Kuifje in Tibet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kuifje in Tibet
Orig. titel Tintin au Tibet
Stripreeks De avonturen van Kuifje
Volgnummer 20
Scenario Hergé
Tekeningen Hergé
Pagina's 62
Eerste druk 1960
Portaal  Portaalicoon   Strip

Kuifje in Tibet (originele titel Tintin au Tibet) is het twintigste album uit de reeks Kuifjestrips van de Belgische tekenaar Hergé. Het verscheen voor het eerst in 1960 in een Franstalige uitgave. Van het album is een computerspel uitgebracht voor de Super Nintendo. Het stripboek telt 62 pagina's. De eerste tekeningen werden op 17 september 1958 gepubliceerd in het weekblad Kuifje.

De Hergé Foundation, een stichting ter herinnering aan de schepper van stripheld Kuifje, ontving op 1 juni 2006 te Brussel de Light of Truth Award uit handen van dalai lama Tenzin Gyatso. Volgens Tsering Jampa, directeur van International Campaign for Tibet Europe is Hergé's voorstelling van Tibet voor velen een introductie geweest tot het inspirerende landschap en de cultuur van Tibet.

Het album verscheen rond 2001 in China onder de titel 'Kuifje in Chinees Tibet', maar dat werd na protesten over die titel door de Hergé Foundation uit de handel genomen. In 2002 verscheen de tweede editie in China met de oorspronkelijke titel. De eerste uitgave in Taiwan kreeg de naam Kuifje zoekt zijn vriend mee.[1]

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Op vakantie in de Alpen, samen met kapitein Haddock, leest Kuifje in de krant over een vliegtuigramp boven de Himalaya, waarbij vermoedelijk alle inzittenden zijn omgekomen. Die avond valt Kuifje in slaap tijdens een partijtje schaak met Haddock. Hij krijgt een nachtmerrie over zijn oude Chinese vriend Tchang Tchong-Jen (die hij ooit ontmoette in De Blauwe Lotus), die hulpeloos en zwaargewond in de sneeuw ligt. Kuifje schrikt schreeuwend wakker en brengt alles in rep en roer, waarna Haddock hem adviseert om maar gewoon naar bed te gaan. De volgende morgen krijgt Kuifje een brief van Tchang, waarin deze aankondigt voor zijn werk op reis te gaan naar Londen en in de tussentijd Kuifje graag nog eens zou willen zien. Maar een bericht in de krant meldt de dood van Tchang na de vliegtuigramp. Kuifje wil zijn overlijden niet geloven en meent uit zijn droom op te maken dat Tchang nog leeft.

Met zijn hond Bobbie en de kapitein reist hij eerst naar New Delhi (waar ze Qutb Minar en het Rode Fort bezoeken) en vervolgens naar Kathmandu waar Tchang naar onderweg was op zijn reis naar Europa. Daar maken ze contact met familieleden van Tchang en met de sherpa Tharkey. Hoewel zowel Tharkey als Haddock de reis als zinloos beschouwen, besluiten ze toch met Kuifje mee te gaan Tharkey regelt een groep dragers, maar die laten hen uiteindelijk in de steek uit angst voor de Yeti, na het vinden van vreemde voetsporen. Haddock had een partij whiskyflessen meegenomen, waarvan er uiteindelijk slechts één heel blijft. Later raakt Haddock ook deze fles alsnog kwijt en vindt hem uiteindelijk leeg terug; waarschijnlijk heeft de Yeti de whisky gestolen en opgedronken. Haddock is woedend en wil gedurende de rest van het verhaal wraak nemen op het beest.

Het drietal komt uiteindelijk aan bij het wrak van het vliegtuig. Er liggen geen lijken, omdat de reddingsbrigade al eerder bij het vliegtuig is geweest. Wel worden er zaken teruggevonden die van de verongelukte passagiers zijn geweest, zoals een teddybeer en een ingevroren stuk kip. Kuifje gaat op onderzoek en komt in een grot terecht, waar de naam van Tchang in een rots gekrast staat. Tchang heeft de vliegramp dus overleefd. Op de terugtocht naar het vliegtuig komen Kuifje en Bobbie in een sneeuwstorm terecht, waarbij Kuifje een glimp opvangt van wat later de Yeti blijkt te zijn, maar in een spelonk valt. Als de storm voorbij is, komt de groep weer bij elkaar.

Omdat de kans op overleving van Tchang heel gering is en het zoeken onbegonnen werk lijkt, gaat Tharkey terug. Kuifje besluit verder te zoeken na het zien van een gele sjaal aan een bergwand. Nadat Haddock moed ingedronken heeft, besluiten ze samen de bergwand te beklimmen, aan elkaar verbonden door een touw. Haddock valt echter en Kuifje kan hem niet optrekken. Als Haddock zichzelf los wil snijden om Kuifje te redden, komt Tharkey hen te hulp. De sherpa heeft besloten alsnog mee te gaan, omdat hij Kuifjes onbaatzuchtigheid bewondert.

's Nachts komen er meer problemen. Eén van de slaaptenten waait weg bij het opzetten (in het gezicht van de Yeti), en de andere is veel te klein waardoor hij kapot gaat. De groep moet nu verder blijven trekken, want inslapen zal in de vrieskou hun dood betekenen. Uitgeput komen ze aan bij de rand van de Tibetaanse hoogvlakte en zien een boeddhistisch klooster net op het moment dat Haddock volslagen uitgeput is en pertinent weigert verder te gaan. Ze hebben het klooster echter nauwelijks gezien of ze komen in een lawine terecht. Kuifje verstuikte daarbij zijn enkel en stuurt Bobbie naar het klooster met een boodschap, maar Bobbie verliest onderweg het papier wanneer zijn aandacht wordt afgeleid door een reusachtig bot. Toch herkent een monnik Bobbie als een hond uit het visioen van Gezegende Bliksem, een leviterende helderziende monnik en Bobbie leidt hen naar de drie slachtoffers, die gered worden. Tharkey blijkt zijn arm gebroken te hebben en Haddock moet eerst bijkomen van zijn uitputting.

Twee dagen later krijgt Gezegende Bliksem weer een visioen, waarin Tchang zich bevindt in "de Muil van de Yak", waar de "Migou" bij hem is. De abt legt uit dat de Muil van de Yak een grot is en dat de Migou een Tibetaanse naam is voor de Yeti. Haddock gelooft niet in de visioenen en besluit, net als de gewonde Tharkey, terug te gaan naar Nepal. Kuifje gaat daarop in zijn eentje naar een dorp in de buurt van de grot, waar men hem verzekert dat de Yeti vaak in de grot komt. Haddock is Kuifje alsnog achterna gekomen en gaat mee naar de Muil van de Yak. De Yeti blijkt daar inderdaad te zijn. Als deze de grot verlaat, gaat Kuifje naar binnen, met Haddock op de uitkijk. In de grot treft Kuifje een koortsachtige, zieke Tchang aan. De Yeti komt echter terug en probeert Kuifje aan te vallen, maar die verjaagt hem met de flits van zijn fototoestel.

Tchang kan nu door Kuifje en Haddock worden verzorgd. Hij vertelt dat hij, als enige overlevende van de vliegramp, een grot invluchtte, waar hij door de Yeti werd aangetroffen. De Yeti gaf Tchang te eten en nam hem mee naar een andere plek toen een hulpexpeditie naar het wrak kwam. Het valt Kuifje op dat Tchang spreekt van een "arme sneeuwman" in plaats van een "verschrikkelijke"; tijdens zijn gevangenschap heeft Tchang een vertrouwelijke band met de Yeti opgebouwd. Als Kuifje, Haddock en Tchang naar Nepal vertrekken na eerst het boeddhistische klooster te hebben aangedaan, wijst Tchang er nog eens op dat de Yeti wel degelijk iets menselijks in zich heeft.

Achtergrond[bewerken]

  • De werktitel was Le Museau de la vache (De snuit van de koe). Hergé verwees daarmee naar de vorm en de naam van de berg waar de verschrikkelijke sneeuwman zich volgens de legende zou ophouden. Hij wilde die naam ook aan het verhaal in weekblad Kuifje en aan het album geven. Zijn uitgever wist hem te overtuigen dat een titel met de naam Kuifje erin beter zou verkopen.[2]
  • Het album wordt beschouwd als een van de beste uit de Kuifjereeks. De karakters zijn zeer realistisch vormgegeven en maken constant morele keuzes. Zelfs Kuifjes hond Bobbie krijgt morele vraagstukken te verwerken (het wel of niet drinken van alcohol, het afleveren van de noodbrief).
  • Het album heeft als belangrijkste thema's: integriteit, trouw en moed. De kleur wit is een zeer belangrijk aspect. Hergé had last van nachtmerries, waarin wit de hoofdkleur was, wat hem benauwde en hem aanspoorde dit album te maken.
  • Kuifjes ontmoeting met Tchang was gebaseerd op Hergés verlangen zijn oude Chinese vriend Chang Chongren, die hem ten tijde van De Blauwe Lotus had geholpen met de research voor dit album, opnieuw te ontmoeten. Het zou voor Hergé echter tot 1981 duren voor zij elkaar weer zouden zien, bijna 50 jaar na hun laatste ontmoeting.
  • Hoewel Kuifje niet ouder lijkt, is Tchang in dit verhaal duidelijk ouder dan in De Blauwe Lotus. Hij krijgt een betaalde baan in Londen aangeboden en reist in zijn eentje met het vliegtuig.

Trivia[bewerken]

Bronnen
  1. Coblence, Jean-Michael en Yifei Tchang (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen (éditions Moulinart) uitgeverij Lannoo, p. 160
  2. Coblence, Jean-Michael en Yifei Tchang (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen (éditions Moulinart) uitgeverij Lannoo, p. 153-154