Kubera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over de Hindoe godheid. Voor de boeddhistische godheid met dezelfde naam, zie Vier hemelse koningen.
Kubera op zijn vahana, 1842
Kubera op een man, ca. 1820

Kubera (Sanskriet: कुबेर, Pali/later Sanskriet: Kuvera, Tamil/Thai: Kuperan), ook genoemd Kuber, is de heer van rijkdom en de god-koning van de semi-goddelijke Yakshas in de Hindoeïstische mythologie. Hij wordt beschouwd als de bestuurder van het Noorden (Dik-pala), en een beschermer van de wereld (Lokapala). Zijn vele toevoegingen verheerlijken hem als de opperheer van vele semi-goddelijke wezens en bezitter van de schatten van de wereld.

Origineel omschreven als de baas van kwade geesten in de Vedische Era teksten, Kubera kreeg de status van een Deva (god) alleen in de Purana’s en de Hindoe epos.

In de teksten wordt beschreven dat Kubera eens heerste over Lanka, maar later omvergeworpen door zijn demonen stiefbroer Ravana, zich vestigde in Alaka (in de Himalaya). Beschrijvingen van de schoonheid en rijkdom van Kubera’s stad staan in vele geschriften.

Afbeeldingsvormen[bewerken]

Kubera wordt vaak afgebeeld als een dikke man, behangen met juwelen en in het bezit van een geldpot of geldtas, en een wapenstok. Kubera wordt ook afgebeeld als een dwerg, met een mooie uitstraling en een dikke buik. Hij wordt ook wel eens beschreven met drie benen, maar acht tanden, één oog en met veel juwelen. Soms wordt hij afgebeeld rijdend op een man.

De omschrijving van misvormingen zoals; gebroken tanden, drie benen, drie hoofden en vier armen, komen alle in de later Puraanse teksten voor. Kubera houdt een wapenstok, een granaatappel of een geldtas in zijn hand. Hij kan ook een hand vol juwelen bij zich hebben of een mangoest. De mangoest is een symbool van Kubera’s overwinning over de Nāgas; de bewakers van de schatten.

Kubera wordt in de Vishnudharmottara Purana, omschreven als de belichaming van zowel Artha ("rijkdom, voorspoed, roem") als Arthashastras. Kubera's complexiteit wordt omschreven als de bloembladeren van een lotus.