Kolenwoud

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Kolenwoud (groen gekleurd)

Het Kolenwoud (ook kolenbranderswoud[1]), in Latijnse kronieken Silva Carbonaria genoemd, is de naam van het oerbos dat zich uitstrekte in Gallië vanaf Brabant tot Picardië en eens het middendeel van België bedekte.

Het huidige Zoniënwoud, het Hallerbos, het Kravaalbos, het Heverleebos, het Neigembos, het Meerdaalwoud, het Buggenhoutbos en het bos van La Houssière zijn er alle restanten van.

De naam "kolenwoud" werd gegeven door Julius Caesar in zijn oorlogsdagboek De Bello Gallico, toen deze met zijn leger door het bijna ondoordringbare woud trok . De naam sloeg op het algemeen gebruik van de winning van houtskool voor het smelten van de ijzerhoudende zandsteen (limoniet) die op verschillende plaatsen in onze streken voorkomt. Precies dat gebruik leidde er toe dat grote delen ontbost raakten.

Bronnen, noten en/of referenties