Konstantínos Kaváfis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kavafis.
Manuscript van het gedicht Keriá.

Konstantínos Petros Kaváfis (Grieks: Κωνσταντίνος Πετρος Καβάφης, Konstandínos Petrou Kavafis) (Alexandrië, 29 april 1863 – aldaar, 29 april 1933) was een Nieuwgrieks dichter.

Leven[bewerken]

Hij werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863 als jongste zoon in een welgestelde koopliedenfamilie in de Griekse kolonie. Zijn beide ouders stamden uit Constantinopel. Nadat zijn vader in 1870 was overleden vertrok het gezin voor een tijdje naar Engeland, waar Kavafis een deel van zijn jeugd doorbracht en een Engelse opvoeding meekreeg (hij schreef zelf zijn naam in het Engels als ‘Cavafy’, en zo is hij in het Engelse taalgebied bekend).

Teruggekeerd naar Alexandrië in 1877, moest Chariklia Kavafis in 1882 andermaal met haar kinderen de stad verlaten wegens onlusten in Egypte, en ging zij weer bij haar vader in Constantinopel wonen. Opnieuw keerde zij, ditmaal definitief, naar Alexandrië terug, waar Kavafis tot aan haar dood in 1899 bij zijn moeder bleef inwonen. In 1892 was hij intussen gaan werken als ambtenaar bij het Ministerie van Bevloeiïngen, een saaie en onderbetaalde job, die hij niettemin dertig jaar heeft volgehouden. Het familiefortuin was sinds de dood van zijn vader langzaam weggesmolten.

Kavafis, die homoseksueel was, is nooit gehuwd geweest. Hij overleed te Alexandrië, uitgerekend op zijn zeventigste verjaardag, op 29 april 1933.

Dichter[bewerken]

Kavafis is omstreeks zijn twintigste begonnen met verzen te schrijven. Hij publiceerde zijn gedichten op losse bladen, die hij slechts aan goede vrienden bezorgde. Uiterst kritisch als hij was, en voortdurend twijfelend aan zijn dichterlijk talent, achtte hij veel werk niet rijp voor publicatie of werkte hij het herhaaldelijk om. Soms voegde hij die losse bladen wel eens samen tot een bundeltje, maar tijdens zijn leven is er geen enkele officiële bundel van hem verschenen.

Zijn hele oeuvre werd voor het eerst in 1935 gebundeld. Zijn stijl is sober en suggestief. Voortdurend objectief denkend, drukt hij zich uit met een eenvoud die het prozaïsche benadert. Kenmerkend is enerzijds de nostalgie en (homo-)erotiek in de persoonlijke gedichten, anderzijds de decadente schoonheid van historische onderwerpen die hij op een suggestieve manier schildert. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is de belangstelling voor zijn werk sterk toegenomen.

Vertalingen in het Nederlands[bewerken]

Een eerste vertaling in het Nederlands verschenen in 1934 van de hand van G.H. Blanken: 'Vijf en twintig verzen van Konstandinos P. Kavafis'. Twintig jaar later verscheen een herziene en uitgebreide druk. Op instigatie van de uitgever Johan Polak zette Blanken zijn vertaling voort. In 1977 kwam het complete werk uit bij Athenaeum-Polak & Van Gennep (laatste druk 2004). Een alternatieve vertaling van de gedichten door Hans Warren en Mario Molegraaf kwam rond 1980 tot stand. Na enkele bibliofiele uitgaven en tijdschriftpublicaties werd het complete werk in 1984 uitgegeven bij Bert Bakker (laatstelijk 2002). Andere, meer incidentele vertalingen in boekvorm verschenen van de hand van Marko Fondse (2000) en van Ton van der Stap (2006).

Externe links[bewerken]