Kolenbranderschildpad
| Kolenbranderschildpad | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Chelonoidis carbonaria Spix, 1824 |
|||||||||||||||
| Kolenbranderschildpad op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De kolenbranderschildpad (Chelonoidis carbonaria) is een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae). De soort behoorde eerder tot de geslachten Geochelone en Testudo.
[bewerken] Algemeen
De maximale lengte van het carapax of rugschild is 50 centimeter maar veel exemplaren blijven ongeveer 35- 40 cm lang. De soort komt voor in tropisch Zuid-Amerika; Panama, Colombia, Paraguay, Brazilië en Argentinië. De habitat bestaat uit steppen en graslanden niet ver van stroompjes want de schildpad heeft wel vocht nodig. Het menu is vegetarisch en bestaat uit plantendelen en fruit. Tijdens de paring kan het mannetje kip-achtige 'toktok' geluiden maken. De eitjes worden ingegraven; na 5 tot 6 maanden komen ze uit.
[bewerken] Beschrijving
De kolenbranderschildpad heeft een zwart schild met op iedere rugplaat een gele, vage vijfhoek. De schildrand is geel, op de kop en poten zijn onregelmatige, gele vlekken aanwezig. Bij de juveniele dieren zijn de gele vlekken op de kop en schild groter, ze hebben felrode schubben op de poten; de Engelse benaming is 'roodvoetschildpad'.