Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1932

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kunstrijden was één van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1932 in Lake Placid. Het was de vijfde keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 8 tot en met 12 februari op de overdekte ijsvloer van het Olympic Fieldhouse wat plaats bood aan 3400 toeschouwers.

In totaal namen 39 deelnemers (18 mannen en 21 vrouwen) uit dertien landen deel aan deze editie.

De Zweed Gillis Grafström werd de eerste kunstschaatser die vier olympische medailles op rij won, in 1920, 1924 en 1928 werd hij Olympisch kampioen, deze editie eindigde hij op de tweede plaats. Hij is hiermee nog steeds de succesvolste olympische medaillewinnaar in het kunstrijden. Grafström was ook de eerste kunstschaatser die aan vier Olympische edities deelnam. Waar Sonja Henie hem hier al in 1936 bij de vrouwen involgde, was Jan Hoffmann in 1980 pas de tweede man die voor de vierde keer deelnam.

Zowel Sonja Henie bij de vrouwen als Andrée Brunet-Joly / Pierre Brunet bij de paren prolongeerden hun olympische titel, voor alle drie was het ook hun derde deelname. Net als in 1928 eindigde Fritzi Burger ook deze editie op de tweede plaats bij de vrouwen. Ook Beatrix Loughran was voor de derde keer deelneemster, in 1924 nam ze solo deel, in 1928 solo en bij de paren en deze editie bij de paren.

Eindrangschikking

Elk van de zeven juryleden rangschikte de deelnemer van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze plaatsing geschiede op basis van het toegekende puntentotalen door het jurylid gegeven. (Deze puntenverdeling was weer gebaseerd op 60% van de verplichte kür, 40% van de vrije kür bij de solo disciplines). De uiteindelijke rangschikking geschiedde bij een meerderheidsplaatsing. Dus, wanneer een deelnemer bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg hij de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald. Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald, dan waren beslissende factoren: 1) laagste som van plaatsingcijfers van alle juryleden, 2) totaal behaalde punten, 3) punten behaald in de verplichte kür.

Mannen[bewerken]

Op 8 (verplichte kür) en 9 februari (vrije kür) streden twaalf mannen uit acht landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/7 = som plaatsingcijfers van alle zeven juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/7 punten
Goud Karl Schäfer Vlag van Oostenrijk AUT 5x1 (1-2-1-2-1-1-1) 9 2602,0
Zilver Gillis Grafström Vlag van Zweden SWE 6x2 (3-1-2-1-2-2-2) 13 2514,5
Brons Montgomery Wilson Vlag van Canada CAN 4x3 (4-3-4-4-3-3-3) 24 2448,3
4 Marcus Nikkanen Vlag van Finland FIN 4x4 (2-4-3-3-5-5-6) 28 2420,1
5 Ernst Baier Vlag van Duitsland GER 6x5 (5-5-5-5-4-4-7) 35 2334,8
6 Roger Turner Vlag van Verenigde Staten USA 7x6 (6-6-6-6-6-6-4) 40 2297,6
7 James Madden Vlag van Verenigde Staten USA 3x7 (7-7-8-8-8-9-5) 52 2049,6
8 Gail Borden II Vlag van Verenigde Staten USA 6x8 (8-8-7-7-9-7-8) 54 2110,8
9 Kazuyoshi Oimatsu Vlag van Japan JPN 4x9 (9-10-9-9-12-8-10) 67 1978,6
10 Walter Langer Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 4x10 (10-11-10-111-7-12-9) 70 1964,3
11 William Nagle Vlag van Verenigde Staten USA 4x11 (12-12-11-10-11-10-11) 77 1884,8
12 Ryuichi Obitani Vlag van Japan JPN - (11-9-12-12-10-11-12) 79 1856,7

Vrouwen[bewerken]

Op 9 (verplichte kür) en 10 februari (vrije kür) streden vijftien vrouwen uit zeven landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/7 = som plaatsingcijfers van alle zeven juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/7 punten
Goud Sonja Henie Vlag van Noorwegen NOR 7x1 (1-1-1-1-1-1-1) 7 2302,5
Zilver Fritzi Burger Vlag van Oostenrijk AUT 4x2 (2-4-2-3-2-2-3) 18 2167,1
Brons Maribel Vinson Vlag van Verenigde Staten USA 4x3 (4-2-3-4-5-3-2) 23 2158,5
4 Constance Wilson-Samuel Vlag van Canada CAN 5x4 (3-5-4-5-3-4-4) 28 2131,9
5 Vivi-Anne Hultén Vlag van Zweden SWE 7x5 (5-3-5-2-4-5-5) 29 2129,5
6 Yvonne de Ligne Vlag van België BEL 5x6 (6-6-8-6-7-6-6) 45 1942,5
7 Megan Taylor Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 2x7 (8-10-7-9-6-7-8) 55 1911,8
8 Cecilia Colledge Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 4x8 (14-9-6-7-13-8-7) 64 1851,6
9 Mollie Phillips Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 4x9 (7-8-9-10-8-12-9) 63 1864,7
10 Joan Dix Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 3x9 (12-7-12-12-9-13-10) 75 1833,6
11 Margaret Bennett Vlag van Verenigde Staten USA 4x11 (9-11-13-11-10-10-11) 75 1826,8
12* Elizabeth Fisher Vlag van Canada CAN 3x12 (10-13-10-14-12-9-14) 82 1801,0
13* Suzanne Davis Vlag van Verenigde Staten USA 5x13 (15-12-11-8-14-11-12) 83 1780,4
14 Louise Weigel Vlag van Verenigde Staten USA 6x14 (13-14-14-13-11-14-13) 92 1769,4
15 Mary Littlejohn Vlag van Canada CAN - (11-15-15-15-15-15-15) 101 1711,6
* N.B. In het Officiële rapport is Davis als 12e en Fisher als 13e geklasseerd.

Paren[bewerken]

Op 12 februari (vrije kür) streden zeven paren uit vier landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/7 = som plaatsingcijfers van alle zeven juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/7 punten
Goud Andrée Brunet-Joly / Pierre Brunet Vlag van Frankrijk FRA 4x1 (2,5-1-1,5-3-1-1-2) 12 76,7
Zilver Beatrix Loughran / Sherwin Badger Vlag van Verenigde Staten USA 5x2 (4-2-4-1-2-2-1) 16 77,5
Brons Emilie Rotter / László Szollás Vlag van Hongarije HUN 5x3 (1-3-3-4-3-3-3) 20 76,4
4 Olga Orgonista / Sándor Szalay Vlag van Hongarije HUN 3x4 (2,5-5-1,5-5-5-4-5) 28 72,2
5 Constance Wilson-Samuel / Montgomery Wilson Vlag van Canada CAN 5x5 (5-6-5-6-4-5-4) 35 69,6
6 Chauncy Bangs / Frances Claudet Vlag van Canada CAN 7x6 (6-4-6-2-6-6-6) 36 68,9
7 Gertrude Meredith / Joseph Savage Vlag van Verenigde Staten USA - (7-7-7-7-7-7-7) 49 59,8

Medaillespiegel[bewerken]

rang land Goud Zilver Brons totaal
1 Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 1 1 0 2
2 Vlag van Frankrijk Frankrijk 1 0 0 1
2 Vlag van Noorwegen Noorwegen 1 0 0 1
4 Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 0 1 1 2
5 Vlag van Zweden Zweden 0 1 0 1
6 Vlag van Canada Canada 0 0 1 1
6 Vlag van Hongarije Hongarije 0 0 1 1
3 3 3 9


Bronnen, noten en/of referenties