Koppelverkoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Er is sprake van koppelverkoop, wanneer de leverancier de verkoop van een bepaald product afhankelijk stelt van de koop van een ander product. Het eerste product wordt het „koppelende” product genoemd, en het tweede het „gekoppelde” product.

Vaak verkoopt de leverancier het koppelende product voor een laag bedrag en maakt de winst op het gekoppelde product. Sprekende voorbeelden zijn de verkoop van cartridges (gekoppelde product) bij printers (koppelende product) en scheermesjes (gekoppelde product) bij krabbertjes (koppelende product). Het kan echter ook zijn, dat een product het niet zonder zijn koppelverkoop kan stellen: je zou vreemd opkijken wanneer een schoen zonder schoenveters verkocht zou worden.

Er is een aantal redenen waarom koppelverkoop aan banden is gelegd. Op deze manier kunnen bedrijven bijvoorbeeld concurrenten uit de markt drukken, wat de marktwerking verstoort. Een andere reden is om consumenten te beschermen. Met koppelverkoop is het gemakkelijk voor verkopers om consumenten meer te laten betalen dan ze eigenlijk willen. Eerst wordt de consument gelokt met een goedkoop product en als hij besloten heeft het product te kopen, wordt er even bij verteld dat hij dan ook een ander, vaak erg duur product erbij moet nemen. Veel mensen zijn dan niet meer in staat het aanbod af te slaan, ook al weten ze dat het niet zo goedkoop meer is.

Alleen verboden voor ondernemingen met een economische machtspositie[bewerken]

In een aantal gevallen is koppelverkoop in Nederland verboden op grond van de Mededingingswet (art. 24 ev.[1]). Koppelverkoop is alleen verboden voor ondernemingen met een economische machtspositie. Om te bepalen of er sprake is van een economische machtspositie moet eerst de relevante markt afgebakend worden. Daarna moeten de volgende factoren bekeken worden:

  1. marktaandeel van de onderneming
  2. marktaandelen van de concurrenten
  3. andere omstandigheden die een voorsprong kunnen geven op de concurrenten zoals financiële reserves en technologische kennis
  4. toetredingsbelemmeringen tot de markt

In België (De Wet op de handelspraktijken, Afdeling 5 [2]) is de wetgeving op dit vlak veel strenger. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om GSM's uitsluitend samen met een bepaald telefonie-abonnement te verkopen, wat in Nederland wel kan. In 2009 besliste het Europees Hof van Justitie dat het Belgisch verbod op koppelverkoop in strijd is met het Europese recht.[3] Vanaf 23 april 2009 mag geen enkele rechtbank in België iemand nog veroordelen wegens koppelverkoop.

Voorbeelden[bewerken]

  • Een fabrikant van schoenen die meer dan vijftig procent van de schoenenmarkt bezit, mag toch schoenveters bij zijn product verkopen. Schoenveters horen immers "onlosmakelijk" bij schoenen. Er is weliswaar een afzonderlijke markt voor schoenveters; er bestaat echter geen markt voor veterschoenen zonder veters.
  • In Nederland kon je alleen een Apple iPhone kopen in combinatie met een T-Mobile abonnement. Hier is geen sprake van koppelverkoop omdat het gaat om twee ondernemingen die een overeenkomst sluiten en niet om één onderneming die twee producten koppelt.[4]
  • Een fabrikant van computers, die bijvoorbeeld tien procent van de markt bezit, mag toch Microsoft Windows bij zijn product verkopen. Het koppelende product is immers de computer; er is voor deze fabrikant dus geen aanzienlijke marktmacht.
  • Microsoft mag niet de Windows Media Player gratis koppelen aan Windows en heeft hiervoor een boete gekregen van de Europese Commissie.

Wet op het consumentenkrediet[bewerken]

Koppelverkoop bij consumentenkrediet is strenger gereguleerd door de wetgever. Het is altijd verboden de verkoop van een (hypotecaire) lening te koppelen aan de verplichte verkoop van een ander product (zoals verzekeringen). Het staat een geldverstrekker wel vrij om het andere product aan te bieden, maar de consument moet altijd de vrijheid hebben dat product ergens anders te kopen. De geldverstrekker is zelfs verplicht hierop te wijzen. Hier is het altijd verboden om andere producten (zoals verzekeringen) te koppelen aan de verkoop van een (hypotecaire) lening.

De Nederlandse Wet op het consumentenkrediet bepaalt: Nietig is een overeenkomst als bedoeld in artikel 30, eerste lid, voor zover daarbij [...] de kredietnemer zich verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst, anders dan ingeval [...] uitdrukkelijk aan de kredietnemer het recht wordt toegekend te bepalen met welke wederpartij die overeenkomst zal worden aangegaan.

Deze wet geldt niet voor krediettransacties waarbij de kredietsom meer dan € 40 000 bedraagt, en niet voor hypothecair krediet.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties