Koningskwestie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Toen Leopold III in juli 1950 terug in het land kwam, braken in Vlaanderen en Wallonië stakingen uit. Politiek spoedoverleg resulteerde in de overdracht van de koninklijke bevoegdheden aan kroonprins Boudewijn. De foto toont een manifestatie in Kortrijk.

De koningskwestie is het politieke conflict dat in België ontstond in het begin van de Tweede Wereldoorlog en duurde tot 1951 over het al dan niet terugkeren van Leopold III als koning.

Toen Leopold III zich vanaf 28 mei 1940 als de krijgsgevangene van Adolf Hitler beschouwde en capituleerde, ontstond er een conflict met de regering in ballingschap die wilde doorvechten. Leopold III wilde het scenario van 1914-1918 voorkomen. In Limoges veroordeelde het halve parlement en het voltallige kabinet dat defaitisme. Leopolds bezoek aan Hitler in Berchtesgaden zorgde voor een escalatie, net zoals zijn huwelijk met de zwangere Lilian Baels en zijn eis tot een excuses van alle ministers voor hun kritiek. Het feit dat de vorst geen respect uitte voor het leger en het verzet leidde na de oorlog tot een constitutionele crisis en bijna tot een burgeroorlog. In 1951 zou kroonprins Boudewijn de troon overnemen.

Leopold III en prinses Astrid in 1926

Ontstaan[bewerken]

Paul-Henri Spaak, premier van 1938 tot 1939 en lid van de Regering-Pierlot in Londen

Voor de Tweede Wereldoorlog leefde Leopold op gespannen voet met zijn regeringen. Hij verweet hen dat ministers elkaar in hoog tempo aflosten en dat ze in de greep waren van niet-constitutionele instellingen zoals partijen en vakbonden. Politiek leek aldus een compromis van materieel belang in plaats van het algemeen belang. Hij zag het als zijn plicht daartegen in te gaan. Omgekeerd was er eveneens wantrouwen. Na de inval van nazi-Duitsland weigerde Leopold met zijn regering, in tegenstelling tot koning Haakon VII van Noorwegen en koningin Wilhelmina der Nederlanden in Engeland in ballingschap te gaan of de Belgische regering-Pierlot-Spaak naar het buitenland te volgen. Men vreesde een vrede met de Duitsers. De gesprekken op 25 mei op het Kasteel van Wijnendale resulteerden in de breuk tussen koning en regering. Als opperbevelhebber van het Belgisch leger zei hij het lot van zijn leger te willen delen en wilde hij de bezette bevolking bijstaan.

Aanhalingsteken openen Ik ben vastbesloten om te blijven te midden van mijn troepen, het is een gevoelskwestie. (...) Frankrijk zal aan de strijd verzaken, binnen enkele dagen misschien al. Engeland zal de strijd in zijn koloniën en op zee voortzetten. Ik kies de lastigste weg.
— Leopold III
Aanhalingsteken sluiten

De koning was ervan overtuigd dat Hitler de oorlog had gewonnen en dat hij het lang voor het zeggen zou hebben. Een Belgisch bestuur moest in het land blijven om de onafhankelijkheid en het voortbestaan van de dynastie te garanderen. De regering meende daarentegen dat, zolang Britten en Fransen bleven vechten, België zich niet bij de nederlaag mocht neerleggen, zelfs niet na de bezetting. Daarom trok de regering zich terug naar Frankrijk en eiste dat de koning zich als staatshoofd bij zijn regering zou vervoegen.

Capitulatie[bewerken]

Op 28 mei 1940 capituleerde Leopold met zijn leger en werd hij formeel krijgsgevangene. Meteen verklaarde de regering vanuit Parijs dat de koning als krijgsgevangene in de onmogelijkheid tot regeren verkeerde. Bijgevolg oefent de ministerraad de koninklijke macht uit tot een regent wordt aangewezen. Op de Franse radio viel eerste minister Hubert Pierlot de koning aan waarop Leopold zijn regering niet meer erkende. De Belgische parlementsleden in de Franse stad Limoges keurden de houding van de regering kort daarop goed. Na de Franse capitulatie van 22 juni raakten een aantal ministers overtuigd van het gelijk van de koning. Op 26 juni schreef de regering een brief aan Leopold waarin zij haar ontslag voorstelde zodra de vorst dat wenselijk achtte om een nieuwe regering te vormen. De vorst weigerde te antwoorden en later verbood Hitler die ministers om terug te keren. De ministers Marcel-Henri Jaspar (Volksgezondheid), Albert De Vleeschauwer (Koloniën) en Camille Gutt (Financiën) weken intussen naar Engeland uit. De Vleeschauwer, die Belgisch-Kongo onder zijn gezag had, gooide het op een akkoord met de Britse regering om de strijd voort te zetten en hij overtuigde zijn collega's Pierlot en Paul-Henri Spaak te Vichy om via Spanje en Portugal naar Londen te komen en daar de regering verder te zetten.

Krijgsgevangen in Laken[bewerken]

Hoewel formeel krijgsgevangen verbleef de koning met zijn hofhouding en kinderen in het kasteel van Laken en onderhield hij contact met politici in België, zoals de autoritaire socialist Hendrik De Man. Deze invloedrijke leider schreef in die dagen een Manifest waarin hij opriep om de Duitse overwinning te aanvaarden en België op te bouwen met één partij rond de koning en 'verlost' van het parlementarisme. Toen hij de tekst begin juli 1940 wilde publiceren, verbood de bezetter dit.

Ontmoeting met Hitler[bewerken]

De voorgenomen ontmoeting tussen Leopold en de Führer op 14 juli vond niet plaats en op 20 juli 1940 bepaalde Hitler dat de handelingsvrijheid van Leopold III beperkt en gecontroleerd diende te worden. Op 19 november 1940 ontmoette Leopold op eigen vraag Hitler in Berchtesgaden.[1] Het bezoek aan België van zijn zus Marie-José, de echtgenote van de kroonprins van Italië, Duitslands bondgenoot, gebruikte Leopold om de Führer opnieuw te benaderen. Marie-José reisde van Brussel naar Berchtesgaden (en terug) en bemiddelde bij Hitler om Leopold te ontvangen.[2] De vorst zelf beweerde achteraf dat de ontmoeting uitging van Hitler en dat hij er op in ging omwille van de voordelen voor het Belgische volk. Hitler bevestigde dat Leopold niet zou regeren zolang de oorlog duurde en weigerde toezeggingen omtrent de toekomst van België na de oorlog.[3] Ook met betrekking tot de voedselbevoorrading en het lot van de krijgsgevangenen bereikte Leopold niets.

Lilian Baels[bewerken]

Kardinaal Jozef Van Roey in 1929

Op 6 december 1941 trad Leopold in het huwelijk met de zwangere Lilian Baels die (onofficieel) de titel Prinses van Retie kreeg. Daarop bleek dat ze eerder al, op 11 september, in het geheim kerkelijk huwden. Kardinaal Jozef Van Roey, de aartsbisschop van Mechelen trok zich hierbij niets van de grondwet aan die een kerkelijk huwelijk verbiedt voor het burgerlijke. Het nieuws van dit huwelijk en de geboorte, zeven maanden later, van een zoon (prins Alexander van België) werd door de bevolking en de Belgische krijgsgevangen met wie de vorst zich solidair verklaarde, slecht onthaald.[4]

Deportatie[bewerken]

De koning werd op 7 juni 1944, daags na de invasie van Normandië naar Duitsland en nadien naar Oostenrijk gedeporteerd. De regering Pierlot keerde op 8 september 1944 terug. Het vooroorlogse parlement stelde prins Karel, broer van Leopold, voorlopig aan als regent aangezien de koning in krijgsgevangenschap verbleef. In mei 1945 werd Leopold III in de buurt van Salzburg door het Amerikaanse leger bevrijd. Ondertussen was de regering Pierlot vervangen door een regering van nationale eenheid onder leiding van Achille Van Acker die besprekingen begon met het oog op de terugkeer van de koning. Deze liepen op niets uit toen de regering troonsafstand eiste. Leopold III kon daar niet op ingaan wegens tegen de grondwet en Van Acker bood het ontslag van de regering aan. In juli werd een wet goedgekeurd waarbij de onmogelijkheid van de koning om te regeren beëindigd kon worden na goedkeuring door de verenigde kamers. In afwachting van een voor regering en parlement haalbare oplossing, verbleef de koninklijke familie in ballingschap in het Zwitserse Pregny.

De volksraadpleging[bewerken]

Al vanaf het begin van de koningskwestie kwamen de politieke tegenstellingen tot uiting. Socialisten, liberalen en communisten waren tegen de terugkeer. De christendemocraten van CVP en PSC voor. Toen de regering een volksraadpleging niet aanvaardde, stapten deze laatsten uit het kabinet tot maart 1947. De verkiezingen van juni 1949, waarbij voor het eerst vrouwen stemrecht hadden, brachten een overwinning voor de Christelijke Volkspartij (CVP/PSC). Hun absolute meerderheid in de Senaat, op één zetel na in de Kamer en de christendemocratische premier Gaston Eyskens drukten het gewenste referendum door waar de koning op aandrong. Op 12 maart 1950 trokken de Belgen voor de eerste en tot nu toe enige keer naar de stembus voor een volksraadpleging. Omdat de procedure in de grondwet niet voorzien was, was de volksraadpleging niet bindend voor de regering. De uitslag verdeelde de twee gemeenschappen van het land. 2.933.382 stemden voor Leopolds terugkeer (57,68%) en 2.151.881 tegen (42,32%). De verdeling van de voor- en tegenstemmers was regionaal gekleurd. In Vlaanderen stemde de meerderheid voor in alle provincies. In Wallonië stemde de meerderheid in de rurale provincies Namen en Luxemburg vóór. De dichtbevolkte geïndustrialiseerde provincies Luik en Henegouwen waren tegen. In Brussel was er een kleine meerderheid tegen, terwijl er in het tweetalige Brabant (inclusief Brussel) een nipte meerderheid voor was.[5]

Uitslag per regio en provincie[bewerken]

Het percentage geldige stemmen vóór de terugkeer van Leopold III, per kiesarrondissement. Groen is meerderheid voor, rood is meerderheid tegen, oranje is bijna 50%.


*Het arrondissement Verviers was in meerderheid voor.
**Het arrondissement Namen was in meerderheid nipt tegen.

Ontknoping en afloop[bewerken]

In maart 1950 hield Wallonië een algemene staking tegen de terugkeer van de koning. Toen Eyskens volgens de uitslag van het referendum de goedkeuring van de verenigde kamers wilde stemmen, weigerde de liberale coalitiepartner en verliet de regering. De verkiezingen in juni 1950 hadden als inzet de koningskwestie. De CVP behaalde de volstrekte meerderheid in Kamer en Senaat. De homogene regering-Duvieusart stelde op 20 juli 1950 vast dat aan de onmogelijkheid te regeren een einde kwam en op 22 juli keerde de koning terug naar België. Daarop werden in Wallonië en in Vlaanderen, nieuwe stakingen gehouden. Te Grâce-Berleur, bij Luik, werden op 30 juli drie betogers gedood door rijkswachtkogels, een vierde overleed later. De situatie dreigde te ontsporen door een mars op Brussel op 2 augustus.

Spoedoverleg tussen de drie grote politieke families leidde tot een akkoord om de koninklijke bevoegdheden over te dragen aan kroonprins Boudewijn. Op 31 juli ontving de koning de eerste minister en stemde hij in met dit plan. Tijdens de daaropvolgende nacht kwam hij terug op zijn beslissing en probeerde een regering te vormen die hem zou steunen. Nadat Duvieusart dreigde met ontslag en alle andere ministers (uitgezonderd Albert de Vleeschauwer van binnenlandse zaken) zich solidair verklaarden met de premier, en hij niemand bereid vond een nieuwe regering te vormen, gaf de koning zich gewonnen en ging hij akkoord met de onmiddellijke overdracht van zijn bevoegdheden en met de troonsafstand na één jaar, beide ten voordele van zijn zoon.

Boudewijn en zijn echtgenote, Koningin Fabiola, in 1969

De toen 20-jarige prins Boudewijn legde op 11 augustus 1950 de grondwettelijke eed af voor de Verenigde Kamers. Tijdens de eedaflegging kwam het tot een incident toen het communistische kamerlid en partijvoorzitter Julien Lahaut uitriep "Vive la République" (Leve de republiek). Op 18 augustus werd hij thuis in Seraing door enkele aanhangers van Leopold vermoord. Het gerechtelijk onderzoek bleef zonder resultaat, doch in 1985 slaagden de onderzoeksjournalisten Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen er in de ondertussen overleden daders te identificeren.

De Leopoldisten, die het referendum vooral in Vlaanderen wonnen, voelden zich verraden, maar de stakingen kwamen tot een eind, de mars op Brussel werd afgelast en de toestand stabiliseerde zich. Tot de meerderjarigheid van Boudewijn, die met de eedaflegging de titel Koninklijke Prins kreeg, bleef koning Leopold formeel de koning. Op 16 juli 1951 tekende hij de troonsafstand en een dag later volgde Boudewijn hem op als Koning der Belgen.

Leopold III bleef over zijn troonsafstand zijn verdere leven ontgoocheld zoals bleek uit het bijna twintig jaar na zijn dood door zijn weduwe prinses Lilian gepubliceerde Pour l'Histoire. Sur quelques épisodes de mon règne (2001), en Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap (2001), waarin hij persoonlijke documenten en aantekeningen verzamelde.

In populaire cultuur[bewerken]

De koningskwestie sloop in de stripreeksen Suske en Wiske door Willy Vandersteen en Nero door Marc Sleen. Omdat zowel Vandersteen als Sleen voor katholieke kranten werkten namen ze in hun strips een pro-Leopold III-standpunt in.

  • In het Suske en Wiskealbum "de koning drinkt" (1947) worden Suske, Wiske, Tante Sidonia en koning Poefke in een toren gejaagd, terwijl koning Cactus de rest van Poefkes onderdanen gevangen houdt. Poefke merkt op: "Wat kan onze weerstand hier nog baten, 'k geloof dat ik er beter aan gedaan had mijn volk niet alleen te laten." Wiske merkt in de originele versie op: "Dat is maar een gedacht, Poefke! Begin dan maar al met een villa in Zwitserland te huren." Dit is een verwijzing naar Leopold III die toen in een Zwitserse villa verbleef, in afwachting tot hij terug naar België kon keren.
  • In het Nero (strip)album "De Man met het Gouden Hoofd" (1950) ziet Nero op de noordpool in de verte een groepje mensen. Het blijken pinguïns te zijn die rond marcheren met aanhangborden waarop "JA!" geschreven staat (strook 86). Dit was wat men in de volksraadpleging moest stemmen als men wilde dat Leopold III terugkeerde.
  • In de originele Suske en Wiske De stalen bloempot (1950) wordt Suske naar het eiland Amoras ontvoerd om er koning te worden. De Stalen Bloempotters willen niet dat "de koning terugkomt." In de latere albumversie werden de verwijzingen minder expliciet. De oorspronkelijke openingsstrook van het verhaal liet Lambik vanuit het vliegtuig een spandoek ontrollen met "JA, morgen begint ons nieuw avontuur: De Stalen Bloempot!". Wiske merkt hierna op: "Zou dat OOK zo lang duren, Lambik?"

Bronnen en bibliografie[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Hiertoe was een overeenkomst bereikt op 31 mei 1940, net na de capitulatie van het Belgische leger maar Leopold III achtte het moment niet opportuun. Op 26 juni, na de capitulatie van Frankrijk en toevallig dezelfde dag dat de regering haar ontslag aanbood, zond Leopold het signaal dat hij nu wel bereid was. Hitler ging er niet op in, waarschijnlijk omdat hij ontstemd was over de rol die Leopold vanuit zijn residentie in Laken speelde met de stroom audiënties van Belgische personaliteiten. Dit was duidelijk in het Manifest De Man, die daarna ten paleize persona non grata werd.
  2. Zie: Albert De Jonghe. De tijdstabel van haar verplaatsingen werd in de latere leopoldi stische zelfverdediging bewust vaag gehouden, zodat het leek alsof zij Hitler bezocht op doortocht van Italië naar België, en deze haar opdroeg de uitnodiging door te geven.
  3. Dit bekrachtigde ogenschijnlijk de houding die de vorst na 28 mei 1940 aannam, maar betekende - in tegenstelling tot wat Leopold zichzelf oplegde - een poging tot politieke besprekingen. Adolf Hitler ging er niet op in.
  4. Verzoeningspogingen van de regering in ballingschap te Londen ten aanzien van de koning werden door deze laatste afgewezen, omdat de vorst eerst een rechtzetting van de verkeerde feiten eiste. Ook in zijn "politiek testament" dat hij schreef in januari 1944, wees hij beschuldigend naar de ministers van het oorlogskabinet.
  5. Cijferdetails per kiesarrondissement: Parl.St., Kamer, 1949-50, nr. 316.

Literatuur[bewerken]

  • Witboek 1936-1946 gepubliceerd door het Secretariaat van den Koning. I. Memorie, Brussel, Goemaere, z. j.
  • Jean DUVIEUSART, La question royale. Crise et dénouement: juin, juillet, août 1950, Brussel, 1975.
  • Robert ARON, Léopold III ou le choix impossible, Parijs, 1977
  • Albert DE JONGHE, Berchtesgaden (19 november 1940): voorgeschiedenis, inhoud en resultaat, in: Res Publica, 1978, blz. 41-53.
  • Albert DE JONGHE, De laatste boodschap van Kiewitz namens koning Leopold III voor Hitler (15 juni 1944), in: Belgisch Tijdschrift voor filologie en geschiedenis, 1987, blz. 274-300.
  • Albert DE JONGHE, Aspekten van de wegvoering van koning Leopold III naar Duitsland (7 juni 1944), in: Bijdragen Navorsings- en Studiecentrum voor de Tweede wereldoorlog, 1988, blz. 5-120.
  • Jean VANWELKENHUYZEN, Leopold III, de l'exil à l'abdication: ombres et brouillard, in: La Revue Générale, 1989/12, blz. 63-67.
  • Jan VELAERS & Herman VAN GOETHEM, Leopold III. De koning, het Land, de Oorlog, Tielt, Lannoo, 1994.
  • LEOPOLD III, Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap, Tielt, Lannoo, 2001.
  • Jean STENGERS, Léopold III et le gouvernement. Les deux politiques belges de 1940, Brussel, Ed. Racine, 2002 (herziene en herwerkte editie van de uitgave bij Duculot, Gembloux in 1980)

Zie ook[bewerken]