Krokus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de krokusvakantie, zie Voorjaarsvakantie.
Krokus
Wilde krokus (Crocus vernus subsp. vernus)
Wilde krokus (Crocus vernus subsp. vernus)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Iridaceae (Lissenfamilie)
geslacht
Crocus
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Krokus (Crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 90 soorten omvat. Hiervan is circa een derde deel herfstbloeier.

De krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten zijn afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië, met uitzondering van Crocus vernus (L.) Hill, die men tot Centraal-Europa aantreft (Alpen en Karpaten), en een paar soorten zoals Crocus alatavicus Semenova & Reg. en Crocus korolkowii Regel ex Maw, die afkomstig zijn uit de bergen van Centraal-Azië.

Wilde soorten[bewerken]

De classificatie, die in 1982 door Brian Mathew voorgesteld werd, is zeker niet ideaal, maar heeft het voordeel dat ze op gemakkelijk herkenbare karakteristieken berust: aan- of afwezigheid van een profyl (basale bloeischede) en uiterlijk van stijl en knolrokken. De 7 soorten, die ondertussen gevonden werden, werden aan die classificatie toegevoegd. [1]

Recente moleculaire analysen aan de Kopenhaagse universiteit suggereren namelijk dat deze classificatie zou moeten worden herzien.
Niettegenstaande zijn unieke uiterlijk suggereert DNA-analyse dat Crocus banaticus niet afgescheiden zou moeten worden in het aparte ondergeslacht Crociris. Daar deze soort een profiel heeft onderaan de bloembuis zou ze in sectie Crocus moeten geplaatst worden, hoewel haar exacte verhouding met ondergeslacht Crocus nog moet bepaald worden.
Een andere afwijkende soort, Crocus baytopiorum, zou voortaan in een eigen serie moeten geplaatst worden, namelijk serie Baytopi. De precieze rang van Crocus malyi zou ook moeten herzien worden. Ondersoort Crocus gargaricus subsp. herbertii is ondertussen een volwaardige soort, Crocus herbertii B. Mathew, geworden.
Misschien minder verrassend zou de herfstbloeiende Crocus longiflorus, de typesoort van serie Longiflori (lang beschouwd door B. Mathew als “een uiteenlopende verzameling”) deel moeten maken van serie Verni.
De studie suggereert verder dat de series Reticulati, Biflori en Speciosi hergroepeerd zouden moeten worden. Crocus adanensis en Crocus caspius zouden serie Biflori moeten verlaten. Crocus adanensis zou zo naast Crocus paschei in serie Flavi geplaatst moeten worden, en Crocus caspius zou deel moeten maken van serie Orientales.
De studie toont ook aan dat ondanks de verschillen tussen Mathews classificatie en de voortgebrachte hypothese de toewijzing van de soorten tot secties en series ondersteund blijft. De toekomstige herclassificatie zal vermoedelijk alle subgenerische rangen (ondersoort, sectie en serie) behouden. Verdere studies moeten wel uitgevoerd worden voordat een definitieve beslissing zou genomen worden betreffende de nieuwe gehiërarchiseerde classificatie.[2]

Hierna Brian Mathews classificatie met aanpassingen in verband met de uitkomst van deze studie.

  1. Sectie Crocus: basale bloeischede aanwezig
    1. Serie Verni: lentebloei, knolrokken met netvormige vezels, bloemen meestal onduidelijk gestreept, geen schutblad
      1. Crocus etruscus Parl.
      2. Crocus ilvensis Peruzzi & Carta[3]
      3. Crocus kosaninii Pulevic
      4. Crocus longiflorus Raf. (Vroeger in Serie Longiflori) [2]
      5. Crocus tommasinianus Herb.
      6. Crocus vernus (L.) Hill
        1. Crocus vernus subsp. vernus
        2. Crocus vernus subsp. albiflorus (Kit. ex Schult.) Asch. & Graebn.
    2. Serie Baytopi (nieuwe serie) : lentebloei, knolrokken met uitgesproken netvormige vezels, veelvuldige smalle bladeren, geen schutblad, helmknoppen naar het bloemdek toe opengaand [2]
      1. Crocus baytopiorum Mathew (vroeger in serie Verni)[2]
    3. Serie Scardici: lentebloei, bladeren met geen of weinig uitgesproken witte lijn
      1. Crocus scardicus Kos.
      2. Crocus pelistericus Pulevic
    4. Serie Versicolores: lentebloei, knolrokken met evenwijdige vezels, bloemen duidelijk gestreept
      1. Crocus cambessedesii J. Gay
      2. Crocus corsicus Vanucchi ex Maw
      3. Crocus imperati Ten.
        1. Crocus imperati subsp. imperati
        2. Crocus imperati subsp. suaveolens (Bertol.) B.Mathew
      4. Crocus minimus DC.
      5. Crocus versicolor Ker Gawl.
    5. Serie Longiflori: herfstbloei, gele helmknoppen en fijnverdeelde stijl
      1. Crocus goulimyi Turrill
      2. Crocus ligusticus M.G. Mariotti
      3. Crocus niveus Bowles
      4. Crocus nudiflorus Smith.
      5. Crocus serotinus Salisb.
        1. Crocus serotinus subsp. serotinus
        2. Crocus serotinus subsp. clusii (J.Gay) B.Mathew
        3. Crocus serotinus subsp. salzmannii (J.Gay) B.Mathew
    6. Serie Kotschyani: herfstbloei, witte helmknoppen en meestal driedelige stijl
      1. Crocus autranii Albov.
      2. Crocus gilanicus B. Matthew
      3. Crocus karduchorum Kotschy ex Maw
        1. Crocus kotschyanus subsp. kotschyanus
        2. Crocus kotschyanus subsp. cappadocicus B.Mathew
        3. Crocus kotschyanus subsp. hakkariensis B.Mathew
      4. Crocus kotschyanus K. Koch
      5. Crocus ochroleucus Boiss. & Gaill.
      6. Crocus scharojanii Ruprecht
        1. Crocus scharojanii subsp. scharojanii
        2. Crocus scharojanii subsp. lazicus (Boiss.) B. Mathew
      7. Crocus suwarowianus K. Koch
      8. Crocus vallicola Herb.
    7. Serie Crocus: herfstbloei, gele helmknoppen en driedelige stijl
      1. Crocus asumaniae B. Mathew & T. Baytop
      2. Crocus cartwrightianus Herb.
      3. Crocus hadriaticus Herb.
        1. Crocus hadriaticus subsp. hadriaticus
        2. Crocus hadriaticus subsp. parnassicus (B. Mathew) B. Mathew
        3. Crocus hadriaticus subsp. parnonicus B. Mathew
      4. Crocus moabiticus Bornm. & Dinsmore ex Bornm.
      5. Crocus oreocreticus B.L. Burtt
      6. Crocus mathewii H. Kemdorff & E. Pasche
      7. Crocus naqabensis Al-Eisawi
      8. Crocus pallasii Goldb.
        1. Crocus pallasii subsp. pallasii
        2. Crocus pallasii subsp. dispathaceus (Bowles) B.Mathew
        3. Crocus pallasii subsp. haussknechtii (Boiss. & Reut. ex Maw) B.Mathew
        4. Crocus pallasii subsp. turcicus B.Mathew
      9. Crocus sativus L., saffraankrokus, een steriel triploïd taxon, vermoedelijk uit Crocus cartwrightianus geselecteerd
      10. Crocus thomasii Ten.
    8. Verband nog te definiëren [2]
      1. Crocus malyi Vis. (vroeger in serie Versicolores)
      2. Crocus banaticus Heuff. (vroeger in Ondergeslacht Crociris)
  2. Sectie Nudiscapus: geen basale bloeischede
    1. Serie Reticulati: herfst- of lentebloei, knolrokken met netvormige vezels, driedelige of fijnverdeelde stijl
      1. Crocus abantensis
      2. Crocus ancyrensis (Herb.) Maw
      3. Crocus angustifolius Weston
      4. Crocus cancellatus Herb.
        1. Crocus cancellatus subsp. cancellatus
        2. Crocus cancellatus subsp. damascenus (Herb.) B.Mathew
        3. Crocus cancellatus subsp. lycius B.Mathew
        4. Crocus cancellatus subsp. mazziaricus (Herb.) B.Mathew
        5. Crocus cancellatus subsp. pamphylicus B.Mathew
      5. Crocus cvijicii Kos.
      6. Crocus dalmaticus Vis.
      7. Crocus gargaricus Herb.
      8. Crocus herbertii B. Mathew (thans een volwaardige soort)[2]
      9. Crocus hermoneus Kotschy ex Maw
      10. Crocus jablanicensis]] N. Randj. & V. Randj.
      11. Crocus reticulatus Steven ex Adams
        1. Crocus reticulatus subsp. reticulatus
        2. Crocus reticulatus subsp. hittiticus (T.Baytop & B.Mathew) B.Mathew
      12. Crocus robertianus C.D. Brickell
      13. Crocus rujanensis Randjel. & D.A. Hill
      14. Crocus sieberi J. Gay
        1. Crocus sieberi subsp. sieberi
        2. Crocus sieberi subsp. atticus (Boiss. & Orph.) B.Mathew
        3. Crocus sieberi subsp. nivalis (Bory & Chaub.) B.Mathew
        4. Crocus sieberi subsp. sublimis (Herb.) B.Mathew
      15. Crocus sieheanus Barr ex B.L. Burtt
      16. Crocus veluchensis Herb.
    2. Serie Biflori: herfst- of winterbloei, leerachtige ringvormig loskomende knolrokken, driedelige stijl
      1. Crocus aerius Herb.
      2. Crocus almehensis C.D. Brickell & B. Mathew
      3. Crocus biflorus Mill.
        1. Crocus biflorus subsp. biflorus
        2. Crocus biflorus subsp. adamii (J.Gay) K.Richt.
        3. Crocus biflorus subsp. alexandri (Nicic ex Velen.) B. Mathew
        4. Crocus biflorus subsp. artvinensis (J.Philippow) B. Mathew
        5. Crocus biflorus subsp. atrospermus Kernd. & Pasche
        6. Crocus biflorus subsp. caelestis Kernd. & Pasche
        7. Crocus biflorus subsp. caricus Kernd. & Pasche
        8. Crocus biflorus subsp. crewei (Hook.f.) B. Mathew
        9. Crocus biflorus subsp. fibroannulatus Kernd. & Pasche
        10. Crocus biflorus subsp. ionopharynx Kernd. & Pasche
        11. Crocus biflorus subsp. isauricus (Siehe ex Bowles) B.Mathew
        12. Crocus biflorus subsp. leucostylosus Kernd. & Pasche
        13. Crocus biflorus subsp. melantherus B. Mathew
        14. Crocus biflorus subsp. nubigena (Herb.) B. Mathew
        15. Crocus biflorus subsp. pseudonubigena B. Mathew
        16. Crocus biflorus subsp. pulchricolor (Herb.) B. Mathew
        17. Crocus biflorus subsp. punctatus B.Mathew
        18. Crocus biflorus subsp. stridii (Papan. & Zacharof) B.Mathew
        19. Crocus biflorus subsp. tauri (Maw) B. Mathew
        20. Crocus biflorus subsp. weldenii (Hoppe & Fuernr.) B. Mathew
        21. Crocus biflorus subsp. yataganensis Kernd. & Pasche
      4. Crocus chrysanthus Herb.
        1. Crocus chrysanthus subsp. chrysanthus
        2. Crocus chrysanthus subsp. multifolius Papan. & Zacharof
      5. Crocus cyprius Boiss. & Kotschy
      6. Crocus danfordiae Maw
        1. Crocus danfordiae subsp. danfordiae
        2. Crocus danfordiae subsp. kurdistanicus Maroofi & Assadi
      7. Crocus hartmannianus Holmboe
      8. Crocus kerndorffiorum Pasche
      9. Crocus leichtlinii (Dewar) Bowles
      10. Crocus nerimaniae Yüzbasioglu & Varol
      11. Crocus pestalozzae Boiss.
      12. Crocus wattiorum (B. Mathew) B. Mathew
    3. Serie Speciosi: herfstbloei, leerachtige of vliezige, ringvormig loskomende knolrokken, fijnverdeelde stijl
      1. Crocus pulchellus Herb.
      2. Crocus speciosus M. Bieb.
        1. Crocus speciosus subsp. speciosus
        2. Crocus speciosus subsp. ilgazensis B.Mathew
        3. Crocus speciosus subsp. xantholaimos B.Mathew
    4. Serie Orientales: lentebloei, knolrokken met evenwijdige of netvormige vezels, talrijke bladeren, driedelige stijl
      1. Crocus alatavicus Semenova & Reg.
      2. Crocus caspius Fischer & Meyer (vroeger in Serie Biflori)
      3. Crocus korolkowii Regel ex Maw
      4. Crocus michelsonii B. Fedtsch.
    5. Serie Flavi: lentebloei, vliezige knolrokken met evenwijdige vezels, fijnverdeelde stijl
      1. Crocus adanensis T. Baytop & B. Mathew (vroeger in Serie Biflori)
      2. Crocus antalayensis Mathew
      3. Crocus candidus E.D. Clarke
      4. Crocus flavus Weston
        1. Crocus flavus subsp. flavus
        2. Crocus flavus subsp. dissectus T. Baytop & B. Mathew
        3. Crocus flavus subsp. sarichinarensis Rukšans
      5. Crocus graveolens Boiss. & Reut.
      6. Crocus hyemalis Boiss.
      7. Crocus olivieri J. Gay
        1. Crocus olivieri subsp. olivieri
        2. Crocus olivieri subsp. balansae (J.Gay ex Baker) B. Mathew
        3. Crocus olivieri subsp. istanbulensis B. Mathew
      8. Crocus paschei H. Kerndorff
      9. Crocus vitellinus Wahl.
    6. Serie Aleppici: herfst- of winterbloei, vliezige knolrokken met evenwijdige vezels, bladeren na de bloei verschijnend
      1. Crocus aleppicus Baker
      2. Crocus boulosii Greuter
      3. Crocus veneris Tappein ex Poech
    7. Serie Carpetani: lentebloei, gootvormige bladeren, weinig verdeelde witachtige stijl
      1. Crocus carpetanus Boiss. & Reut.
      2. Crocus nevadensis Amo.
    8. Serie Intertexti: lentebloei, knolrokken met verstrengelde vezels
      1. Crocus fleischeri J. Gay.
    9. Serie Laevigati: herfstbloei, leerachtige of vliezige knolrokken met evenwijdige vezels, bladeren samen met de bloemen verschijnend, witte helmknoppen, fijnverdeelde stijl
      1. Crocus boryi J. Gay
      2. Crocus laevigatus Bory & Chaub.
      3. Crocus tournefortii J. Gay.

Referenties[bewerken]

  1. Gitte Petersen, Ole Seberg, Sarah Thorsøe, Tina Jørgensen & Brian Mathew: A phylogeny of the genus Crocus (Iridaceae) based on sequence data from five plastid regions. Taxon, 57 (2), 2008, pp. 487–499
  2. a b c d e f Brian Mathew, Gitte Petersen & Ole Seberg, A reassessment of Crocus based on molecular analysis, The Plantsman (N.S.) Vol 8, Part 1, pp 50–57, Mars 2009
  3. Lorenzo Peruzzi, Angelino Carta, Crocus ilvensis sp. nov. (sect. Crocus, Iridaceae), endemic to Elba Island (Tuscan Archipelago, Italy), Nordic Journal of Botany, 29: pp. 6-13, 2011.
Crocus etruscus 'Zwanenburg'
Crocus tommasinianus

Enkele winterharde winter- en lentebloeiende soorten[bewerken]

  • Crocus ancyrensis (Herb.) Maw 'Golden Bunch' en Crocus gargaricus Herb. – beide uit Turkije – hebben gele bloemen. Crocus ancyrensis bloeit vanaf einde januari samen met Crocus tommasinianus.
  • Crocus angustifolius Weston (synoniem: Crocus susianus) uit de Krim heeft gele bloemen, die bruin zijn aan de buitenzijde.
  • Crocus chrysanthus Herb. uit de Balkan en Klein-Azië heeft gele bloemen, die bruin gestreept zijn aan de buitenzijde. De wilde soort wordt zelden gekweekt. Selecties en kruisingen ervan met Crocus aerius Herb. en Crocus biflorus Mill. – de zogenaamde botanische krokussen – zijn populaire kleinbloemige krokussen.
  • Crocus corsicus Vanucchi ex Maw uit Corsica bloeit in april met mauve bloemen, die paars gestreept zijn aan de buitenzijde.
  • Crocus etruscus Parl. 'Zwanenburg' uit Italië lila bloemen.
  • Crocus flavus Weston is afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië. De Hollandse gele krokussen zijn afgeleid uit deze soort.
  • Crocus fleischeri J. Gay uit Turkije heeft stervormige witte bloemen met een paarse keel.
  • Crocus korolkowii Regel ex Maw uit Centraal-Azië heeft gele bloemen, die bruin gestreept zijn aan de buitenzijde.
  • Crocus minimus DC. uit Corsica en Sardinië is een miniatuur soort met paarse bloemen, waarvan de buitenzijde chamois is met paarse strepen. De gelijkende Crocus imperati Ten., een vroegbloeiende soort uit Zuid-Italië, heeft grotere bloemen.
  • Crocus sieberi J. Gay groeit in Griekenland. Selecties ervan hebben witte, roze of paarse bloemen.
    • Subsp. sublimis (Herb.) B.Mathew 'Tricolor' heeft paarse bloemen met een gele keel die omringd wordt door een witte band.
  • Crocus tommasinianus Herb., de boerenkrokus uit de Balkan heeft kleine paarse bloemen. Deze soort wordt genoemd naar Ridder van Tommasini, een staatsambtenaar die in de 19e eeuw de flora van Dalmatië bestudeerd heeft. Crocus tommasinianus zaait vrijelijk uit en verwildert gemakkelijk. Het is een stinsenplant. Er bestaan er verschillende selecties van in kleuren variërend van wit tot purperrood.
  • Crocus vernus (L.) Hill, de bonte krokus is inheems in de Europese gebergten. In West- en Centraal-Europa (Alpen, Pyreneeën) treft men subsp. albiflorus (synoniem: Crocus caeruleus Weston) aan met kleine witte bloem met paarse buis; in Centraal en Zuid-Europa (Karpaten, Zuid-Italië en Balkan) subsp. vernus (omvattend Crocus heuffelianus, Crocus napolitanus en Crocus scepusiensis) met grotere paarse bloem. Uit de laatste ondersoort werden de grootbloemige krokussen met witte, paarse en gestreepte bloemen ('Pickwick') geselecteerd.
  • Crocus versicolor Ker Gawl. uit de zuidwestelijke Alpen heeft witte tot lichtmauve bloemen met mauve strepen. Cultivar ‘Picturatus’ heeft witte bloemen die paars gestreept zijn.

Andere foto’s van winter- en lentebloeiende soorten[bewerken]

Crocus ligusticus
Crocus longiflorus
Crocus mathewii

Enkele winterharde herfstbloeiende soorten[bewerken]

De soorten die vroeg in de nazomer bloeien, hebben zoals de herfsttijloos naakte bloemen; hun blaren ontluiken in het begin van de winter. De bloemen van de later bloeiende soorten verschijnen tussen de jonge bladeren.

  • Crocus cancellatus Herb., met netvormige knolrokken, is anders gelijkend tot Crocus speciosus. De knollen worden als wortelgroenten (Hursinein) verkocht in Klein-Azië, onder andere in Syrië.
  • Crocus cartwrightianus Herb. uit Zuid-Griekenland – de vermoedelijke voorouder van de saffraankrokus (Crocus sativus) – waarvan de selectie 'Albus' vooral gekweekt wordt, bloeit uitbundiger dan Crocus sativus.
  • Crocus goulimyi Turrill uit Zuid-Griekenland heeft kleine lila bloemen met een lange buis en bloeit in oktober – november. Hoewel het niet de fraaiste herfstkrokus is, is het een dankbare soort door haar lange bloeiperiode.
  • Crocus kotschyanus K. Koch (synoniem: Crocus zonatus) heeft bleek mauve bloemen met een gele keel. Deze naaktbloeiende soort uit Klein-Azië bloeit vanaf einde september en verwildert gemakkelijk. Var. leucopharynx , met witte keel, wordt vaak verwisseld met Crocus karduchorum Kotschy ex Maw,een endemische soort uit Koerdistan, die een ragfijne verdeelde stempel heeft.
  • Crocus laevigatus Bory & Chaub. uit Zuid-Griekenland bloeit van einde november tot begin januari. Cultivar 'Fontenayi' heeft bleek lila bloemen met paars gestreepte buitenzijde. Soms “Kerstkrokus” genoemd.
  • Crocus ligusticus M.G. Mariotti (synoniem: Crocus medius) uit de Zee- en de Ligurische Alpen en Crocus niveus Bowles, een delicatere soort uit Zuid-Griekenland, bloeien met respectievelijk paarse en witte bloemen, beide met rode stijl.
  • Crocus longiflorus Raf., een zoetgeurende soort uit Zuid-Italië en Malta, heeft lila bloemen met oranje keel en rode stijl.
  • Crocus nudiflorus Sm., uit het Centraal Massief, de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte, heeft naakte lila bloemen met oranje, penseelvormige stampers. Deze soort, die uitlopers heeft en een los tapijt maakt, is plaatselijk verwilderd in Engeland. De zeer gelijkende Crocus serotinus Salisb. bloeit later met bladeren die tijdens de bloei verschijnen of juist erna. Subsp. serotinus is een Portugese endeem, subsp. clusii (J.Gay) B.Mathew vindt men in het westen van het Iberisch Schiereiland en subsp. salzmannii (J.Gay) B.Mathew in Zuid-Spanje en Noord-Marokko.
  • Crocus ochroleucus Boiss. & Gaill. uit Klein-Azië is een uitbundig laatbloeiende soort (november) met kleine crèmewitte bloemen.
  • Crocus speciosus M. Bieb. uit de Krim en Klein-Azië bloeit vanaf einde september met naakte lichtpaarse bloemen met gele meeldraden en fijnverdeelde, oranje stijl. Er bestaan er selecties van met witte, blauwe en paarse bloemen. 'Oxonian' heeft grote dieppaarse bloemen. De gelijkende Crocus pulchellus Herb. uit de Balkan en Klein-Azië heeft slankere bloemen met witte meeldraden; var. 'Zephyr' is parelwit.

Saffraankrokus[bewerken]

Een buitengewone krokus[bewerken]

  • Crocus mathewii H. Kemdorff & E. Pasche werd voor het eerst pas in 1994 aangetroffen. De bloemen van deze herfstbloeiende soort uit het Taurusgebergte (Zuid-Turkije), genoemd naar de goeroe der krokussen Brian Mathew, hebben een merkwaardige kleur: wit met diepblauwe keel. Deze zeldzame soort werd ondertussen vermoedelijk uitgeroeid door verzameling.

'Crociris'[bewerken]

  • Crocus banaticus Heuff. (synoniem: Crocus byzantinus Ker Gawl.), de “Crociris” uit Oost-Europa is een apart geval. De smalle binnenste tepalen zijn rechtstaande en de brede buitenste tepalen zijn omgeslagen, zodat deze soort op een iris lijkt.

Andere foto's van herfstbloeiende soorten[bewerken]

Crocus vernus cultivars

Kweek[bewerken]

De knollen dienen geplant te worden in goed doorlatende grond op een zonnig plekje, de herfstbloeiers vanaf einde juli, de winter- en lentebloeiers vanaf september.

Hun voornaamste vijanden zijn de veldmuizen die er dol op zijn.

Naast de banale grootbloemige krokussen, afgeleid uit selecties van de bonte krokus (Crocus vernus) en van de gele krokus (Crocus flavus), en de zogenaamde botanische krokussen, afgeleid uit selecties en hybriden van Crocus chrysanthus, bieden gespecialiseerde bollenkwekers een aantal botanische soorten.

In de gematigde streken kan men via doordachte combinaties bloeiende krokussen hebben van september tot april.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • Paul Schauenberg, Les plantes bulbeuses, Belachaux & Nestlié, 1964
  • Brian Mathew, Crocus: A Revision of the Genus Crocus, Timber Press, 1983. ISBN 0-917304-23-3
  • John E Bryan, Bulbs (revised edition), Timber press, 2002 – ISBN 0-88192-529-2
  • Réginald Hulhoven, Bollen die de herfst tot bloei brengen, De Tuinen van Eden, 17: 88-95, 2002
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek