een maand in beslag nemen.[6] De oude huid wordt opgegeten om de voedingsstoffen te recyclen.[6] De jonge exemplaren houden zich de eerste tijd schuil in een slakkenhuis maar bij een leeftijd van enkele jaren wordt het huisje definitief verlaten en verhard het kwetsbare achterlijf. Het achterlijf wordt aan de onderzijde tegen het kopborststuk geklapt als bescherming.[3]

De gemiddelde leeftijd in het wild van de kokoskrab is niet precies bekend, schattingen lopen uiteen van dertig tot meer dan veertig jaar. De maximale leeftijd wordt zelfs op meer dan 50 jaar geschat. In vergelijking met andere geleedpotigen is dit een zeer hoge leeftijd, de meeste soorten leven slecht enkele maanden tot enkele jaren als volwassen dier.[4]

Voedsel[bewerken]

Een kokoskrab uit Niue eet van een kokosnoot.

De kokoskrab is een omnivoor die vooral plantendelen eet maar ook dode dieren en de uitwerpselen van dieren niet versmaad en soms actief jaagt op kleine dieren. De kokoskrab leeft vooral van plantaardig materiaal zoals afgevallen rijp fruit, zaden en bladeren van verschillende planten. Met name de vetrijke zaden zijn gewild, de kokoskrab verwijderd vaak de zachte buitenlaag om bij het zaad te komen. Planten waarvan de zaden worden gegeten zijn onder andere de soorten Pandanus elatus, Calophyllum inophyllum, Cocos nucifera en Aleurites moluccana (kemirinoot).

Van de kokoskrab wordt wel beweerd dat het dier met zijn scharen keiharde kokosnoten kan kraken. De kreeft is wel in staat om de zware noten los te maken van de palm. Hiertoe wordt de taaie steel waarmee de noot aan de boom hangt doorgeknipt.[2] Ook is het dier in staat om een kokosnoot van de buitenschil te ontdoen zodat het voedselrijke binnenste deel kan worden gegeten. De kreeft pelt de stugge huid van de noot en begint steeds bij het zwakste deel; de 'ogen' of kiemopeningen van de noot. Hier is de harde schil van de noot erg dun. Rottende kokosnoten worden zacht en zijn daardoor makkelijker te openen. De kokosnoot wordt dus niet tussen de scharen geklemd en gekraakt zoals veel wordt beweerd. Wel worden kleinere harde zaden met de scharen gekraakt, voorbeelden zijn de noten van de Aleurites moluccana en de Calophyllum inophyllum.

De kokoskrab jaagt soms actief op prooidieren, zoals kleine krabben. Er is beschreven dat Gecarcoidea natalis en Cardisoma hirtipes werden buitgemaakt en gegeten. Dergelijke prooidieren worden achtervolgd of zelfs uitgegraven door de kokoskrab. Ook jonge zeeschildpadden worden gegeten indien de kans zich voordoet.

De kokoskrab beschikt over een goed ontwikkeld digestief systeem dat een relatief grote hoeveelheid voedselreserves op kan slaan. Een volwassen exemplaar kan hierdoor tot een jaar zonder voedsel. Water is echter onontbeerlijk; door het gebruik van kieuwen als ademhalingsorganen moet de kreeft altijd over water beschikken of zich in een vochtige omgeving ophouden zoals een ondergronds hol.

Vijanden en verdediging[bewerken]

Jonge kreeften hebben als vijanden ratten en varkens. Zelfs sommige insecten kunnen een jonge kreeft doden, zoals mieren als de Anoplolepis gracilipes, ook wel bekend als de 'crazy yellow ant' (gekke gele mier).[1]

Volwassen kokoskrabben hebben geen natuurlijke vijanden meer en worden enkel door de mens gedood en gegeten. De kokoskrab zal proberen te vluchten bij gevaar en is gevoelig voor trillingen van de bodem.[3] Bij een confrontatie met een mogelijke vijand worden de grote scharen getoond en eventueel gebruikt. Een volwassen kokoskrab kan de aanvallen van de grootste vijanden prima afweren.

De kokoskrab vormt geen fysieke bedreiging voor de mens, zolang het dier met rust wordt gelaten. De kreeft is niet giftig en zal bij een confrontatie liever vluchten dan aanvallen. Als een kreeft wordt lastiggevallen worden de scharen omhoog geheven om af te schrikken. Indien de kreeft wordt opgepakt zal het dier met de scharen pijnlijk knijpen, waarbij met gemak een teen of vinger kan worden gebroken.[5]

De kokoskrab en de mens[bewerken]

De kokoskrab duikt in de literatuur op vanaf 1705, als een beschrijving in het boek Amboinsche Rariteitkamer door Georg Everhard Rumphius. Ook William Dampier had de krab al opgemerkt tijdens zijn reis rond 1688.[6] In veel oude beschrijvingen wordt al vermeld dat de kreeft zeer gewild is om zijn vlees.

De kokoskrab zoekt soms de mens op en begeeft zich onder andere in tuinen en in vuilnisbakken op zoek naar voedsel. Door de grootte en de felle lichaamskleuren vallen de dieren echter duidelijk op.

Kokoskrabben worden gevangen voor consumptie en in kratten vervoerd.

De kokoskrab wordt in delen van zijn verspreidingsgebied bedreigd, maar de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN heeft de bescherming van de kreeft de status gegeven van Data Deficient of DD, wat betekent dat er onvoldoende informatie voorhanden is om de juiste beschermingsstatus te bepalen.[1] Ondanks de achteruitgang van een aantal populaties is de kokoskrab geen beschermde diersoort en staat niet op de Rode Lijst van de IUCN.

De kokoskrab wordt op verschillende manieren bedreigd door de mens. De vernietiging van de habitat van de volwassen dieren is een belangrijke oorzaak. Het verspreidingsgebied van de kreeft heeft hiermee te maken; de kokoskrab komt alleen voor langs de kust van tropische eilanden. Hier vindt vaak kustontwikkeling plaats zoals het bouwen van hotels en het aanleggen van stranden om het toerisme te stimuleren. Hierdoor gaat de habitat van de kreeft verloren.[1]

Een van de grootste bedreigingen is het vangen van de kreeften voor consumptie, het eten van de dieren die door de lokale bevolking als bushmeat wordt gezien. Het vlees van de kokoskrab wordt gezien als delicatesse, de smaak is vergelijkbaar met die van garnalen en kreeft. Het vlees wordt tevens beschouwd als een afrodisiaca en zou een lustopwekkende werking hebben.[10] De kreeft wordt soms gevangen en verkocht als opgezet exemplaar of levend als 'exotisch huisdier'. De kreeft is echter -zeker door een leek- moeilijk in leven te houden. Omdat de kokoskrab een zeer lange ontwikkelingstijd heeft -het duurt tientallen jaren voordat de dieren geslachtsrijp zijn- is de soort kwetsbaar voor overbejaging.[1] Om de kreeft te beschermen zijn in delen van het verspreidingsgebied maatregelen genomen zoals het vaststellen van vangstquota en verbod op het vangen van de dieren in de voortplantingstijd.[1] De jonge kreeften worden vooral bedreigd door dieren die door de mens zijn geïntroduceerd, zoals ratten.

Taxonomie[bewerken]

Tekening van een kokoskrab door Georges Cuvier uit 1829.

De kokoskrab werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758.[11] Linnaeus gaf de kreeft de naam Cancer latro, latro is Latijn voor 'dief'. Later is eerst de geslachtsnaam en tenslotte ook de soortnaam veranderd. Een andere verouderde wetenschappelijke naam, ook wel synoniem genoemd, is Birgo latus.[11]

De kokoskrab behoort tot de onderstam kreeftachtigen (Crustacea) en de klasse Malacostraca, de hogere kreeften. De soort wordt verder ingedeeld bij de orde tienpotigen (Decapoda) en de infraonderorde Anomura. Het overgrote deel van de vertegenwoordigers van deze groep leeft in zee, slechts een klein aantal soorten is in staat zich op het land te handhaven. De heremietkreeften waartoe de kokoskrab behoort vormen een uitzondering op deze regel; veel soorten leven uit deze groep brengen juist een goot deel van hun leven door op het land.

De kokoskrab wordt verder ingedeeld bij de familie Coenobitidae, deze groep van deels op het land levende heremietkreeften wordt wel beschouwd als de hoogst ontwikkelde vorm. Het geslacht waartoe de kokoskrab behoort, Birgus, is monotypisch; het is de enige beschreven soort. Er zijn geen fossiele soorten beschreven die worden toegewezen aan het geslacht.

Externe links[bewerken]

  • Arkive - Coconut crab (Birgus latro) - Website Informatie en afbeeldingen
  • IUCN - Birgus latro - Website

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c d e f g h (en) Kokoskrab op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b Ralph Buchsbaum & Lorus J Milde, Elseviers Wereld der Dieren - Lagere dieren, Elsevier, 1970, Pagina 222 ISBN 90 10 00076 1.
  3. a b c Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel I: Lagere Dieren, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 551, 552 ISBN 90 274 8662 0.
  4. a b c d Arkive. Coconut crab (Birgus latro)
  5. a b Dr J Floor Anthoni - 2005. The coconut crab
  6. a b c d e f g h I.w. Brown & D.R. Fielder. The Coconut Crab: aspects of the biology and ecology of Birgus latro in the Republic of Vanuatu
  7. Landheremietkreeften.nl. Wat is een landheremietkreeft?
  8. a b c d Peter Greenaway. Terrestrial adaptations in the Anomura (Crustacea: Decapoda)
  9. a b Warwick J. Fletcher. Coconut Crabs
  10. Dr J Floor Anthoni. Marine biodiversity (2001)
  11. a b Biolib. Coconut Crab Birgus latro (Linnaeus, 1767)

Bronnen

  • (en) I.w. Brown & D.R. Fielder - The Coconut Crab: aspects of the biology and ecology of Birgus latro in the Republic of Vanuatu - Website
  • (en) Peter Greenaway - Terrestrial adaptations in the Anomura (Crustacea: Decapoda) - Website
  • (en) IUCN - Birgus latro - Website
  • (en) Arkive - Coconut crab (Birgus latro) - Website Informatie en afbeeldingen
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het Leven Der Dieren Deel I: Lagere Dieren - Pagina 551, 552 - 1971 - Kindler Verlag AG - ISBN 90 274 8662 X