Kunstmatige inseminatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Kunstmatige inseminatie (KI) is een techniek om tot een bevruchting te komen wanneer de bevruchting niet door de geslachtsgemeenschap tot stand komt. Het woord inseminatie verwijst naar het woord semen, dat zaad betekent. Bij kunstmatige inseminatie wordt er sperma in de baarmoeder of baarmoederhals gebracht.

De mens[bewerken]

Als het een (echt)paar niet lukt om op de 'natuurlijke manier' zwanger te worden, kan er een vruchtbaarheidsbehandeling gestart worden. Is het sperma van de man van redelijk tot goede kwaliteit, dan is Intra-Uteriene Inseminatie (IUI) meestal de eerste stap (Kunstmatige Inseminatie Eigen semen, meestal afgekort tot KIE). Met LH urine-testen of door echoscopie wordt het moment van de eisprong (ovulatie) gedetecteerd. Op de dag van de verwachte ovulatie wordt met een injectiespuitje en een speciale katheter het opgewerkte sperma (sperma waarbij het zaadvocht verwijderd is) in de baarmoederholte of baarmoedermondkanaal gebracht. Als er helemaal geen levende zaadcellen in het sperma van de man aanwezig zijn of als een vrouw zwanger wil worden maar geen mannelijke partner heeft, kan sperma van een zaaddonor gebruikt worden (Kunstmatige Inseminatie Donorsperma, meestal afgekort tot KID). In dit laatste geval hoeft het sperma van de donor niet te worden opgewerkt. Een handig hulpmiddel hierbij is een zogenaamd inseminatiecupje dat particulier gebruikt mag worden, maar raadpleging van een arts vooraf wordt altijd geadviseerd.

Leidt dit na een aantal pogingen niet tot een zwangerschap, dan besluit men meestal tot een reageerbuisbevruchting ofwel in-vitrofertilisatie (IVF) met of zonder Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI).

In 2005 is een organisatie opgericht die opkomt voor de belangen van personen verwekt door KID met een anonieme donor, Stichting Donorkind.

Dieren[bewerken]

Kunstmatige inseminatie van een koe

Voor het fokken van koeien en varkens in de vlees- en melkindustrie wordt bijna uitsluitend met kunstmatige inseminatie gewerkt. Slechts weinig bedrijven houden zelf mannelijke dieren. Speciale bedrijven zijn gericht op het houden van stieren en beren met zeer goede kwaliteiten; deze bedrijven zorgen dan voor de kunstmatige inseminatie bij veel boerderijen. Ook in de paardenfokkerij, pluimveefokkerij en bijenhouderij wordt kunstmatige inseminatie veelvuldig toegepast.

  • Voordelen van kunstmatige inseminatie zijn onder meer, dat de kans op overdracht van seksueel overdraagbare ziekten verminderd wordt, dat men het sperma van goede fokdieren bovendien kan verdunnen (en hierdoor meer vrouwelijke dieren kan bevruchten) en dat er geen geografische belemmeringen meer zijn om aan het sperma van een goed fokdier te komen. Bovendien kan sperma ingevroren worden zodat zelfs na het overlijden van het dier nog sperma beschikbaar blijft.
  • Nadelen zijn het vermengen van de genetische basis van een ras (denk maar aan het stelselmatig inkruisen met Holstein-Friesian in het zwartbont koeienras). Zo vermindert de diversiteit, en ontstaan er genetische ziekten. Een voorbeeld is bovine leukocyte adhesion deficiency (BLAD) dat veroorzaakt werd door een genmutatie in het DNA van een succesvolle fokstier.

Geschiedenis[bewerken]

Het was in Nederland Doctor Jan Siebenga die de eerste pioniersarbeid verrichtte voor de KI bij koeien. Vanuit zijn praktijk in Oldeberkoop werden de eerste koeien kunstmatig bevrucht en het eerste KI-kalf werd op 5 december 1935 bij Jan Werner te Elsloo geboren. Deze resultaten wekten internationaal zoveel interesse, dat er al spoedig van diverse universiteiten uit Amerika, Engeland en Italië professoren naar `Doctor Jan` kwamen om de techniek van de KI meester te worden. Hierdoor werd hij een veelgevraagd spreker op vele internationale fora en werd zijn werk en ervaring hoog gewaardeerd.

Externe links[bewerken]