Kroezeboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Kroezeboom nabij Fleringen vanuit de lucht gezien

Een Kroezeboom (soms ook Kroeseboom) is een boom, meestal een eik, die een grens of kruispunt aangeeft. In het oosten van Nederland werden vaak stenen of bomen gebruikt als grensbepaling op de es van waaruit de akkers verdeeld werden. Daarnaast werd de plek ook als heilige plaats of rechtspraakplaats gebruikt. De Kroezebomen in Fleringen en Ruurlo behoren tot de oudste bomen in Nederland[1]

Fleringer Es[bewerken]

De Kroezeboom ten noorden van Fleringen

Een van de bekendste en oudste bomen is de Kroezeboom op de Fleringer Es, ten zuiden van Tubbergen en ten noorden van Fleringen in de provincie Overijssel. Geschat wordt dat de boom tussen 1500 en 1600 is aangeplant als 'loakboom' of markeboom. De zomereik wordt wel eens ouder geschat maar is naar alle waarschijnlijkheid tussen de 400 en 500 jaar oud. Daarmee is het wel één van de oudste eikenbomen van Nederland.

In de periode van de reformatie waren er geheime bijeenkomsten van de katholieke bevolking bij de Kroezenboom waarbij zij tot ca. 1730 de mis bijwoonden. De wagen waarop het altaar en priester werden vervoerd diende als preekstoel. Volgens informatie[2] stond bij deze Kroezeboom in de 16e en 17e eeuw een veldkapelletje, het hilligen huesken. Ook na de sloop van het kapelletje bleef dit een heilige plaats voor de katholieken uit de omgeving.

In 1909 werd bij het eeuwfeest van de teruggave van de Pancratiuskerk een processie gehouden naar de Kroezeboom waar een nieuwe kapel was gebouwd, gewijd aan het H. Hart van Christus. In 1916 werd de grond waarop de Kroezeboom staat in een straal van 20 meter gemeten vanuit het hart van de boom geschonken aan de St. Pancratiusparochie van Tubbergen.[3] Tot aan de Tweede Wereldoorlog droeg men ieder jaar in de zomer een mis op bij de Kroezeboom.

Sinds een tiental jaren verzamelen deelnemers aan de vredesfietstochten zich bij de Kroezeboom ter afsluiting van de vredesweek. Ieder jaar worden in Fleringen gedurende drie dagen de volksfeesten gehouden, die men de Kroezeboomfeesten noemt.

Ruurlo[bewerken]

De Kroezeboom in Ruurlo staat aan de Borculoseweg in Ruurlo en is ongeveer 300 tot 400 jaar oud. De boom bestaat boven de grond uit vier stammen die waarschijnlijk uit één wortelstronk afkomstig zijn. De gezamenlijke omvang van de vier stammen is ruim tien meter. Daarmee zou het de dikste boom van Nederland zijn. Ten opzichte van bomen met één stam is dat echter niet eerlijk; bovendien zit er veel ruimte tussen de stammen.

De boom stond vroeger op een akker buiten Ruurlo aan de zandweg die toentertijd niet of nauwelijks bebouwd was. Wanneer een begrafenisstoet langs de Kroezeboom het dorp naderde werd bij de Kroezeboom de klok geluid. Daardoor ontstond de naam luubusse , het bos waar de klok werd geluid.

Verder speelde de Kroezeboom in Ruurlo een belangrijke rol in het dorpsleven. Om de boom stonden vroeger bankjes waar de bewoners elkaar hun belevenissen vertelden en waar het nieuws uit omliggende plaatsen werd uitgewisseld.[4]

Vorden[bewerken]

In Vorden heeft tot in de zestiger jaren van de twintigste eeuw ook een Kroezeboom gestaan aan de Zutphenseweg tegenover korenmolen de Goede Hoop, bij de kruising met de Zwarte Weg (toenmalige naam) en de Boonkstraat. Ook deze eik heeft als "Lui-bosje" dienst gedaan. Dergelijke lui-bosjes stonden ook aan andere invalswegen van Vorden. In de jaren zestig van de twintigste eeuw begon de boom te kwijnen en heeft de dienst gemeentewerken deze boom gekapt. Het was een kapitale, oude eik met een brede kroon en een omtrek van minstens 5 meter. Van deze Kroezeboom is een prentbriefkaart uit begin 20e eeuw te zien in het archief van de Gelderse Bibliotheek in Arnhem.[5]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. levensduur van bomen
  2. http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/769
  3. Pancratiuskerk Tubbergen - Kroezeboom
  4. http://bomeninfo.nl/berkelland1.htm
  5. artikel J.van den Broek: De Kroezeboom in Vorden, in Vordense Kronyck,1990,jrg.8,nr.1,p.6