Koren (graan)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tarwe

Koren is een algemene term voor graan dat voor voedsel wordt verbouwd.[1] Afhankelijk van de regio gaat het meestal om tarwe, rogge of gerst. Koren werd voorheen vaak opgebonden op het veld. Dit wordt een korenschoof genoemd, een in de Bijbel veelgebruikte term. Koren bloeit meestal als aren, waardoor men ook wel spreekt van een korenaar om de halm van het graan mee aan te duiden.

Soms wordt boekweit (Fagopyrum esculentum) ten onrechte als koren aangeduid. Deze plant behoort echter niet tot de grassenfamilie en is dus geen graan.

Spreekwoorden[bewerken]

  • Zijn koren groen eten: alles snel opdoen (opmaken) en niets opsparen (van de hand in de tand leven).[2]
  • Dat is koren op zijn molen: dat komt hem handig uit.[3]
  • Er is geen koren zonder kaf: niets is zonder gebreken (Cf. Het kaf van het koren scheiden).[4]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. s.v. koren, VanDale.nl (2008).
  2. F.A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, I, Zutphen, 19234, p. 495.
  3. F.A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, I, Zutphen, 19234, pp. 495-496.
  4. F.A. Stoett, Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, I, Zutphen, 19234, p. 496.