Kulmerland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oost-Pruisen en het Kulmerland in 1648

Het Kulmerland of Kulmer Land (ook met C-; Pools: ziemia chełmińska) is een historische regio in Polen, gelegen tussen de rivieren Wisła, Drwęca en Osa.

Geografie[bewerken]

Het Kulmerland grenst in het westen aan de historische regio Pommerellen, in het noorden aan Pomesanië en Pogesanië, in het oosten aan Sassen en in het zuiden aan Koejavië. Het is genoemd naar de stad Chełmno (Duits: Kulm) en omvat voorts de steden Toruń (Thorn), Grudziądz (Graudenz) en Chełmża (Kulmsee).

Geschiedenis[bewerken]

Hertog Koenraad van Mazovië kende het Kulmerland, dat invallen van de Pruisen te verduren had, in 1225 toe aan de Duitse Orde in ruil voor verovering van het gebied om te fungeren als buffer. Na de verovering stichtte de legaat Willem van Modena in 1245 het bisdom Kulmerland, met zetel in Kulmsee, waar bisschop Heidenreich in 1251 met de bouw van een dom begon. Rond burchten van de Orde ontstonden in de jaren 1230 steden als Kulm en Thorn, die met het zogenaamde Kulmer recht zelfbestuur ontvingen.

De Duitse Orde verloor het Kulmerland met Pommerellen in de Tweede Vrede van Thorn (1466) aan Polen, waarna het met Ermland een deel van Koninklijk Pruisen werd. In de zestiende eeuw schoot, ondanks tegenmaatregelen van bisschoppen als Stanislaus Hosius, het protestantisme wortel in de regio, met name in de steden.

Het Kulmerland kwam met de Eerste Poolse Deling (1772) aan Pruisen, waar het sinds 1773 een deel van de provincie West-Pruisen vormde. Na de Vrede van Tilsit (1807) werd de regio deel van het Hertogdom Warschau, maar het Congres van Wenen kende het weer aan Pruisen toe. Als deel van dit land behoorde het sinds 1871 tot het Duitse Keizerrijk. Conform het Verdrag van Versailles kwam het gebied in 1920 aan de herstelde staat Polen. Duitsland bezette het Kulmerland van 1939 tot 1945, waarna het wederom Pools werd. Het ligt thans in het woiwodschap Koejavië-Pommeren.