Koninklijk Paleis van Brussel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
het Koninklijk Paleis van Brussel

Het Koninklijk Paleis van Brussel is een (werk)paleis waar de Belgische koning zijn functie uitoefent. Hij houdt er audiënties en behandelt er staatszaken. De koning woont niet in dit paleis, maar in het Kasteel van Laken.

Geschiedenis[bewerken]

Nederlandse periode[bewerken]

De 'Hollandse' gevel.

Prins Willem VI van Oranje werd na de val van Napoleon uitgeroepen tot koning der Nederlanden; het omvatte zowel de Zuidelijke als de Noordelijke staten. De Staten-Generaal voorzagen in een residentie voor de nieuwe vorst; alleen was het vorige Paleis op de Koudenberg in 1731 volledig afgebrand. De vorst moest tevreden zijn met twee oude woningen: het Di Belgioioso-Huis en het Von Benderhuis. Al snel stond het vast dat er iets ruimers moest worden gevonden en er werd een wedstrijd uitgeschreven. Na een artistieke strijd, bleven twee kandidaten over: Jean Baptiste Vifquin en Louis-Charles Louyet.

Architect des konings Ghislain-Joseph Henry begon de bouwwerken maar overleed nog voor de aanvang van de eerste fase (1820). Het werk begon loom en de architecten begonnen onderling te ruziën. Het werd zelfs zo erg dat de nieuwe architect Charles Vander Straeten werd ontslagen. Hij werd vervangen door Tieleman Franciscus Suys. Die stond onder grote druk want de koning werd ongeduldig. Bovendien moesten nog een paar belangrijke zaken worden afgewerkt, met beperkte middelen (zo had de koning laten besparen op alle beeldhouwwerk).

Het resultaat was een strenge gevel (1826) die niet zo in de smaak viel bij de burgerij. De binnenkant werd beter ontvangen: Suys mocht daar meer zijn zin doen. Zo werden verschillende zalen vergroot waaronder de empirezaal. Rond 1829 kon de koning eindelijk in zijn paleis vertoeven; dit was van korte duur want in 1830 brak de Belgische Revolutie uit. De koning moest vertrekken - zonder paleis of meubilair.

Belgische periode[bewerken]

Toen koning Leopold I de troon besteeg kon hij beschikken over een gloednieuw paleis. In 1859 werden nieuwe plannen getekend om het paleis wat uit te breiden. Toen de bouw in 1865 opnieuw aanvatte, overleed de eerste koning der Belgen. De jonge Leopold II kreeg van de staat 700.000 francs om zijn woning te verfraaien; een paar salons kregen een nieuwe verflaag en de oude trap van het Di Belgioioso-huis werd heringericht. Opnieuw werd de bouw van het paleis vertraagd maar in 1877 was de eerste fase achter de rug. Echter, het geld was op zodat de voorziene vergulding moest worden uitgesteld. Uit deze tijd stammen de monumentale Eretrap en de Troonzaal waar Auguste Rodin voor de bas-reliëfs zorgde. Leopold voorzag het paleis van bronzen gasluchters versierd met geslepen kristal.

Wel was de oppervlakte van het paleis verdubbeld. De koning kon zich nu bezighouden met de inrichting van het paleis. Tegen het einde van de regering van koning Leopold II werden eveneens werken uitgevoerd aan de te strenge en te sobere voorgevel die uit de Nederlandse Tijd stamde. Omdat Suys inmiddels was overleden, werd Henri Maquet aangesteld. Financiële problemen waren er niet en de bouw kon opnieuw beginnen. De gevel kreeg nu een monumentaal karakter en werd van de straat gescheiden door voortuinen, alles naar de plannen van architect Maquet. De kosten waren aanzienlijk (dertien miljoen goudfranken) en het werk was bovendien niet voltooid toen de koning stierf. Na de voltooiing van de gevel bleef alles bij het oude.

Na de dood van koning Leopold was de Kongo-zaal nog niet voltooid; op de wanden moesten allegorische taferelen komen over de Belgische Kolonie. Na zijn dood besloot koning Albert I om deze oppervlakten te vullen met spiegels; dit werd de spiegelzaal.

De laatste grote wijziging werd op verzoek van koningin Paola uitgevoerd; in de spiegelzaal werd Heaven of Delight vervaardigd door Jan Fabre. Het plafond dat nooit was afgewerkt, werd volledig ingelegd met groene schubben van de exotische Thaise juweelkever. Het duurde ruim drie maanden om de anderhalf miljoen groene schildjes één voor één te bevestigen. Uiteraard was deze aanpassing een probleem voor de Monumentenzorg, aangezien het paleis volledig beschermd patrimonium is. Dankzij een impuls van Jan Hoet, kreeg Jan Fabre uiteindelijk zelfs toestemming om één van de drie grote kroonluchters te transformeren. De vorstin was onder de indruk, en heeft zelf haar eigen initiaal vervaardigd op het plafond. De spiegelzaal wordt nu gebruikt voor grote recepties.

Architectuur[bewerken]

Het paleis wordt gekenmerkt door veel neostijlen waar Leopold een aanhanger van was. Van het oude paleis bleven alleen de zuilengalerij en het balkon bewaard. De straat werd verschoven zodat er plaats was voor een voortuin, bestaande uit drie ingegraven parterres. De gevel die volledig symmetrisch is, werd in het midden bekroond met een groot fronton. Langs de straatzijde zijn er twee erehekken en op de hoeken twee paviljoenen.

Het paleis heeft ook drie binnenplaatsen en aan de achterkant een grote tuin.

De salons zijn gebouwd in functie van de ceremoniële rol. Er is een eetzaal, troonzaal, grote galerij, spiegelzaal en eretrap. Sommige salons zijn intact gebleven zoals de Empiresalon, die een paar jaar geleden gerestaureerd werd. Het merendeel dateert nog van vóór Leopold II.

De koning voegde een paar grote zalen toe zodat het paleis niet voor andere grote koninklijke residenties moest onderdoen; hij betaalde alles zelf met geld uit Kongo. Het interieur bevat Frans meubilair geschonken door de schoonouders van koning Leopold I, stukken uit de Oostenrijkse tijd en nog een deel meubels van Napoleon en Willem I. Nadien werd alles aangevuld met stukken uit de koninklijke collectie van Leopold II; hij verkoos meubelen in de eclectische Lodewijk XVI stijl.

Op de eerste verdieping vinden we dan ook veel staatssalons en zalen die verlicht zijn met prachtige luchters, wat toentertijd zeer modern was.

Functie[bewerken]

De Troonzaal, met de grote luchters
De koningin der Belgen samen met de Amerikaanse first lady Laura Bush in het paleis te Brussel, 21 februari 2005.

Het paleis is geen eigendom van de monarch, maar wordt hem door de staat ter beschikking gesteld om zijn functie te kunnen uitoefenen. Vroeger was het paleis daadwerkelijk persoonlijk eigendom, maar vanwege het ontbreken van een troonopvolger en de ruzie met zijn dochters schonk Leopold II het paleis samen met alle andere goederen aan de staat; de Koninklijke Schenking.

In het paleis zijn de verschillende diensten van de koning en de andere leden van de koninklijke familie gevestigd, onder andere de koninklijke hofhouding. Ook is hier het Koninklijk Archief gevestigd, dat zo'n drie kilometer lopende banden bezit. Iedereen kan het archief raadplegen voor historisch onderzoek.

De koning, Filip van België woont niet in het paleis, maar in het Kasteel van Laken. Zijn vader Albert II van België gebruikte het paleis eveneens als werkpaleis maar woonde tijdens zijn regeerperiode en nu nog steeds in kasteel Belvédère.

Bij staatsbezoeken wordt dit paleis ter beschikking van de bezoekende staatshoofden gesteld om te overnachten. Ook worden hier ambassadeurs ontvangen; nieuwjaarsrecepties gehouden, huwelijksbanketten georganiseerd en na zijn overlijden wordt de vorst hier opgebaard in het Salon van de Denker.

Als de vorst in het land is, wordt de vlag gehesen op het middelste paviljoen; is hij in het paleis aanwezig dan staat de Erewacht aan de voorzijde.

Zalen in het Koninklijk Paleis[bewerken]

  • De Eretrap; gebouwd door Leopold II
  • De Grote Voorkamer
  • De Venetiëtrap; 18e-eeuws
  • De Empirezaal; 18e-eeuws
  • Het Klein Wit Salon; 18e-eeuws
  • Het Groot Wit Salon; 18e-eeuws
  • Het Goya-Salon
  • Het Leopold I-Salon
  • Het Salon van de Denker
  • De Spiegelzaal; gebouwd door Leopold II
  • De Marmeren Zaal
  • Het Appartement Fontainebleau
  • Het Salon van de Vaas
  • Het Salon van de Ambassadeurs
  • Het Salon van de Maarschalken
  • Het Blauwe Salon (het Salon Bleu)
  • Het Lodewijk XVI-Salon
  • De Britse Appartementen
  • De Appartementen van Koningin Astrid
  • De Troonzaal; gebouwd door Leopold II
  • De Grote Galerij; gebouwd door Leopold II
  • De Muziekzaal

Daarnaast heeft het paleis nog veel andere zalen en gangen, verspreid over vier verdiepingen en de kelder.

Chronologische lijst van bewoners/gebruikers[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Varia[bewerken]

  • De grote salons op de eerste verdieping zijn gratis te bezoeken tijdens de vakantie na de Nationale Feestdag.
  • Het Koninklijk Archief is te raadplegen na schriftelijk verzoek.

Omgeving[bewerken]

Het koninklijk paleis ligt aan het Paleizenplein, tegenover het Warandepark in Brussel. Het dichtstbijzijnde metrostation is Troon.

Bibliografie[bewerken]

  • André Molitor e.a., Koninklijk Paleis Brussel. Musea Nostra. Gent, Gemeentekrediet & Ludion, 1993 (1).
  • Liane Ranieri, Léopold II urbaniste. Bruxelles, Hayez, 1973.
  • Irène Smets, Het Koninklijk Paleis in Brussel. Ludion, 2011. ISBN 9789055447831
  • Arlette Smolar e.a., Le Palais de Bruxelles. Huit siècles d'art et d'histoire Bruxelles, Crédit Communal, 1991.
  • Thierry Van Oppem, Aux origines du Palais Royal de Bruxelles, un hôtel ministériel de la fin du XVIIe siècle, in: Maison d'Hier et d'Aujourd'hui, (90), 1991, pp. 4-17.
  • Anne van Ypersele de Strihou, Le Sculpteur François Rude et les architectes Charles Vander Straeten et Tilman-François Suys au Palais royal de Bruxelles, in: Maisons d'Hier et d'Aujourd'hui, 1989, (81), pp.4-17 ; 1989, (82), 37-49.
  • Anne van Ypersele de Strihou, Auguste Rodin au Palais de Bruxelles. in: Maisons d'Hier et d'Aujourd'hui, 1990, (86), pp.59-68.
  • Anne van Ypersele de Strihou, La décoration de la Grande Galerie du Palais royal de Bruxelles, de Louis XIV à Léopold II, in: Maisons d'Hier et d'Aujourd'hui, 1993, (98), pp. 10-32.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]