Kotoku-in

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kōtoku-in
Kōtoku-in
Boeddha van Amida in Kōtoku-in
Gewicht 121 ton
Hoogte 13,35 m
Gezicht 2,35 m
Ogen 1 m
Oren 1,9 m
Mond 0,82 m
Knie tot knie 9,1 m
Duimomtrek 0,85 m

Kōtoku-in (Japans: 高徳院) is een boeddhistische tempel van de Jōdo shū-sekte in de stad Kamakura in de Japanse prefectuur Kanagawa.

De tempel staat bekend om haar daibutsu (Grote Boeddha; 大仏), een monumentaal bronzen standbeeld van Amida-Boeddha, een van de beroemdste iconen van Japan. Het standbeeld is 13,35 meter hoog en bestaat uit meerdere afzonderlijk gegoten en kunstig samengevoegde delen. Het heeft een gewicht van 121 ton en is opgetrokken in de Japanse boeddhistische stijl van de Kamakura-tijd (1192-1333)

Zoals meestal het geval is, wordt ook hier Amida weergegeven in zittende meditatiehouding. Zijn handen rusten in zijn schoot (Dhyana-Mudra), waarbij de beide wijsvingers in bijzondere vorm zijn opgericht en door contact met de duimen twee driehoeken vormen (Amithaba Dhyana-Mudra, Japans: Amida Jō-in). Onder de negen manieren van begroeting (Japans: Raigō), waarmee Amida volgens de Japanse traditie de gelovige gestorvenen van het Zuiver Land-boeddhisme in het 'Zuivere Land' begroet, is dit de hoogste, genoemd de Jōbon Jōshō. Zijn voeten zijn verborgen onder zijn gewaad, wat verwijst naar de positie van Amida als zijnde een van de belangrijkste esoterische, tantrische boeddha's.

Het beeld is hol van binnen en bezoekers kunnen het tegen een vergoeding van binnen bekijken via een ingang aan de achterzijde. In de rug bevinden zich twee vensters, die kunnen worden geopend en uitzicht bieden op het landschap erachter. Deze vensters werden gedoneerd in 1736.

Geschiedenis[bewerken]

Op de plek van het huidige bronzen beeld bevond zich daarvoor een uit hout gesneden boeddhafiguur, geplaatst in een houten schrijn. De eerste plannen voor de bouw van een bronzen boeddhabeeld dateren uit 1236, tijdens de heerschappij van Hojo Yasutoki, toen priester Toe no Joko er donaties voor inzamelde, zo blijkt uit documenten uit die periode. In 1252 begon de bouw van het beeld van de Shaka-Nyorai-boeddha door beeldhouwers Ōno-Gorōemon en Tanji-Hisatomo. Oorspronkelijk was het beeld belegd met bladgoud en bevond het zich in een houten tempelgebouw van 44 bij 42,5 meter. In 1334 stortte dit gebouw echter in en in 1369 opnieuw, waarna het tot aan de fundamentmuren werd weggespoeld door de tsunami van 20 september 1498, in de Muromachi-tijd.[1] Daarna staakte men de pogingen tot de bouw van een tempel en verbleef het standbeeld eeuwenlang in de open lucht. De fundamenten van de tempel bleven echter liggen en in 1879 werd opnieuw gepoogd door het inzamelen van geld een tempelgebouw op te richtten, maar dit plan werd opgegeven in 1889 en het geld werd vervolgens besteed aan het vergroten en verfraaien van het terrein. De fundamenten van de tempel bleven nog liggen tot begin 20e eeuw. Van 1960 tot 1961 vonden renovatiewerkzaamheden plaats aan het beeld; de nek werd verstevigd en er werden maatregelen genomen om het beeld beter te beschermen tegen aardbevingen.

De eerste Westelijke reisverhalen over de Kōtoku-in dateren uit de vroege 17e eeuw, toen eerst in 1607 een zekere pater Rodrigues de plek bezocht en in 1618 een Britse kapitein, Saris genaamd.

Het standbeeld wordt vermeld als "De Boeddha in Kamakura" in verschillende verzen in het voorwoord van de roman Kim van Rudyard Kipling uit 1901; verzen uit een gedicht dat de schrijver zelf schreef na een bezoek aan Kamakura in 1892.[2] Het gedicht is ook in zijn geheel opgenomen in het boek The Five Nations uit 1903.[2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tsuji, Yoshinobu, Tsunamis: Their Science and Engineering, Proceedings of the International Tsunami Symposium, 1981, Terra Scientific Publishing (Terrapub), Tokio, 1983, p. 185-204 ISBN 90-277-1611-0.
  2. a b (en) Rudyard Kipling, "The Buddha at Kamakura" (bezocht op 11-1-2009).