Koolvlieg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koolvlieg
Maden van de koolvlieg Delia radicum
Maden van de koolvlieg Delia radicum
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Diptera (Tweevleugeligen)
Onderorde: Brachycera (Vliegen)
Familie: Anthomyiidae (Bloemvliegen)
Geslacht: Delia
Soort
Delia radicum
Delia floralis

Koolvlieg Delia radicum
Koolvlieg Delia radicum
Koolvlieg Delia radicum
Koolvlieg Delia radicum
Lege cocons van Delia radicum
Lege cocons van Delia radicum
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De koolvliegen (Delia radicum synoniemen Delia brassicae, Chortophila brassicae en Delia floralis komen voor op kruisbloemigen die mosterdolie of mosterdolieglucoside bevatten. De koolvlieg komt van nature voor in Europa.

(Kleine) koolvlieg[bewerken]

De koolvlieg Delia radicum lijkt op de huisvlieg, is 4-7 mm lang en heeft een licht- tot donkergrijze kleur. De koolvlieg zet haar eitjes vanaf half april af aan de voet van de kool-, radijs- of rammenasplant, soms ook in de bladoksels, zoals bij spruitkool. De maden kruipen dan in de spruitjes. Elke vlieg kan ongeveer 100 eitjes afzetten. De maden die uit de eitjes komen boren zich al vretend in de wortelhals van de stengel op de grens van bodem en lucht. Ook vreten ze aan de wortels. Hierdoor gaat de plant slap hangen en op de stengelvoet rotten. Jonge koolplanten worden loodkleurig, verwelken en komen los in de grond te staan. Bij de radijs en rammenas worden bruine gangetjes in de knol gevreten. De maden kunnen tot 9 mm lang worden. Er kunnen twee tot drie generaties per jaar voorkomen.

De koolvlieg wordt mogelijk aangetrokken door perssap uit de plant of door het mosterdolieglucoside sinigrine. Ze loopt in het begin op de bladeren heen en weer, wat vermoedelijk belangrijk is voor de chemoreceptoren, die zich op de poten bevinden. Daarna loopt de vlieg langs de stengel naar beneden en legt onderaan de stengel haar eitjes, die ze met wat grond bedekt.

Levenscyclus[bewerken]

De koolvlieg overleeft de winter als pop in de grond. De pop is vier tot acht mm lang, glad, ellipsvormig en geel tot kastanjebruin van kleur. Als de bodemtemperatuur in het voorjaar op 5 tot 8 cm diepte een temperatuur van ongeveer 15°C heeft bereikt kruipen de vliegen uit de pop. Meestal is dit omstreeks half april. Ze voeden zich met nectar. Drie tot zeven dagen later begint de eiafzetting en kan drie tot vijf weken (tot eind mei) doorgaan. Een eitje is 1 mm groot en worden per stuk of in groepjes van 2 tot 30 eitjes afgezet. De made ontwikkelt zich in 15 tot 37 dagen, waarna deze zich gaat verpoppen. Bij de tweede en derde vlucht is de periode van eiafzetting langer (eind juni – begin oktober) en worden er minder eitjes afgezet. De tweede vlucht is van eind juni tot begin juli en de derde vanaf augustus.

(Grote) koolvlieg[bewerken]

De koolvlieg Delia floralis tast vooral radijs en rammenas aan en leeft slechts één generatie per jaar.

Bestrijding[bewerken]

De koolvlieg kan bestreden worden door koolkragen of insectengaas te gebruiken. Koolkragen zijn te maken door ronde stukken uit oude autobinnenbanden te knippen en op de grond rond de stengel vast te maken. Ook worden wel emmers zonder bodem over de planten gezet.

Buitenlandse namen[bewerken]

  • Engels: Cabbage root fly, cabbage fly
  • Frans: Mouche du chou
  • Duits: Kohlfliege