Kronieken van Fredegar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pagina uit de Kronieken van Fredegar

Kronieken van Fredegar is een zogenaamde wereldkroniek (universele wereldgeschiedenis) die in de eerste helft van de zevende eeuw is samengesteld door de Frankische geleerde Fredegar (Latijn: Fredegarius Scholasticus) die in eerste instantie in het jaar 642 eindigt. Deze is echter later door anderen uitgebreid en aangevuld met individuele gegevens tot het jaar 658. Deze eerste zogenaamde "voortzettingen" zijn geschreven door onbekende auteurs. De Karolingen gebruikten de Kronieken van Fredegar als hun officiële kronieken en hebben deze later voortgezet en aangevuld. Deze latere voortzettingen zijn geschreven door onder andere de Frankische edelen Childebrand en zijn zoon Nibelung I. Het geschiedkundige werk Liber Historiae Francorum is de primaire bron geweest voor deze latere voortzettingen van de Kronieken van Fredegar zoals geredigeerd door Childebrand in het jaar 751 ten behoeve van zijn half-broer Karel Martel.

Deze latere voortzettingen c.q. aanvullingen lopen door tot het jaar 768. De eerste vijf Kronieken (De Boeken I-III) zijn geschreven op basis van informatie verkregen uit eerdere geschiedkundige werken van befaamde schrijvers; onder andere: Hippolytus van Porto, Isidorus van Sevilla, Hiëronymus van Stridon, Hydatius en Gregorius van Tours.

Fredegar heeft zich in deze geschiedenis met name gericht op de heersers waarbij hij ook wees op hun zwakke punten; waarbij hij de overdrijving soms niet schuwde. Alsmede heeft hij aandacht besteed aan de invloed van vrouwen op het bestuur van de overheid. Hierbij gaf hij meestal aan dat de vrouwen een kwalijke invloed uitoefenden. Hij vermeldde echter ook de, naar zijn mening zeldzame, gevallen waarin vrouw(en) wel een positieve invloed hadden uitgeoefend. Zelfs aan de aristocratie wordt in de Kronieken niet veel aandacht besteed. In de Kronieken van Fredegar wordt voor de eerste keer melding gemaakt van de vermeende mythische Trojaanse afkomst van de Franken ("de Frankische Trojesage"). Ook wordt wel enige kritiek op de Merovingische koningen uitgeoefend. De Kronieken bevatten voorts ook een van de vroegste Europese vermeldingen van Arabische veroveringen in Europa. De relatie van het Frankische Rijk met de landen van Centraal-en Oost-Europa is ook vermeld. Tevens wordt er voor de eerste keer melding gemaakt, in geschreven vorm, van het begin van het ontstaan van het Slavische Samorijk.

Het werk is opgesteld in gebroken Latijn en overgeleverd in 38 handschriften waarvan het oudste exemplaar vermoedelijk in het jaar 700 in Metz is geschreven. De verdeling van de zes Kronieken in vier boeken en verschillende hoofdstukken kwam pas later tot stand.

Een andere pagina van Kronieken van Fredegar


Externe bron[bewerken]