Koolzaadolie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Canolaolie
Velden met koolzaad in Duitsland.

Koolzaadolie is een plantaardige olie die gewonnen wordt uit de zaden van koolzaad (Brassica napus). De olie is in principe geschikt voor menselijke consumptie maar heeft enkele minder aangenaam smakende bestanddelen. Er zijn tegenwoordig koolzaadrassen zonder deze hinderlijke eigenschap. In Canada staat koolzaadolie bekend als 'canola oil' omdat het woord 'rapeseed oil' onaangename associaties opwekt (rape = verkrachting). ‘Canola’ is een samentrekking van ‘Canada Oil’.[1]

Persen van de zaden van koolzaad[bewerken]

Voor het koud persen van olie uit koolzaad is maximaal 5% energie nodig ten opzichte van de energiekosten in de teelt. Er blijft na de persing een restproduct over: de perskoek, die een hoge voedingswaarde heeft en als krachtvoer voor vee kan worden gebruikt. De olie kan ook worden gebruikt als biobrandstof in dieselmotoren.

Toepassing[bewerken]

Tussen maart 2006 en januari 2010 mochten landbouwers in Nederland accijnsvrij olie verkopen. Hierdoor was koolzaad voor gemengde bedrijven een rendabel alternatief voor graan. Met een investering van 5000 euro voor een pers en zuiveringsapparatuur kan een landbouwer deels of volledig zijn eigen krachtvoeder maken. De teelt van koolzaad geeft de landbouwer naast stro ook perskoeken en olie.

Oliesamenstelling[bewerken]

Vetzuursamenstelling van koolzaadolie
Soort vetzuur Perc.
(%)
verzadigde vetzuren 7
palmitinezuur 4,2
stearinezuur 1,5
enkelvoudig onverzadigde vetzuren 60,5
palmitolzuur 0,2
oliezuur 57,8
meervoudig onverzadigde vetzuren 30,7
linolzuur 21
alpha-linoleenzuur 9,7
transvetzuren 0

Gebruik als biobrandstof[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Biobrandstof voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Diesel van koolzaad is viskeuzer dan diesel. Een kleine aanpassing van de motor voorkomt onderdruk bij gebruik in een verbrandingsmotor, door de opvoerpomp in de injectiepomp die olie aanzuigt van de tank naar de motor. Opwarming met een warmtewisselaar voorkomt dat in de motor dikke olie zich lastig laat vernevelen in de cilinders en brengt de olie dichter bij zijn ontbrandpunt. De olie blijft vloeibaar tot -15°C.

Daarnaast wordt vaak gestart met minerale diesel en later overgeschakeld op olie. Voordat de motor uitgezet wordt moet deze eerst weer even op minerale diesel lopen om startproblemen bij de volgende start te voorkomen.

Biodiesels zijn mono-alkylesters terwijl vetten drievoudige esters (triglyceriden) zijn. Bij de productie van biodiesel ontstaat als bijproduct glycerol (1,2,3-propaantriol, een 3-waardige alcohol). Er worden bovendien ontbrandingsstoffen toegevoegd om het octaangetal te verhogen. De viscositeit is dan minder temperatuurafhankelijk hoewel deze om te beginnen in sterke mate afhangt van de aard van de vetten die worden gebruikt voor het transestereficatieproces waarbij biodiesel ontstaat door de reactie van een (meestal primaire) alcohol met dierlijke of plantaardige vetten in aanwezigheid van een katalysator.

Biodiesel is vergelijkbaar met minerale diesel, maar een mogelijk nadeel is de hogere zuurgraad die overigens kan worden vermeden door het productieproces te optimaliseren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. ‘Oil of Olé’, op: Snopes, geraadpleegd op 6 augustus 2014