Koopzondag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een koopzondag is een zondag waarop winkels geopend mogen zijn. Koopzondagen komen derhalve alleen voor in landen waar winkels niet onbeperkt op zondag open mogen zijn.

Inhoud

[bewerken] Nederland

De regeling dat gemeenten koopzondagen mogen aanwijzen is ingevoerd bij de invoering van de winkeltijdenwet in 1996. Deze wet houdt het de volgende regeling voor koopzondagen in:

  • Op zondag mogen winkels in principe niet open zijn.
  • Gemeenten mogen maximaal 12 zondagen per jaar aanwijzen als koopzondag.
  • In toeristische plaatsen geldt een toeristisch regime, dat inhoudt dat elke zondag een koopzondag is. (Deze extra bepaling is er destijds op uitdrukkelijk verzoek van de PvdA ingebracht.)

De koopzondagen zijn ingevoerd ten tijde van de paarse kabinetten door de D66-minister van Economische Zaken Hans Wijers. Dit was het eerste na-oorloge kabinet zonder een christelijke partij. Tegen de komst van de koopzondag was aanvankelijk veel protest uit de hoek van de christenen en de kleine zelfstandigen. Uiteindelijk is besloten dat gemeenten zelf kunnen beslissen over het wel of niet invoeren van een koopzondag. Op verzoek van ChristenUnie en SGP is het bij de wet tevens geregeld dat werknemers met gewetensbezwaren het recht hebben om werk op zondag te weigeren.

Er zijn steden waar de winkels in het centrum op zondagen standaard zijn geopend, zoals Almere, Rotterdam en Amsterdam. Als enige stad mogen in de regeringsstad Den Haag alle winkels in de gehele stad (centrum en buitenwijken) open zijn, vooral de grote supermarktketens en allochtone kleine ondernemers maken hier gebruik van. Op 23 februari 2009 berichtte de NOS dat het aantal supermarkten dat op zondag open is snel stijgt. Begin 2009 waren het er 300. De NOS schrijft verder dat de meeste supermarkten die op zondag open zijn in de Randstad liggen. De schatting van 300 supermarkten die landelijk op zondag open zijn lijkt aan de lage kant, alleen al de AH heeft in Den Haag 30 supermarkten die elke zondag open zijn. In Amsterdam zijn er bijna 25, in Rotterdam 15 AH winkels en in Utrecht 10 winkels die elke zondag open zijn.

Andere steden hebben slechts een beperkt aantal weekenden een koopzondag en/of wordt de koopzondag soms beperkt tot de winkels in het centrum. Rond dagen dat er veel kooplustigen worden verwacht, zoals Sinterklaas en kerst, worden in het algemeen speciale koopzondagen ingelast.

Referendum over de koopzondag in Utrecht op 1 juni 2005.

Op 1 juni 2005 werd in Utrecht een referendum gehouden over de vraag of alle zon- en feestdagen een koopzondag moesten worden. Bij een opkomst van 60% stemde 65% tegen uitbreiding.

In 2006 werd de winkeltijdenwet geëvalueerd. Volgens het Rapport Evaluatie Winkeltijden (2006) is het aantal koopzondagen als volgt verdeeld:

  • 20% van de gemeenten heeft geen koopzondagen
  • 7% heeft 1, 2 of 3 koopzondagen per jaar
  • 10% heeft 4 tot 7 koopzondagen
  • 9% heeft 8 tot 10 koopzondagen
  • 31% van de gemeenten hanteert het maximale aantal van 12 koopzondagen
  • 20% van de gemeenten hanteert het 'toeristisch regime', waarin alle zondagen koopzondagen zijn.

Op 21 december 2006 hebben de Tweede Kamerleden Bas van der Vlies (SGP) en Sharon Gesthuizen (SP) een initiatiefwetsvoorstel ingediend om de mogelijkheid voor gemeenten om het toeristisch regime te hanteren te beperken. Dat zou voortaan alleen maar mogelijk zijn voor een gedeelte van de gemeente waar sprake is van "toerisme van structurele en uitzonderlijke aard en omvang". Bovendien zouden de gemeenten hiervoor goedkeuring van de Minister van Economische Zaken nodig hebben.

[bewerken] België

Op koopzondagen mogen de winkels in België 's middags geopend zijn. In maart 2006 werd het aantal koopzondagen verhoogd van drie naar maximaal negen. Zes daarvan worden federaal vastgesteld en drie mogen door de gemeenten worden vastgesteld. Tevens werden toen de criteria versoepeld waar een gemeente aan moet voldoen om als "toeristisch centrum" te worden erkend. [1]

Daarnaast bestaan er regelingen om voedingswinkels op zondag te openen en ruimere regelingen voor zondagsopening voor bepaalde sectoren zoals de meubel- en doe-het-zelf-winkels en de tuincentra.

[bewerken] Voor- en tegenstanders

Voorstanders van de koopzondag vinden dat consumenten zelf mogen beslissen op welke dag zij winkelen. Een verbod op religieuze gronden past niet in een seculiere maatschappij. Ook ondernemers vinden dat zij zelf mogen beslissen op zondag wel of niet geopend te zijn. Terugdringen van beperkende regelgeving kan de economie bevorderen.

Er zijn ook tegenstanders van de koopzondag. Vooral Christenen wijzen op de zondag als rustdag. Zelfstandige ondernemers vrezen voor hun handel en moeten ten opzichte van grote winkelbedrijven relatief meer inspanning verrichten om zeven dagen per week open te zijn. Vakbonden wijzen op de vergoeding voor zondagsdienst en overwerk.

Vanuit het verenigingsleven wordt opgemerkt dat het steeds moeilijker wordt om groepsactiviteiten in het weekend te onderhouden. Uit andere kringen wordt gewezen op het nog meer verdwijnen van vaste ritmes van, in dit geval, dag en week en de uitwerking daarvan op het welbevinden van de mens.

Tegenstanders zien de koopzondagen als voorbeeld van de consumptiemaatschappij. De Niet-Winkeldag kan men beschouwen als de tegenhanger van de koopzondag.

[bewerken] Zie ook

  1. UNIZO-Winkelraad over beslissing ministerraad verruimen zondagwinkelen
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen