Kroning van Napoleon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De kroning van Napoleon Bonaparte als keizer van Frankrijk vond plaats op 2 december 1804 in de Notre-Dame van Parijs. De kroning vond plaats in aanwezigheid van paus Pius VII. Volgens overheidsaantekeningen waren de totale kosten meer dan 8,5 miljoen frank.

Napoleons redenen voor de kroning als keizer waren onder andere de stichting van een dynastie en het verhogen van zijn status en prestige bij de internationale monarchisten en de rooms-katholieke Kerk.

Achtergrond[bewerken]

Napoleon Bonaparte greep in 1799 de macht in Frankrijk (zie staatsgreep van 18 Brumaire) en werd benoemd tot eerste consul. In 1802 wist Napoleon zich tot eerste consul voor het leven te laten benoemen. Napoleons dictatoriale regime was gevestigd, met steeds meer politie en voortdurende oorlogen. Napoleon kwam zodoende steeds meer in legitimiteitsproblemen. Het consulaat was kennelijk niet meer legitiem genoeg. Napoleon had een sterkere leiderstitel nodig om zijn macht te legitimeren. Op 18 mei riep de Senaat Napoleon tot keizer uit.

Napoleon liet een plebisciet naar erfelijk keizerschap houden. Van de vraag of met het keizerschap de monarchie hersteld moest worden was geen sprake. Het ging er enkel om of Napoleon deze keizer moest zijn. Napoleon wist bijna 100% aan stemmen te winnen onder de kiezers. Echter, 140.000 soldaten waren niet in het land. Zij werden wel als voorstemmers gerekend. Napoleon had daarnaast zelf nog 400.000 voorstanders bij de uitslag geteld, en ook de thuisblijvers (circa 3 miljoen) werden tot voorstanders gerekend. Ongeveer 2.700 mensen stemden tegen. Deze werden door pastoors, burgemeesters en prefecten weer doorgegeven aan de politie.

Voorbereidingen[bewerken]

Keizer Napoleon op zijn troon met attributen- door Jean Auguste Dominique Ingres, 1806

De voorbereidingen voor de plechtigheid duurde bijna een jaar. Napoleon liet zich aankleden met allerlei relieken van oude koningen. Zo zou zijn mantel zijn bestikt met duizenden gouden bijen, die zouden zijn gevonden in het graf van de Frankische koning Childerik. Als wapen koos Napoleon een adelaar, ontleend aan het wapen van Karel de Grote. Napoleon zou ook de scepter van Karel de Grote moeten dragen, die zich in het Louvre zou bevinden. Dit was niet het geval, maar de conservator moest deze scepter leveren. Een oude dirigeerstok deed vervolgens als zodanig dienst.

Rol van de paus[bewerken]

Karel de Grote was in 800 door de paus gekroond. Deze kroning was het begin van een jarenlange strijd tussen de keizer en de paus over wie nu de feitelijke wereldlijke macht diende uit te oefenen. De keizer vond dat hij de wereldlijke macht had en de paus zich enkel diende bezig te houden met de geestelijke macht, maar de paus vond dat hij ook de wereldlijke macht behoorde te hebben en gebruikte de kroning van keizer Karel de Grote als voorbeeld van zijn macht. Het was immers de paus geweest welke de keizerskroon op het hoofd van de keizer had geplaatst en de keizer zijn waardigheid dus van de paus had verkregen. De strijd tussen de paus en de keizer werd ook wel de 'investituurstrijd' genoemd en eindigde uiteindelijk in een 'overwinning' voor de paus.

Napoleon weigerde echter zichzelf ondergeschikt te maken aan de paus. Uiteindelijk liet Napoleon paus Pius VII opdraven als een soort opperaalmoezenier. Pius werd ontvangen in Fontainebleau, het jachtkasteel van Napoleon. Pius moest uitstappen in een modderplas en werd vervolgens besprongen door de jachthonden van Napoleons adjudant. De koets werd omgeven door Mameluken met kaftans en kromsabels, zodat het leek of de sultan op staatsbezoek was. De vertrekken van de paus op Fontainebleau waren versierd met de schilderijen die in 1797 uit het Vaticaan ontvreemd waren en als aanspreekpunt kreeg de paus Charles-Maurice de Talleyrand; een uitgetreden en getrouwde bisschop van niet bepaald onbesproken gedrag. Napoleon zette uiteindelijk zelf de keizerskroon op zijn hoofd en voorkwam zo dat de paus opnieuw kon bewijzen dat de waardigheid van een keizer enkel maar kon bestaan door de paus.

Joséphine de Beauharnais ging de dag voor de inwijding biechten bij de paus. Aan Pius VII biechtte zij op dat ze nooit kerkelijk met Napoleon getrouwd was. Het belang van Josephine was een verzekering tegen een echtscheiding. Zij verwachtte deze echtscheiding omdat zij Napoleon geen kinderen kon schenken. De paus maakte hier een enorm probleem van. Zo groot zelfs, dat hij de talloze schendingen van zijn functie en Gods geboden over het hoofd leek te zien. Napoleon moest uiteindelijk de avond voor de kroning nog snel voor de kerk trouwen. Napoleon zou deze stunt van Josephine niet snel vergeven.

De kroning[bewerken]

De kroningsplechtigheid ('Sacre') in de Notre-Dame van Parijs was een enorm spektakel, een mengelmoes van middeleeuwse, antieke, Frankische en moderne elementen, allemaal samengebonden in een 300 pagina's tellend draaiboek. Napoleon kroonde zichzelf en Josephine, die door haar enorme mantel de trap bijna niet op kwam.

Napoleon heeft op het schilderij zijn moeder laten bij zetten (Midden, boven op het balkon) ook al was zij niet aanwezig. Zij wilde niet komen omdat ze het onbeschoft vond dat Napoleon zichzelf kroonde en zich toonde als de meerdere van de Paus. Maar Napoleon dacht dat zijn moeder dit toch graag had meegemaakt en liet haar er dus maar bij zetten.

Tussen de religieuze handelingen door kwamen ook de grondwettelijke handelingen. De paus zat er verveeld bij en zelfs Napoleon gaapte voortdurend. Het publiek kon niets zien en vrat zich vol aan broodjes van binnengeglipte verkopers.

Het volk van Parijs barstte na de kroning niet in feest. De straten bleven stil. Zelfs het staatsblad maakte geen melding van deze "belangrijkste gebeurtenis in het keizerrijk", zoals Napoleon die later zelf noemde in zijn memoires.

De kroning van Napoleon, schilderij door Jacques-Louis David
Bronnen, noten en/of referenties