Krabspinnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Krabspinnen
Op deze foto is de verankering aan de bloem goed te zien.
Op deze foto is de verankering aan de bloem goed te zien.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
Orde: Araneae (Spinnen)
Familie
Thomisidae
Sundevall, 1833
Afbeeldingen Krabspinnen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Krabspinnen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Een in België en Nederland voorkomende Xysticus-soort.
Krabspin in een Belgische tuin

Krabspinnen (Thomisidae) zijn een familie van spinnen.

Kenmerken[bewerken]

De naam danken deze spinnen aan het eerste of soms tweede paar poten; deze zijn groter en langer en worden zijdelings uitgestoken net als veel krabben doen. Krabspinnen hebben echter geen scharen en kunnen zowel zijdelings als voorwaarts lopen. Ze hebben vaak een gedrongen gestalte, maar er zijn ook langwerpige varianten. De lichaamslengte varieert van 4 tot 14 mm. Ze hebben een cirkelvormig carapax en een kort en vaak afgerond achterlijf. De voorste twee pootparen zijn duidelijk groter en stekeliger dan de beide achterste.

Leefwijze[bewerken]

Ze maken geen web maar produceren wel spinrag, dit wordt gebruikt om zich te verankeren op een bloem. Krabspinnen kennen vaak een goede camouflage en loeren op de prooi terwijl ze op een plant, meestal in een bloem, zitten. Als er een insect op de bloem komt, slaat de spin toe. Bij verstoring kruipen ze meestal onder de bloem of onder een blad, of ze dreigen door zich klein te maken en de poten naar voren te steken. Er zijn duizenden soorten krabspinnen en meerdere geslachten. Ze hebben vaak een sterk gif, waardoor ze grotere prooien, zoals bijen kunnen doden.

De kleuren hangen samen met de soort en dienen ter camouflage. Er zijn gele, groene en zelfs blauwe krabspinnen, die op het eerste gezicht erg opvallen. Omdat de felgekleurde soorten vaak in bloemen met dezelfde kleur leven, valt de felle kleur weg tegen de achtergrond. Sommige soorten gaan nog verder en hebben zelfs een lichaamsvorm die op bijvoorbeeld een jonge scheut lijkt, en de poten worden samengetrokken zodat deze niet meer zouden opvallen. Als een plantenetend insect echter iets te dichtbij komt, eet het scheutje het insect op in plaats van andersom. Ook zijn er soorten die in vleesetende planten leven.

Voortplanting[bewerken]

De eieren worden afgezet in een platte eizak, die aan planten wordt vastgehecht en bewaakt door de moeder.

Voorkomen[bewerken]

Het lichaam van de Nederlandse en Belgische soorten blijft meestal onder de centimeter, tropische soorten kunnen veel groter worden. De meest voorkomende soort in Nederland en België is de gewone kameleonspin (Misumena vatia), die een lichaamslengte heeft van 10 mm. Deze soort komt in verschillende kleurvormen voor, meestal geel of wit. Ze nemen de kleur van hun gastheerbloem aan.

Indeling[bewerken]

Er zijn zes geslachten en ongeveer 60-70 soorten die in Nederland voorkomen. Krabspinnen worden verdeeld in 7 onderfamilies:[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).