Kracht van gewijsde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Iedere rechterlijke beslissing krijgt kracht van gewijsde wanneer deze niet meer in verzet of hoger beroep kan worden bestreden. Een zaak die in kracht van gewijsde is gegaan, kan ingevolge het Ne bis in idem-beginsel niet opnieuw aan dezelfde of aan een andere rechter ter beoordeling worden voorgelegd.

Het begrip kracht van gewijsde is wezenlijk anders dan het begrip gezag van gewijsde. Gezag van gewijsde houdt in dat de rechterlijke beslissing voor partijen bindend is. Om een beroep te doen op gezag van gewijsde is wel vereist dat het betreffende vonnis in kracht van gewijsde is gegaan – dus onherroepelijk is (Nederlands recht).

Als de rechtbank van oordeel is dat met de uitvoering van een vonnis niet gewacht hoeft te worden tot een hoger beroep of cassatie behandeld is, kan worden bepaald dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. Dit gebeurt vaak bij een vonnis waarbij gedaagde aan eiser een bepaald bedrag moet betalen. Als in hoger beroep de beslissing wordt teruggedraaid, is het eenvoudig om de gevolgen terug te draaien: er vindt simpelweg terugbetaling plaats.

Zie ook[bewerken]