Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1948

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kunstrijden was één van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1948 in St. Moritz. Het was de zevende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 2 tot en met 7 februari op het buitenijs van het Badrutt's Park ijsstadion.

In totaal namen 64 deelnemers (27 mannen en 37 vrouwen) uit twaalf landen deel aan deze editie. De Brit Henry Graham Sharp en de Oostenrijker Helmut May waren de enige twee deelnemers die ook aan de Spelen van 1936 deelnamen.

Eindrangschikking

Elk van de negen juryleden (elf bij de paren) rangschikte de deelnemer van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze plaatsing geschiedde op basis van het toegekende puntentotaal door het jurylid gegeven. (Deze puntenverdeling was weer gebaseerd op 60% van de verplichte kür, 40% van de vrije kür bij de solo disciplines). De uiteindelijke rangschikking geschiedde bij een absolute meerderheidsplaatsing. Dus, wanneer een deelnemer als enige bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg hij de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald, waarbij het aantal plaatsingen voor die positie werd bepaald door het aantal keren dat diezelfde positie of hogere positie werd behaald (dus, voor plaats 2 telden alle top 2 plaatsen, voor plaats 3 alle top 3 plaatsen, enz.). Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald, dan volgde de procedure voor de volgende plaats tot een meerderheidsplaatsing was bereikt. Bij een gelijk aantal meerderheidsplaatsingen waren beslissende factoren: 1) laagste som van plaatsingcijfers van alle juryleden, 2) totaal behaalde punten, 3) punten behaald in de verplichte kür.

Mannen[bewerken]

Op 2 (verplichte kür) en 5 februari (vrije kür) streden 16 mannen uit tien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/9 punten
Goud Dick Button Vlag van Verenigde Staten USA 8x1 (1-2-1-1-1-1-1-1-1) 10 1720,6
Zilver Hans Gerschwiler Vlag van Zwitserland SUI 5x2 (2-1-5-2-3-2-3-2-3) 23 1630,1
Brons Edi Rada Vlag van Oostenrijk AUT 6x3 (7-3-3-3-2-3-4-6-2) 33 1603,2
4 John Lettengarver Vlag van Verenigde Staten USA 6x4 (3-4-2-5-6-4-2-3-7) 36 1587,6
5 Ede Király Vlag van Hongarije HUN 8x5 (5-5-6-4-4-5-5-4-4) 42 1569,6
6 James Grogan Vlag van Verenigde Staten USA 5x6 (6-7-4-8-10-6-6-5-10) 62 1518,4
7 Henry Graham Sharp Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 5x7 (4-9-10-7-8-10-7-7-5) 67 1503,4
8 Helmut May Vlag van Oostenrijk AUT 6x8 (8-6-9-6-5-9-11-8-6) 68 1491,0
9 Helmut Seibt Vlag van Oostenrijk AUT 6x9 (10-8-7-10-7-8-12-9-8) 79 1463,9
10 Ladislav Cáp Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 5x10 (9-13-13-9-9-12-9-13-9) 96 1442,1
11 Fernand Leemans Vlag van België BEL 6x12 (14-11-11-13-11-7-13-12-12) 104 1420,4
12 Wallace Diestelmeyer Vlag van Canada CAN 6x12 (13-14-12-12-12-11-14-11-11) 110 1406,9
13 Zdenek Fikar Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 7x13 (12-12-15-11-13-13-10-15-13) 114 1387,4
14 Karl Enderlin Vlag van Zwitserland SUI 6x14 (11-10-8-15-15-14-8-14-15) 110 1388,2
15 Carlo Fassi Vlag van Italië ITA 5x15 (16-15-14-14-14-16-16-16-14) 135 1313,7
16 Per Cock-Clausen Vlag van Denemarken DEN - (15-16-16-16-16-15-15-10-16) 135 1309,8

Vrouwen[bewerken]

Op 3 (verplichte kür) en 5 februari (vrije kür) streden 25 vrouwen uit tien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/9 punten
Goud Barbara Ann Scott Vlag van Canada CAN 7x1 (1-1-1-2-1-2-1-1-1) 11,0 1467,7
Zilver Eva Pawlik Vlag van Oostenrijk AUT 5x2 (2-2-3-3-4-1-2-2-5) 24,0 1418,3
Brons Jeannette Altwegg Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 5x3 (3-4-2-1-2-5-3-4-4) 28,0 1405,5
4 Jiřina Nekolová Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 7x4 (5-3-4-4-3-4-5-3-3) 34,0 1386,8
5 Alena Vrzáňová Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 9x6 (6-6-6-6-6-3-4-5-2) 44,0 1377,4
6 Yvonne Sherman Vlag van Verenigde Staten USA 7x7 (9-7-7-8-5-6-6-7-7) 62,0 1348,5
7 Bridget Adams Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 5x7 (7-8-5-5-11-7-11-6-9) 69,0 1337,8
8 Gretchen Merrill Vlag van Verenigde Staten USA 6x8 (4-5-8-7-8-9-8-9-15) 73,0 1336,2
9 Martha Musilek Bachem Vlag van Oostenrijk AUT 5x11 (8-9-15-14-16-8-14-11-8) 103,0 1300,1
10 Marion Tiefy Davies Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 6x12 (10-12-9-9-13-12-10-13-16) 104,0 1302,9
11* Eileen Seigh Vlag van Verenigde Staten USA 6x13 (12-15-13-13-10-15-7-15-10) 110,0 1297,0
12 Marilyn Ruth Take Vlag van Canada CAN 6x12 (14-10-17-11-7-11-12-17-11,5) 110,5 1293,5
13 Dagmar Lerchová Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH 5x12 (18-13-12-16-12-10-13-12-6) 112,0 1299,9
14 Suzanne Morrow Vlag van Canada CAN 8x14 (11-14-11-10-9-14-20-14-14) 117,0 1292,9
15 Maja Hug Vlag van Zwitserland SUI 5x15 (13-18-10-15-17-21-15-10-18) 137,0 1273,7
16 Jacqueline du Bief Vlag van Frankrijk FRA 5x16 (16-19-22-19-19-16-9-16-11,5) 147,5 1251,2
17 Marika Saáry Vlag van Hongarije HUN 6x17 (17-20-14-17-18-18-17-8-13) 142,0 1268,5
18 Hildegard Appeltauer Vlag van Oostenrijk AUT 7x18 (21-16-18-18-15-13-16-18-20) 155,0 1253,7
19 Maidie Jill Linzee Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 6x18 (15-11-19-12-14-19-18-20-17) 145,0 1201,8
20 Ingeborg Solar Vlag van Oostenrijk AUT 6x21 (19-22-20-23-21-17-24-19-21) 186,0 1219,0
21 Éva Lindner Vlag van Hongarije HUN 5x21 (20-21-23-22-22-20-21-21-22) 192,0 1207,7
22 Marit Henie Vlag van Noorwegen NOR 6x22 (22-23-21-21-20-23-23-22-19) 194,0 1198,0
23 Lotti Höner Vlag van Zwitserland SUI 5x22 (23-17-16-20-23-22-19-23-23) 186,0 1207,9
24 Grazie Barcellona Vlag van Italië ITA 5x24 (24-25-25-25-25-24-22-24-24) 218,0 1099,9
25 Doris Blanc Vlag van Zwitserland SUI - (25-24-24-24-24-25-25-25-25) 221,0 1103,6
* N.B. Seigh is als 11e geklasseerd terwijl Take en Lerchová meer top 12 plaatsen hebben.

Paren[bewerken]

Op 7 februari (vrije kür) streden vijftien paren uit elf landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/11 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/11 punten
Goud Micheline Lannoy / Pierre Baugniet Vlag van België BEL 7x1 (1-2-2,5-1-1,5-1-1-1-4,5-1-1) 17,5 123,5
Zilver Andrea Kékesy / Ede Király Vlag van Hongarije HUN 10x3 (3-4-1-2-1,5-3-3-3-1-2,5-2) 26,0 122,2
Brons Suzanne Morrow / Wallace Diestelmeyer Vlag van Canada CAN 8x3 (2-1-4-3-3-2-4-2-2,5-2,5-5) 31,0 121,0
4 Yvonne Sherman / Robert Swenning Vlag van Verenigde Staten USA 10x5 (5-3-9-5-4-5-5-4,5-4,5-5-3) 53,0 116,4
5 Winnifred Silverthorne / Dennis Silverthorne Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 6x5 (6-5-6,5-4-5-4-2-6-2,5-6-6) 53,0 116,3
6 Karol Kennedy / Peter Kennedy Vlag van Verenigde Staten USA 8x6 (4-6-2,5-8,5-6,5-6-6-4,5-7,5-4-4) 59,5 115,4
7 Marianna Nagy / László Nagy Vlag van Hongarije HUN 7x8 (7-7-6,5-6-8-10-10-10-6-7,5-11) 89,0 109,0
8 Jennifer Nicks / John Nicks Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR 7x9 (9-9,5-14-8,5-6,5-7-7-8-9-9,5-10) 98,0 106,7
9* Herta Ratzenhofer / Emil Ratzenhofer Vlag van Oostenrijk AUT 6x11 (13-12-5-12-9-9-12-14-7,5-11-7) 111,5 103,8
10 Margot Walle / Allan Fjeldheim Vlag van Noorwegen NOR 6x10 (8-9,5-8-10-11-8-13-13-10-14-14) 118,5 102,1
11 Susanne Giebisch / Helmut Seibt Vlag van Oostenrijk AUT 8x11 (11-13-11-11-10-12-11-9-12-9,5-8) 117,5 102,2
12 Luny Unold / Hans Kuster Vlag van Zwitserland SUI 6x11 (12-8-10-7-14-14-8-11-11-13-12) 120,0 102,1
13 Grazia Barcellona / Carlo Fassi Vlag van Italië ITA 6x11 (10-11-12-13,5-13-11-9-7-14-12-9) 121,5 101,9
14 Denise Favart / Jacques Favart Vlag van Frankrijk FRA - (14-14-13-13,5-12-13-14-12-13-7,5-13) 139,0 95,7
- Blazena Knittlová / Karel Vosátka Vlag van Tsjecho-Slowakije TCH opgave
* N.B. Ratzenhofer/Ratzenhofer zijn als 9e geplaatst terwijl Walle/Fjeldheim met 6x10 en Giebisch/Seibt met 8x11 beter topplaatsen hebben.

Medaillespiegel[bewerken]

rang land Goud Zilver Brons totaal
1 Vlag van Canada Canada 1 0 1 2
2 Vlag van België België 1 0 0 1
2 Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 1 0 0 1
4 Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 0 1 1 2
5 Vlag van Zwitserland Zwitserland 0 1 0 1
5 Vlag van Hongarije Hongarije 0 1 0 1
7 Vlag van Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië 0 0 1 1
3 3 3 9


Bronnen, noten en/of referenties