Korowai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Korowaiman
Boomhuis van de Korowai

De Korowai, ook wel Kolufo genoemd, zijn een volk in zuidoost Papoea, het zuidoostelijke deel van westelijk Nieuw-Guinea. Naar schatting bestaat het volk uit circa 3000 personen. Tot de jaren '70 waren zij zich niet bewust van het bestaan van andere volken naast hun eigen groep en enkele volken in de directe omgeving. Volgens sommige bronnen behoort deze groep tot een van de weinige volken die ook vandaag de dag nog kannibalisme praktiseren.[1] Andere bronnen spreken dit echter tegen en stellen dat er al zeker 20 jaar geen sprake meer is van kannibalisme bij de Korowai.[2]

De term Korowai is een Maleise verbastering van de naam Kolufo, en slaat meer op een gemeenschappelijkheid qua taal, dan op een stameenheid. De patriclan is voor de Korowai zelf de relevante eenheid als het gaat om zelfidentificatie. Dit Papoeavolk, uit het subdistrict Kouh in het zuidelijke district Merauke van de Indonesische provincie Papoea, woont tussen de Eilanden- en de bovenstroom van de Beckingrivier.

Leven op het ritme van de sagopalm[bewerken]

Zonder de sagopalm zouden de Korowai verloren zijn. Deze palmboom is niet alleen nuttig voor de bouw van hun huizen, hij dient ook als voedsel. Nadat de vezelige stam geraspt en gefilterd is, geeft hij een zetmeel vrij, sago genaamd. Eén enkele familie gebruikt één boom per week! Dus wanneer er in de omgeving geen sagopalmen meer staan, verhuist de stam. De sagopalm die als voedsel of bouwmateriaal gediend heeft, wordt daarna nog als brandstof gebruikt. De Korowai jagen (op bv. wild zwijn en kasuaris) en vissen ook, met behulp van pijlen die ze zelf maken.

Huizen[bewerken]

Het huis staat op 12 tot 50 m van de grond. De schors van de sagopalm wordt gebruikt voor de plankenvoer en de muren. De bladeren vormen het dak. Het geraamte van het huis bestaat uit takken die samengehouden worden met rieten bindingen. Om bij het huis te kunnen komen, heeft men een droge boomstam ingekeept en opgehangen. Deze ladder trilt bij elke stap en waarschuwt de bewoners dat er een bezoeker op komst is. Dankzij hun kleine gespierde lichaam klimmen de Korowai met gemak in de bomen.

Een huwelijk is vaak een gelegenheid om een nieuw huis te bouwen. Zelfs de gezinnen van de naburige stammen komen helpen.

Vijandig tegenover vreemdelingen[bewerken]

Sommige Korowai-stammen weigeren blanken te ontvangen en staan vijandig tegenover vreemdelingen. Pijlen vliegen soms over de hoofden. Andere stammen, die dichter bij de stad wonen, hebben hun traditionele uitrusting opgegeven en ontvangen toeristen. Maar het is bijna onmogelijk om er zonder verwittiging aan te kloppen.

Korowai-juwelen[bewerken]

Geheel volgens de traditie dragen de Korowai vreemde juwelen. Hun neus is doorprikt met het been van een kasuaris-vleugel. Sommige Korowai dragen ook merktekens op hun gezicht en vlechten van sagopalmvezels.

Fotoreportage[bewerken]

In 1995 maakte de fotograaf George Steinmetz tezamen met de Nederlandse zendeling/antropoloog Gerrit van Enk (op dat moment mogelijk de enige westerling die de taal sprak) een fotoreportage over de Korowai en het naburige volk de Kombai. Lees het verhaal en bekijk de fotoreportage.

Noten

  1. (en) Ben Fordham. "Last cannibals", NineMsn, 21 mei 2006. Geraadpleegd op 2006-10-25.
  2. (en) Marks, Kathy. The glamorous reporter, the cannibal tribes and a six-year-old 'ace in the hole' (2006-09-16) Geraadpleegd op 2007-04-08

Bron

Externe links