Kroonorde (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Ridderorden
Officierskruis
Ster van een Grootlint
Versiersel van een Commandeur
De versierselen van de Kroonorde

De Kroonorde is een van de drie nationale Belgische orden, naast de Leopoldsorde en de Orde van Leopold II.

Geschiedenis[bewerken]

De orde werd in het tweetalige land op 15 oktober 1897 als "Ordre de la Couronne" of "Kroonorde" ingesteld door Leopold II van België. De koning was behalve koning der Belgen ook eigenaar van de Congo-Vrijstaat, een groot gebied in Afrika dat later Belgisch-Congo zou worden. De orde was bestemd voor gebruik in het bestuur van dit Afrikaanse gebied. Bij de instelling van de orde werd "verdienste voor de Afrikaanse beschaving" met name als kwalificatie voor het verlenen van de onderscheiding genoemd. Toen de Belgische staat de kolonie in 1908 overnam werden ook deze drie koloniale orden tot orden van de Belgische staat.

Kenmerken[bewerken]

De orde is een moderne orde van verdienste. In 1908 was in de regelgeving sprake van "belangrijke artistieke, letterkundige of wetenschappelijke verdienste, verdienste in de commerciële of industriële wereld of voor langdurige trouwe dienst aan het land of in Afrika".

De Orde van Leopold II, de Koninklijke Orde van de Leeuw en de Orde van de Afrikaanse Ster werden tot aan de onafhankelijkheid vooral in Afrika toegekend. Toen de Congo in 1960 onafhankelijk werd verloren de laatste twee orden hun nut maar de Kroonorde werd en wordt nog veel uitgereikt.

De orde staat minder hoog in aanzien dan de Leopoldsorde. De administratie van de orde is aan het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken opgedragen maar de orde wordt voor verdiensten op allerlei gebied, de industrie, de handel, wetenschap, onderwijs, de strijdkrachten, cultuur en liefdadigheid toegekend. De Belgische regering gebruikt de Kroonorde in gevallen waar het verlenen van de Leopoldsorde niet gewenst is.

De orde wordt veel gebruikt in het diplomatieke verkeer. De Belgische regering verleent de orde in het kader van staatsbezoeken en, op basis van reciprociteit oftewel wederkerigheid, bij het vertrek van de vertrekkende in België geaccrediteerde ambassadeurs.

Onderofficieren en soldaten, lagere ambtenaren of burgers die handenarbeid verrichten krijgen in plaats van een Ridderkruis de gouden of zilveren Palmen van de Kroonorde uitgereikt.[1] De Kroonorde weerspiegelt in het decoratiebeleid nog de standenmaatschappij van de 19e eeuw.

Eretekens[bewerken]

Het versiersel[bewerken]

Het kleinood van de orde is een kruis met vijf wit geëmailleerde armen en tien punten. Op het centrale blauwe medaillon is een gouden of zilveren beugelkroon aangebracht. Op de keerzijde staat een sierlijke dubbele "L", het monogram van de stichter. Als verhoging wordt een gouden of zilveren lauwerkrans met groen geëmailleerde bladeren tussen lint en kleinood bevestigd.

De zesde graad, de gouden en zilveren palmen, zijn van niet geëmailleerd goud of zilver en ze worden zonder verhoging aan het lint van de orde, maar met witte sttrepen langs de rand, gedragen.

De medailles worden aan een beugelkroon en een lint in de kleur van het lint van de Kroonorde, maar met witte strepen langs de rand, gedragen. Op de voorzijde is een beugelkroon afgebeeld. Op de keerzijde van de medailles staat nog steeds het Franse motto "Travail et Progrès", indertijd de wapenspreuk van Belgisch-Congo.

Het lint[bewerken]

Het lint van de Kroonorde is van gewaterde zijde. De kleur is een naar violet zwemend ponceaurood. Hieronymussen noemt het "blauwachtig rood". Dames dragen een grootlint dat iets smaller is dan dat van de heren. Het grootlint wordt over de rechterschouder gedragen zodat het kleinood aan een strik op de linkerheup hangt. In het dagelijks leven draagt men op het revers van de jas een knoopsgatversiering in de vorm van een strikje, een rozet of een rozet op een stukje goud-of zilvergalon. Men kan op rokkostuum ook een miniatuur van het versiersel dragen aan een klein lintje of een ketingkje van fijne schakels.

In een Koninklijk Besluit van 24 juni 1919 werd vastgelegd dat burgers voor hun verdienste tijdens de Wereldoorlog konden worden onderscheiden met Belgische orden die aan linten met een centrale streep of strepen langs de rand werden gedragen.

Bij toekenning voor een bijzondere daad van moed en indien de rechthebbende ervoor vermeld werd in een Dagorder, kreeg het lint van de Kroonorde randen van gouddraad en werd een gouden ster aangebracht op het lint. Wanneer de moedige daad geen aanleiding had gegeven tot vermelding in een Dagorder werd alleen een versiersel aan een lint met gouden randen toegekend. Deze bepaling gold voor alle graden en dus ook voor alle linten en het grootlint van de Kroonorde.[1]

Wanneer het ereteken van de Orde voor bijzondere verdienste tijdens de oorlog werd toegekend dan werd een gouden band centraal in het lint geweven. Voor bijzondere verdienste in humanitair oorlogswerk werd een zilveren ster op het lint gedragen.

In 1946 verscheen wederom een Koninklijk Besluit waarmee deze sterren en linten ook beschikbaar werden gesteld voor vergelijkbare daden of verdienste tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Er zijn ook linten van ridders en officieren in de Kroonorde met een kleine gesp met de jaartallen "40-45" of de aanduiding "Corée".[2] Deze gespen staan in verband met verdiensten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog.

Militairen dragen wanneer zij ridder of officier zijn gekruiste zwaarden op het lint van de Kroonorde. Deze zwaarden worden ook op de linten van de palmen en de medailles aangebracht. Officieren in de Kroonorde dragen deze zwaarden boven het rozet op het lint. Een commandeur in de Kroonorde bevestigt zijn zwaarden op de beugel van de cravatte, het lint waaraan met het versiersel om de hals draagt.[3]

Hiërarchie[bewerken]

De Kroonorde is onderverdeeld in graden waaraan een titel is gekoppeld:

De koning der Belgen is grootmeester van de Kroonorde.

Het verlenen van de orden gebeurt meestal op 8 april (geboortedag van koning Albert I) en op 15 november (Koningsdag). Op deze gewoonte worden uitzonderingen gemaakt bij staatsbezoeken en andere bijzondere gelegenheden.

Dragers van eretekens[bewerken]

Veel politici dragen een soortgelijk ereteken.

Literatuur[bewerken]

  • Paul Hieronymussen, Europaeiske Ordner i Farver. 1967

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties