Kompassla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kompassla
Kompassla 08-07-2006 9.38.10.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Cichorioideae
Geslachtengroep: Cichorieae
Geslacht: Lactuca (sla)
Soort
Lactuca serriola
L. (1756)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kompassla of Wilde sla (Lactuca serriola) is een een- of tweejarige plant uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).

De Nederlandse naam kompassla is gegeven doordat de gedraaide bladtoppen de noord-zuidrichting aanwijzen.

Botanische beschrijving[bewerken]

Vanuit een penwortel groeit de meer dan een meter hoge plant. De stengel blijft onvertakt tot ze bovenaan in een eindstandige pluim vertakt.

De bladen zijn vaak een kwartslag gedraaid en hebben aan de onderkant op de middennerf duidelijke stekels van meer dan 2 mm lang. De bladen kunnen variëren van ongelobd tot veerspletig. De bovenste helft van het blad keert zich vaak naar boven, en is noord-zuid gericht. Dit is een aanpassing die de plant beschermt tegen al te grote uitdroging.

De lichtgele 1-1,5cm grote bloemhoofdjes bevatten lintbloemen. Tussen de middag zijn ze vaak al uitgebloeid. De rijpe nootjes zijn aan de top kort behaard en lichtbruin met donkere vlekjes. De bloeiperiode loopt van juli tot en met september.

De plant scheidt bij insnijding een wit melksap af.

Verspreiding[bewerken]

De plant komt voor op zowel droge als vochtige, voedselrijke ruderale gronden zoals in wegbermen, op stortplaatsen, oude zandhopen, verstoorde dijken, aan de voet van muren, etc.

De soort groeit in grote delen van West- en Centraal-Europa, het Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, en oostwaarts tot in Siberië. Ze is ingevoerd in Noord-Amerika en Canada.

In Nederland is de soort algemeen in urbane gebieden.

Gebruik[bewerken]

Alle delen van de plant zijn giftig. Jonge bladeren zijn niet giftig en worden wel in salades verwerkt.

Haar giftigheid werd vroeger in de volksgeneeskunde gebruikt. Ze werd samen met het eveneens giftige bilzekruid en scheerling verwerkt tot een narcoticum.

Externe link[bewerken]