Koninklijk Theater Carré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koninklijk Theater Carré
Voorzijde Theater Carré aan de Amstel
Voorzijde Theater Carré aan de Amstel
Locatie Amstel 115, Amsterdam
Huidig gebruik Theater
Bouw gereed 1887
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 185
Architect J.P.F.van Rossem en W.J.Vuyk
Foto's
Theaterzaal van Theater Carré.
Theaterzaal van Theater Carré.
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Koninklijk Theater Carré is een theater in Amsterdam en is gelegen aan de Amstel. Het heette oorspronkelijk Circus Carré en is gebouwd in de neorenaissancestijl.

Circus Carré[bewerken]

Al vanaf 1879 gaf het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré wintervoorstellingen in een tijdelijk houten gebouw met stenen voorgevel op het huidige Weteringscircuit in Amsterdam. Met de gemeente werd onderhandeld over nieuwbouw, maar dat schoot niet op. Toen vond op 8 december 1881 de Ringtheaterbrand plaats: ruim 400 bezoekers van het houten theatergebouw in Wenen vonden daarbij de dood. Een bouwvergunning voor Oscar Carré kwam daarna snel af.[1] Carré werd op 3 december 1887 geopend.

De 'Steenen Circus van Carré' of Carré zoals het nieuwe gebouw al snel genoemd werd, was aanvankelijk alleen in gebruik voor circusvoorstellingen in de wintermaanden.

Vanaf 1893 werd Carré, tijdens de periode dat het circus op tournee was, gebruikt door theaterproducent Frits van Haarlem, die er succesvolle variétévoorstellingen bracht. Carré veranderde daardoor in een theater voor allerlei vormen van volksvermaak. In 1911 werd - na het overlijden van Oscar Carré - de laatste voorstelling van het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré aan de Amstel gegeven.

Theater Carré[bewerken]

Van 1907 tot 1928 was het revuegezelschap van Henri ter Hall de voornaamste publiekstrekker in Carré. De naam werd In 1920 veranderd in Theater Carré. Het theater balanceerde in die tijd echter voortdurend op de rand van faillissement. Met name de periode onder directie van Herman Heijermans, die vergeefs probeerde volle zalen te trekken met grote spektakelstukken - o.a. zijn eigen De Vliegende Hollander of de grote weddenschap (1924) - werd berucht. In de jaren dertig keerde het tij onder leiding van de nieuwe directeur Alex Wunnink en zijn assistent Louis Dekker. Het hernieuwde succes van het theater was vooral te danken aan een uitgekiende programmering waarbij populaire Nederlandse revuegezelschappen zoals die van Louis Bouwmeester jr. met zijn Bouwmeester Revue en De Nationale Revue van Bob Peters werden afgewisseld met internationale voorstellingen van Italiaanse opera, operette en variété. In die tijd werd de (inter)nationale reputatie van Carré als top-theater bevestigd door de geregelde optredens van vedetten als Lou Bandy, Louisette, Buziau, Louis Davids, Josephine Baker, Sara Scuderi, de Fratellini, Grock en orkesten zoals dat van Jack Hylton.

Fronton van Theater Carré.

Wunnink werd na de Tweede Wereldoorlog opgevolgd door zijn zoon Karel Wunnink. Louis Dekker bleef al die jaren de man die het artistieke beleid van het theater bepaalde. Onder hun leiding beleefden nieuwe verschijnselen als de musical (Porgy and Bess, 1956) en de One Man Show (Toon Hermans, 1963) hun Nederlandse première in Carré. Daarnaast behoorden de revues van achtereenvolgens Snip en Snap en André van Duin en de circussen van Strassburger in die naoorlogse periode tot de vaste successen.

Bij poëzieliefhebbers werd Carré legendarisch door de manifestatie Poëzie in Carré, georganiseerd door Simon Vinkenoog in 1966. In die tijd was de positie van Carré nog steeds niet vanzelfsprekend. Aan het einde van de jaren zestig was enige tijd sprake van sloop van het theater door de toenmalige eigenaar Reinder Zwolsman. Artiesten kwamen in actie, onder wie Heintje Davids, die het liedje Er is maar één Carré uitbracht. De gemeente Amsterdam gaf uiteindelijk geen toestemming voor sloop. In 1977 kocht de gemeente het pand aan.

Bij het eeuwfeest in 1987 werd de musical Cats naar Carré gehaald. Het enorme succes luidde het begin in van een bloeitijd voor de musical in Nederland. De toekenning van het predicaat Koninklijk was de kroon op het eeuwfeest.

Tussen 1991 en 1993 werd Carré intensief verbouwd onder leiding van de architecten Onno Greiner en Martien van Goor; er werd onder meer een geheel nieuw toneelhuis gebouwd en de toneelopening werd fors vergroot. Tussen 2003 en 2004 werd het theater van binnen vrijwel geheel opnieuw opgebouwd en gerenoveerd door dezelfde architecten. De stalen bogen van de dakconstructie - die sedert de verbouwing van 2004 goed zichtbaar zijn voor het publiek - zijn niet ontworpen en vervaardigd door Gustave Eiffel, zoals veelal wordt geschreven[2], maar door de Amsterdamse bruggenbouwer Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen.[3]

Tegenwoordig[bewerken]

Carré tijdens Licht Festival 13/14 met Big Tree, door Jacques Rival

Carré wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt voor musicals, popconcerten, muziek-, toneel- en cabaretvoorstellingen. Ook De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet gebruiken de zaal incidenteel voor voorstellingen die zich minder goed lenen voor hun eigen, nabijgelegen Muziektheater.

Na een periode van afwezigheid kwam onder directeur Guus Oster in 1979 het circus terug met de optredens van het Russisch Staatscircus met de clown Popov. Na een tweede zeer succesvol bezoek werd op 19 december 1985 een oude traditie in ere hersteld: het kerstcircus. Vooral het Circus Knie met zijn vermaarde paardendressuur heeft zich geliefd gemaakt in Amsterdam.

Helemaal boven in het theater bevindt zich restaurant Oscar's, vernoemd naar de bekende oprichter Oscar Carré. Opvallend zijn ook de Logefoyer, ooit voor een deel in gebruik als woonruimte voor de familie Carré en enkele van hun artiesten, en Het Brandscherm, het grootste schilderij van Nederland uit één stuk, geschilderd door Siet Zuyderland.

Directeuren[bewerken]

Eerbetoon[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Mariëtte Wolf: Een plek om lief te hebben: geschiedenis van Carré, Uitgeverij Boom, 2012
  2. www.ggharchitecten.nl
  3. Mariëtte Wolf: Een plek om lief te hebben: geschiedenis van Carré, Uitgeverij Boom, 2012, ISBN 9789461052858