Koopzondag
Een koopzondag (ook: winkelzondag) is een zondag waarop winkels geopend mogen zijn. De term 'koopzondag' komt zodoende alleen voor in landen waar winkels niet onbeperkt op zondag open mogen zijn.
Inhoud |
[bewerken] Nederland
In Nederland geeft de Winkeltijdenwet uit 1996 het kader:
- Het is verboden op zon- en feestdagen geopend te zijn en om op werkdagen voor 06.00 uur en na 22.00 uur geopend te zijn.
- Gemeenten mogen vrijstelling verlenen voor maximaal 12 zon-/feestdagen per jaar.
- Vrijstelling is mogelijk voor avondwinkels.
- Aanvullende vrijstelling is mogelijk in gemeenten of delen van gemeenten ten behoeve van toerisme, en in de nabijheid van grensovergangen langs daarop aansluitende doorgaande wegen ten behoeve van grensoverschrijdend verkeer.
Deze laatste bepaling was op uitdrukkelijk verzoek van de PvdA ingebracht.
De koopzondagen zijn ingevoerd ten tijde van de paarse kabinetten door de D66-minister van Economische Zaken Hans Wijers. Dit was het eerste naoorlogse kabinet zonder een christelijke partij. Tegen de komst van de koopzondag is veel protest uit de hoek van de christenen en een deel van de kleine zelfstandigen. Uiteindelijk is besloten dat gemeenten zelf kunnen beslissen over het al dan niet invoeren van een koopzondag. Op verzoek van ChristenUnie en SGP is het tevens bij wet geregeld dat werknemers met gewetensbezwaren het recht hebben om werk op zondag te weigeren.
[bewerken] Vrijstellingenbesluit
Het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet[1] kent een aantal situaties waarin het op (bepaalde) zondagen toegestaan is (bepaalde) producten te verkopen. Hieronder vallen bijvoorbeeld:
- Zorginstellingen (ziekenhuizen, bejaardenoorden, apotheken)
- Verkooppunten voor reizigers (OV, luchthavens, tankstations)
- Culturele instellingen (musea, evenementen, kermis, carnaval)
- Sportcomplexen voor de verkoop van sportartikelen
- Portretfoto's voor de Eerste Heilige Communie
- Verkoop van bloemen tijdens Allerheiligen en Allerzielen
- Brood en gebak tijdens de Ramadan (vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang, in winkels die normaal ook brood en gebak verkopen)
[bewerken] Ontwikkelingen
Op 1 juni 2005 werd in Utrecht een referendum gehouden over de vraag of alle zon- en feestdagen een koopzondag moesten worden. Bij een opkomst van 60% stemde 65% tegen uitbreiding.
In 2006 werd de Winkeltijdenwet geëvalueerd. Volgens het Rapport Evaluatie Winkeltijden (2006) was destijds het aantal koopzondagen als volgt verdeeld:
- 20% van de gemeenten had geen koopzondagen;
- 7% had 1, 2 of 3 koopzondagen per jaar;
- 10% had 4 tot 7 koopzondagen;
- 9% had 8 tot 10 koopzondagen;
- 31% van de gemeenten hanteerde het maximale aantal van 12 koopzondagen;
- 20% van de gemeenten hanteerde het 'toeristisch regime', waarin alle zondagen koopzondagen zijn.
Iets meer dan de helft van de gemeenten (waaronder de grootste gemeenten) maakten gebruik van het maximale aantal van 12 koopzondagen of hadden er meer.
[bewerken] Toename aantal gemeenten met toeristisch regime
Sinds 2006 is het aantal gemeenten waar 12 of meer dan 12 koopzondagen gehanteerd worden beduidend toegenomen, o.a. in Utrecht.[2][3].
Bij een vervolgonderzoek in het najaar van 2007, bleek dat van de 443 gemeenten er 157 (35%) gebruik maakten van de toerismebepaling - bijna een verdubbeling t.o.v. het 1 jaar oudere onderzoek in 2006 [4]. In 2009 bleek het aantal gemeenten met toeristisch regime te zijn gestegen naar 185 of 42 % van het totaal aantal gemeenten [5][6]. Begin 2010 was het aantal toeristische gemeenten gestegen naar 47 % volgens de heer Van Roekel van de Stadspartij Wageningen [7].
Al eerder, eind 2006 hadden de Tweede Kamerleden Bas van der Vlies (SGP) en Sharon Gesthuizen (SP) een initiatiefwetsvoorstel ingediend om de mogelijkheid voor gemeenten om het toeristisch regime te hanteren te beperken. Dat zou voortaan alleen maar mogelijk zijn voor een gedeelte van de gemeente waar sprake is van "toerisme van structurele en uitzonderlijke aard en omvang". Bovendien zouden de gemeenten hiervoor goedkeuring van de Minister van Economische Zaken nodig moeten hebben.
In 2009 werd vanuit het CDA en de ChristenUnie kritiek geuit op het toenemende aantal vrijstellingen voor de wekelijkse koopzondagen. Volgens deze partijen wordt er misbruik gemaakt van het begrip 'toeristisch gebied'.
[bewerken] Rechtszaken
In 2009 leidde de wens tot meer koopzondagen tot verscheidene rechtszaken, onder andere over de eerste koopzondag ooit in Lisse[8] waartegen een relatief kleine groep - zeven - winkeliers bezwaren hadden. Ondanks de verloren rechtszaak is een jaar later in 2010 de koopzondag alsnog - na een besluit van de meerderheid van de gemeenteraad - ook in Lisse ingevoerd.[9] In eerste instantie koos de gemeenteraad voor 6 koopzondagen, dit bleek een groot succes waaraan veel - bijna honderd - winkeliers aan meededen [10] [11]. Het grote succes leidde ertoe dat de gemeenteraad besloot om het aantal uit te breiden van 6 in 2010 naar 12 in 2011 [12], bovendien ontving de gemeenteraad het verzoek om het aantal koopzondagen verder uit te breiden van 12 naar 36 [13].
Ook in Rotterdam was er weerstand tegen een uitbreiding van het gebied waar de winkels elke zondag open mogen zijn.[14] Begin 2010 besloot de rechter dat een uitbreiding toegestaan was. Na een effectieve lobby van ondernemers en de gemeente is Alexandrium het achtste toeristische gebied van Rotterdam.[14] Al snel na de invoering bleek dat de omzet in het winkelcentrum Alexandrium - voor de winkels die op zondag open zijn - beduidend omhoog is gegaan en dat er daar tweehonderd extra banen bijgekomen zijn na de zondagsopening.[15]
[bewerken] Toename van aantal winkels dat open is op zondag
Er is een groeiend aantal steden waar winkels in het centrum op elke zondag open mogen zijn, zoals Leiden. Als enige van de drie grote steden stond Den Haag voor maart 2010 (en wel met ingang van 1 januari 2006) zondagsopening toe aan alle winkels in de gehele stad (centrum en buitenwijken).[16] Vooral de grote supermarktketens en buitenlandse kleine ondernemers (zoals de Franse bakker in het Laakkwartier) maken hier gebruik van. In de andere twee grote steden is het gebied waar koopzondag mogelijk is fors uitgebreid in 2010.[17] Steden waar winkels in zowel centrum en de buitenwijken op zondagen standaard open mogen zijn, zijn onder andere (situatie maart 2010) Almere, Amsterdam, Den Haag sinds 2006, Den Helder en Delft. In Rotterdam mogen de winkels elke zondag in het centrum en in een toenemend aantal buitenwijken open zijn.
In februari 2009[18] berichtte de NOS dat het aantal supermarkten dat op zondag open is snel stijgt. Begin 2009 waren het er 300 waarvan ongeveer 150 AH-supermarkten. De NOS schrijft verder dat de meeste supermarkten die op zondag open zijn in de Randstad liggen. Sinds begin 2009 hebben verscheidene supermarktketens geprobeerd om zoveel mogelijk op zondag open te zijn. Dit onder andere door gebruik te maken van de avondwinkelroute, dat wil zeggen: een supermarktvestiging wordt (alleen op zondag) een avondwinkel. De supermarktketen DekaMarkt is indien mogelijk geopend op zondag.[19]
Het aantal supermarkten dat op zondag open is nam gedurende 2009 wederom fors toe onder andere in de Achterhoek,[20] begin 2009 waren 300 supermarkten open op zondag, begin januari 2010 was dat opgelopen tot ongeveer 400.[21]
In de eerste helft van 2010 nam het aantal supermarkten dat op zondag open is toe, vooral door de ruimere mogelijkheden in Amsterdam en Rotterdam en wel van bijna 400 naar bijna 600 in april 2010, een stijging van 50%.[22] Echter, in hetzelfde jaar nam ook de tegenstand tegen de koopzondag toe. Was in 2006 de invoering van een stadsbrede koopzondag in Den Haag een vrij geruisloze ontwikkeling, de invoering van een stadsbrede koopzondag in Amsterdam leidde tot verscheidene rechtszaken. Een groep van 25 winkeliers en winkeliersverenigingen uit het Stadsdeel Noord probeerde, in eerste instantie succesvol, de algehele zondagsopening in Amsterdam tegen te houden.[23][24][25] In april 2010 werd echter bepaald dat zowel in het centrum als in alle Amsterdamse buitenwijken winkels op zondagen open mogen zijn.[26] Hiervan maken grote supermarktketens ruim gebruik. De Albert Heijn had meer dan 60 winkels open op zondag in april 2010 (een verdubbeling t.o.v. een jaar eerder), slechts enkele filialen - vooral die gelegen in zakendistricten - maken geen gebruik van de mogelijkheid om op zondag op te gaan.
In 2011 is het aantal winkels dat op zondag open mag zijn verder toegenomen, niet zozeer in de grote steden in het westen (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam (m.u.v. een aantal stadsdelen)) waar de winkels elke zondag al open mogen zijn. De discussie / strijd over de zondagsopeningstijden verplaatst zich nu naar de kleinere steden in de rest van het land en naar het platteland, zo mogen vanaf 1 januari 2011 alle supermarkten open zijn in Deventer [27] in Enschede[28] en alle winkels in Zutphen [29] In Alkmaar en Utrecht mogen levensmiddelenwinkels sinds 2012 op zondag open. In Utrecht van 10.00 tot 19.00 en in Alkmaar van 12.00 tot 20.00.
[bewerken] Toename van aantal mensen dat op zondag winkelt en van aantal voorstanders van koopzondagen
In 1998 winkelde 40% van alle Nederlanders wel eens op zondag. In 2008 maakte daarentegen 74% van de ondervraagden wel eens gebruik van de koopzondag, volgens een onderzoek uitgevoerd door Q&A Research en Consultancy. [30] Een ander onderzoek komt uit op 78%. [31][bron?]
[bewerken] Wetswijziging
In 2009 sprak de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie af om misbruik van de toerismebepaling in te dammen, en een wetsvoorstel hiertoe werd op 24 november 2009 aangenomen door de Tweede Kamer. Het Kabinet-Rutte hield vast aan deze plannen van het voorgaande kabinet.[32] Het wetsvoorstel is op 23 november 2010 aangenomen door de Eerste Kamer.[33] De wet is gepubliceerd in het Staatsblad van 7 december 2010 en is op 1 januari 2011 in werking getreden.[34] De wet voorziet in een overgangstermijn van één jaar voor gemeenten die op 1 januari 2011 reeds een toeristisch regime hadden ingesteld, om hun besluitvorming aan de wetswijziging aan te passen.
Een voorstel, in de vorm van een initiatiefwet ingediend door GroenLinks en D66, om het toerismecriterium te laten vervallen en gemeenten de mogelijkheid te geven om onbeperkt koopzondagen in te stellen werd verworpen door de Tweede Kamer op 21 april 2011.[35]
[bewerken] Maatschappelijke weerstand tegen beperking van koopzondagen
Volgens het Nederlands Dagblad zou er maatschappelijke weerstand tegen het beperken van koopzondagen zijn.[36]
Behalve supermarktketens en winkeliers zijn er ook steeds meer gemeenten die zich organiseren om de wet te veranderen: Eindhoven, Deventer en Nijmegen hebben een brief gestuurd naar de minister met deze vraag.[37] Op andere plaatsen (met name in de Bijbelgordel) echter zijn er kerken succesvol in hun verzet tegen koopzondagen en zijn supermarkten - zelfs als deze legaal open mogen zijn - niet open.[38][39]
[bewerken] België
Op koopzondagen mogen de winkels in België 's middags geopend zijn. In maart 2006 werd het aantal koopzondagen verhoogd van drie naar maximaal negen. Zes daarvan worden federaal vastgesteld en drie mogen door de gemeenten worden vastgesteld. Tevens werden toen de criteria versoepeld waaraan een gemeente moet voldoen om als "toeristisch centrum" te worden erkend.[40]
Daarnaast bestaan er regelingen om voedingswinkels op zondag te openen en ruimere regelingen voor zondagsopening voor bepaalde sectoren zoals de meubel- en doe-het-zelfwinkels en de tuincentra.
[bewerken] Voor- en nadelen
| De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist. Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie. |
Voorstanders van de koopzondag vinden dat winkeliers zelf mogen beslissen of zij op zondag open willen zijn en dat consumenten zelf mogen beslissen op welke dag zij winkelen.
- Voorstanders stellen dat een verbod op religieuze gronden niet past in een seculiere maatschappij.
- Een aantal ondernemers vindt dat zij zelf mogen beslissen op zondag wel of niet geopend te zijn. Terugdringen van beperkende regelgeving zou volgens hen de economie bevorderen. Volgens voorstanders bedraagt het verwachte banenverlies in Nederland 24 duizend banen.[41]
- Een enquête[42] door een verklaard tegenstander van de koopzondag (de christelijke vakbond CNV) geeft aan dat een meerderheid een voorkeur heeft voor zondagsopenstelling dit vooral in de steden en minder in het landelijke noorden. Volgens hetzelfde CNV-onderzoek[42] is 26% tegenstander van de huidige wetgeving die verschillende steden de mogelijkheid biedt om elke zondag koopzondag te hebben.
- voorstanders wijzen erop dat kleine winkeliers zoals bakkers een concurrentievoordeel hebben bij het op zondag open zijn [43] en dat een meerderheid van ambachtelijke bakkers op zondag open wil zijn [44]. Ook wijzen zij erop dat Nederland het enige land in Europa is waar bakkers op zondag niet open mogen zijn [45]
- een minderheid van winkeliers (grofweg een derde) zou tegen vrije koopzondagen zijn, zo blijkt uit een interview met de vicevoorzitter van MKB-Nederland in het Reformatorisch Dagblad[46]. Verder meent de vicevoorzitter dat "een kleine winkelier die zijn deuren gesloten houdt op zondag (...) geen extra achterstand tegenover het grootwinkelbedrijf [hoeft] te hebben". Het MKB Nederland was voorheen een tegenstander van de koopzondag echter heeft haar mening gewijzigd.
- voorstanders wijzen op het feit dat werknemers financieel voordeel hebben bij het werken op zondag (de hoogte hiervan verschilt per cao, bij supermarkten is dit bijvoorbeeld 100% extra salaris) bij het werken op zondag en het feit dat werken op zondag volgens de wet vrijwillig is [47]
Tegenstanders van de koopzondag vrezen voor oneerlijke concurrentie t.o.v. kleinere ondernemers die geen zondagspersoneel kunnen betalen of vinden dat men principieel niet mag winkelen op zondag of een winkel mag open hebben.
- Terwijl grote bedrijven zonder moeite de deuren kunnen openen op zondag, hebben kleinere ondernemingen financieel niet of nauwelijks de mogelijkheid om op zondag personeel in te zetten. Zodoende verslechteren koopzondagen de concurrentiepositie van kleine ondernemingen, volgens onder meer de verklaard tegenstander de Socialistische Partij en (tot 2008) MKB-Nederland[48][49] die sindsdien haar standpunt heeft veranderd en een voorstander is geworden van koopzondagen.
- Met ruimere openingstijden, waardoor er 's zondags meer mensen in de winkelstraten komen, worden de gemeentelijke kosten voor vervoer, schoonmaak en politie hoger. Dit argument werd onder andere naar voren gebracht door de ChristenUnie - SGP Hoek van Holland.[50] De raadscommissie Economische Zaken van de Tilburgse gemeenteraad berekende in juni 2011 dat het toestaan van wekelijkse zondagsopening in die gemeente een kostenpost van ongeveer 80.000 euro voor extra toezicht en schoonmaak met zich meebrengt.[51]
- Voor een deel van de christelijke bevolking, met name de stemmers van de SGP en ChristenUnie, is de zondag een rustdag waarop niet alleen de winkels dicht moeten blijven maar bijvoorbeeld ook sportverenigingen niet actief mogen zijn en zwembaden dicht moeten zijn.[52]
- Volgens een artikel op de website van de SP is de Raad Nederlandse Detailhandel voornemens om de zondagtoeslag, die vaak wordt aangehaald als argument vóór werken op zondag, af te schaffen bij ruimere zondagsopenstelling, omdat de zondag dan eigenlijk een gewone werkdag wordt.[53] Hiermee verdwijnt voor werknemers een financieel voordeel van werken op zondag.
- Het Europees Sociaal Handvest garandeert in artikel 2, lid 5 het recht op een wekelijkse rustperiode die zo mogelijk samenvalt met de dag die volgens traditie of gebruik in het betreffende land of de betreffende regio als rustdag geldt.[54]
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
Sites die een overzicht geven van koopzondagen van de verschillende gemeenten in Nederland: