Krishna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Dit artikel gaat over de goddelijke Krishna. Voor de rivier in Zuid-India, zie Krishna (rivier)
Krishna bezweert de slang Kaliya. Indiase schilder rond 1640. Episode uit het leven van Krishna
Radha en Krishna
Jonge Krishna op schommel
Krishna bij de berg Govardhân

Krishna (कृष्ण, letterlijk "zwart, donker, donkerblauw"; Sanskriet voor 'al-aantrekkelijke') is een van de meest aanbeden goden in het hindoeïsme Als zodanig is Krishna onder meer de hoofdpersoon in de Mahabharata , Srimad Bhagavatam en de Bhagavad Gita. In veel hindoeïstische stromingen wordt Krishna beschouwd als een incarnatie van Vishnoe, in andere als de Allerhoogste Persoonlijkheid of hoogste manifestatie van God-energieën, God zelf.

Inhoud

[bewerken] Leven

Volgens de Vedische traditie is Krishna 5000 jaar geleden geboren in Mathura, de toenmalige hoofdstad van het koninkrijk Shurasena (in het huidige Uttar Pradesh) in het land Bharat-Varsa (het tegenwoordige India). Hij was het achtste kind van prinses Devaki en haar man Vasudeva.

[bewerken] Geboorte

Krishna zou in een stormachtige nacht in de maand Shravan (aug/sep) geboren zijn, op de achtste dag na de volle maan om middernacht (Janmashtami) in een gevangeniscel, en zou zijn jeugd hebben doorgebracht in Vrindavan (toen een dorpje, nu een stad). De demonische Koning Kamsa, de broer van Devaki, wilde alle acht kinderen die zij zou baren vernietigen.

Volgens de laatste voorspellingen van zijn persoonlijke astroloog zou zijn slechte en egoïstische heerschappij zeer spoedig tot een einde komen. Zijn zuster Devaki zou namelijk bij haar achtste bevalling niemand minder dan Heer Vishnu zelf baren. Deze zou een eind maken aan de reeks terreurjaren van regeren waaronder talloze burgers en heilige mensen te lijden hadden. Kamsa probeerde daarom ook dit achtste kind te doden, net zoals hij alle eerdere kinderen van Devaki al had gedood.

Krishna's vader Vasudeva ontsnapte echter op wonderbaarlijke wijze met het pasgeboren jongetje, nog voordat de koning er lucht van kreeg, en verwissselde het kind met het pasgeboren dochtertje van Yashoda en Nanda in het land Gokula. Toen koning Kamsa uiteindelijk bericht kreeg dat het achtste kind geboren was, probeerde hij het te doden, maar op het moment dat hij het pasgeboren kindje wilde pakken vloog het meisje uit zijn handen omhoog en veranderde in de Godin Yogamaya. Al zwevend in de lucht deelde zij hem mede dat zijn dood al onontkoombaar was door de komst van haar broer, de Allerhoogste in eigen persoon. Kamsa besloot daarop alles te doen wat in zijn macht lag om dit kind te vinden en te doden.

[bewerken] Jeugd in Vrindavan

Hoe Kamsa demonen op Krishna afstuurt, en hoe deze allemaal moeiteloos door Krishna worden verslagen, ook al is hij nog een zuigeling, is te lezen in het Krishnaboek, een samenvatting van het tiende canto van het Srimad Bhagavatam. [1] Hierin vindt men talloze heldendaden van Krishna en zijn oudere broer Balarama, die voortdurend demonen uitschakelen, die het op zowel hen als hun toegewijden en vrienden in de vorm van speelkameraden hebben gemunt.

Anderzijds staat Krishna's jeugd bekend als zijn zoete, liefdevolle periode, waarin hij veel tijd en aandacht kon besteden aan zijn toegewijde volgelingen. Dit is de Vraja Krishna van Vrindavana met zijn betoverende fluit, die de harten van de koeherderinnen stal. Terwijl hij demonen versloeg kon hij niettemin zorgdragen voor al zijn toegewijden en familieleden zoals men kan terugvinden in verhandelingen zoals de Bhagavad Gita, het Srimad Bhagavatam en talloze andere Purana's.

[bewerken] Krishna's rol in de Mahabharata

Later, toen Krishna tot hoofdspreker werd verkozen bij een bijeenkomst van een groot aantal koningen en heersers, vervulde hij een geheel andere rol. Er barstte niet veel later een zeer grote oorlog uit waarbij maar liefst 650.000 personen binnen drie dagen het leven lieten.[2] Krishna had Arjuna als hoogontwikkelde ziel uitgekozen om de wetenschap van zelfrealisatie en karma yoga (liefdevolle dienstbaarheid aan God op het niveau van Brahman, Paramatma en Bhagavan) volledig te verklaren. Voor deze uitleg ontwikkelde Krishna een ingewikkeld spel met allerlei scenario's, waarvan uitvoerig verteld wordt in het epos Mahabharata. Een daarvan was, dat Arjuna en zijn broers (de Pandava's) een partijtje dobbelen zouden verliezen en nog geen stukje land zo groot als een speldenknop zouden krijgen van de blinde koning Dhritarashtra, zelfs niet na de afgesproken twaalf jaar ballingschap.

De blinde koning kon geen duidelijk eindoordeel geven dat gunstig was voor een van de partijen en daarom moesten deze het zelf uitvechten. Beide partijen kwamen naar Krishna om hulp. Een vete was onvermijdelijk, zowel op basis van de standpunten die beide kanten hadden ingenomen als vanwege de wil van Krishna zelf. Krishna gaf beide legerleiders de keuze: of zij kregen zijn volledige legers, ofwel zij kregen alleen Krishna, maar dan zou hij niet meestrijden. De toegewijde Arjuna koos voor Krishna zelf. Krishna nam de nederige positie in van Arjuna's wagenmenner en gaf hem daarbij spiritueel onderricht. Staande op Arjuna's strijdwagen onderrichte hij hem daarom in de Bhagavad Gita, die uit zevenhonderd Sanskriete verzen bestaat. Uiteindelijk behaalde de partij van Arjuna onder Krishna's leiding de overwinning. Krishna is daarmee volgens de geschriften de goddelijke held die incarneerde om rechtschapenheid (dharma) te herstellen en demonische eigenschappen te vernietigen. Na de lessen van Krishna te hebben gevolgd bereikten Arjuna en zijn vier broers bevrijding uit het materiële bestaan.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Dit boek is door A.C. Bhaktivedanta Swami Praphupada, grondlegger van het ISKCON vanuit het Sanskriet naar enkele andere talen vertaald
  2. De epische strijd van de Mahabharata

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen