Kol Nidree

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kol Nidre, 1950s

Kol Nidree (Hebreeuws: כל נדרי), Kol Nidre of Kol Nidrei (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch) dan wel Kaal Nidree (Sefardisch) is het joodse gebed dat negen dagen na het Joods nieuwjaar, op de tiende van de joodse maand tisjri en wel op de avond van Jom Kipoer driemaal wordt opgezegd. In dit gebed verzoekt men om nietigverklaring van alle geloften, eden en verplichtingen, die men gedurende het afgelopen jaar op zich genomen heeft. Het gaat in deze nadrukkelijk om geloften jegens God en jegens zichzelf, niet jegens anderen.

Het gebed is nog voor de verwoesting van de Tempel ontstaan. Voordat de hogepriester het Heilige der Heiligen binnenging (één keer per jaar, op Jom Kipoer) zong hij een lied over zijn zonden, over de zonden van de overige priesters en over de zonden van heel Israël. Nadat hij in het Heilige der Heiligen voor de zonden van het gehele volk had geofferd stuurde men een geit, de zogeheten zondebok, de woestijn in om daar te sterven. Deze geit stond symbool voor alle zonden van het volk.

De melodie van Kol Nidree is in de 18e eeuw opgeschreven. Max Bruch heeft hiervoor in 1880 een muziekstuk met gelijknamige naam voor violoncello en symfonieorkest gecomponeerd. Maar niet alleen hij, ook Arnold Schönberg heeft in zijn opus 39 gebruikgemaakt van deze melodieën. De Spaanse, Italiaanse en Oosterse Joden gebruiken bij het opzeggen van Kol Nidree een andere melodie.