Koninklijk Theater Carré
| Koninklijk Theater Carré | ||
| Voorzijde Theater Carré aan de Amstel | ||
| Locatie | Amstel 115, Amsterdam | |
| Huidig gebruik | Theater | |
| Bouw gereed | 1887 | |
| Monumentstatus | Rijksmonument | |
| Architect | J.P.F.van Rossem en W.J.Vuyk | |
| Theaterzaal van Theater Carré. | ||
Koninklijk Theater Carré is een theater in Amsterdam en is gelegen aan de Amstel. Het heette oorspronkelijk Circus Carré en is gebouwd in de neorenaissancestijl.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Carré werd op 3 december 1887 geopend door circusdirecteur Oscar Carré. Toen nog Circus Carré geheten. Al vanaf 1879 gaf het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré op die plek aan de Amstel wintervoorstellingen in een tijdelijk houten gebouw met stenen voorgevel. De 'Steenen Circus van Carré' of Carré zoals het nieuwe gebouw al snel genoemd werd, was aanvankelijk alleen in gebruik voor circusvoorstellingen in de wintermaanden.
Vanaf 1893 werd Carré, tijdens de periode dat het circus op tournee was, gebruikt door theaterproducent Frits van Haarlem, die er succesvolle variétévoorstellingen bracht. Carré veranderde daardoor in een theater voor allerlei vormen van volksvermaak. In 1911 werd - na het overlijden van Oscar Carré - de laatste voorstelling van het Koninklijk Nederlandsch Circus Oscar Carré aan de Amstel gegeven.
Van 1907 tot 1928 was het revuegezelschap van Henri ter Hall de voornaamste publiekstrekker in Carré. De naam werd veranderd in Theater Carré in 1920. Het theater balanceerde in die tijd echter voortdurend op de rand van faillissement. Met name de periode onder directie van Herman Heijermans, die vergeefs probeerde volle zalen te trekken met grote spektakelstukken - o.a. zijn eigen De Vliegende Hollander of de grote weddenschap (1924) - werd berucht. In de jaren dertig keerde het tij onder leiding van de nieuwe directeur Alex Wunnink en zijn assistent Louis Dekker. Het hernieuwde succes van het theater was vooral te danken aan een uitgekiende programmering waarbij populaire Nederlandse revuegezelschappen zoals die van Louis Bouwmeester jr. met zijn Bouwmeester Revue en De Nationale Revue van Bob Peters werden afgewisseld met internationale voorstellingen van Italiaanse opera, operette en variété. In die tijd werd de (inter)nationale reputatie van Carré als top-theater bevestigd door de geregelde optredens van vedetten als Lou Bandy, Louisette, Buziau, Louis Davids, Josephine Baker, Sara Scuderi, de Fratellini, Grock en orkesten zoals dat van Jack Hylton.
Wunnink werd na de Tweede Wereldoorlog opgevolgd door zijn zoon Karel Wunnink. Louis Dekker bleef al die jaren de man die het artistieke beleid van het theater bepaalde. Onder hun leiding beleefden nieuwe verschijnselen als de musical (Porgy and Bess, 1956) en de One Man Show (Toon Hermans, 1963) hun Nederlandse première in Carré. Daarnaast behoorden de revues van achtereenvolgens Snip en Snap en André van Duin en de circussen van Strassburger in die naoorlogse periode tot de vaste successen. In 2008 vond het 24ste Kerstcircus plaats.
Bij poëzieliefhebbers werd Carré legendarisch door de manifestatie Poëzie in Carré, georganiseerd door Simon Vinkenoog in 1966. In die tijd was de positie van Carré nog steeds niet vanzelfsprekend. Aan het einde van de jaren zestig was enige tijd sprake van sloop van het theater door de toenmalige eigenaar Reinder Zwolsman. Artiesten kwamen in actie, onder wie Heintje Davids, die het liedje Er is maar één Carré uitbracht. De gemeente Amsterdam gaf uiteindelijk geen toestemming voor sloop.
In 1977 kocht de gemeente het pand aan. Door toekenning van het Predicaat Koninklijk, waardoor de naam ook in Koninklijk Theater Carré veranderde, bij het eeuwfeest in 1987 werd de door velen gevoelde status van Carré als een van de belangrijkste theaters van Nederland opnieuw bevestigd.
Tussen 1991 en 1993 werd Carré intensief verbouwd en tussen 2003 en 2004 werd het theater van binnen vrijwel geheel opnieuw opgebouwd en gerenoveerd. De stalen bogen van de dakconstructie - die sedert de verbouwing van 2004 goed zichtbaar zijn voor het publiek - zijn ontworpen en vervaardigd door Gustave Eiffel.
[bewerken] Tegenwoordig
Carré wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt voor musicals, popconcerten, circus-, muziek-, toneel- en cabaretvoorstellingen. Ook De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet gebruiken de zaal incidenteel voor voorstellingen die zich minder goed lenen voor hun eigen, nabijgelegen Muziektheater.
Helemaal boven in het theater bevindt zich restaurant Oscar's, vernoemd naar de bekende oprichter Oscar Carré. Opvallend zijn ook de Logefoyer, ooit voor een deel in gebruik als woonruimte voor de familie Carré en enkele van hun artiesten en Het Brandscherm, het grootste schilderij van Nederland uit één stuk, geschilderd door Siet Zuyderland.
[bewerken] Directeuren
- 1893-1911 Oscar Carré
- 1911-1920
- 1920-1921 Max Gabriël
- 1921-1922 Boekholt
- 1922-1924 Herman Heijermans
- 1924-1928
- 1928-1952 Alex Wunnink
- 1952-1974 Karel Wunnink
- 1974-1984 Guus Oster
- 1984-1997 Bob van der Linden
- 1997-2011 Hein Jens
[bewerken] Eerbetoon
- Een aantal artiesten is geëerd met een borstbeeld in de foyer van Carré. Onder hen Toon Hermans, André van Duin, Jos Brink, Youp van 't Hek en Tineke Schouten.
- Enkele artiesten werden na hun overlijden opgebaard in Carré: Henriëtte Davids, Beppie Nooij en Ramses Shaffy.
[bewerken] Externe link
| Zie de categorie Koninklijk Theater Carré van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |