Kunstverzameling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een kunstkamer of Wunderkammer is een oude manier om een kunst- en curiositeitenverzameling te presenteren
Buda Múzeum, Budapest
Alte Pinakothek, München, Rubenszaal
Neue Pinakothek, München
Max Klinger, Elsa Asenijeff
Konrad Eberhard, Amor und die Muse
Adolf von Hildebrand, Philoktet
Auguste Rodin, Eva
Duane Hanson, Man on bench

Een kunstverzameling of kunstcollectie is een collectie van beeldende kunst of toegepaste kunst. Een kunstverzameling kan in bezit zijn van een min of meer vermogende particulier, echtpaar of familie, van de kunstenaar zelf, of van een speciaal daartoe opgerichte stichting (ook genoemd: foundation of fondation). Een kunstcollectie kan thuis bewaard worden, in een depot staan of ondergebracht zijn bij een museum. Het opbouwen van een kunstcollectie kan gedaan worden uit zuivere passie voor de kunst maar er kunnen ook andere overwegingen meespelen, zoals vergroten van status, blijk geven van goede smaak, geldbelegging, kunsthandel en/of kunsthistorische documentatie.

Een kunstverzameling kan gaan over het oeuvre van één enkele kunstenaar of een groep kunstenaars of over een bepaalde stijlperiode. Zij kan geografisch geduid zijn of kan rond één bepaald thema of een leidende gedachte uitgebouwd zijn. Zo kan een kunstverzameling bestaan uit kunstwerken van hedendaagse kunst, oude kunst, of bijvoorbeeld ook historische kleding, zilveren gebruiksvoorwerpen, mode- en designproducten tot zelfs kunstzinnig gemaakte kerststallen toe. Vaak worden privécollecties opgebouwd op grond van zeer subjectieve voorkeuren. Bedrijfscollecties worden vaak opgebouwd op grond van de te verwachten waardevastheid en /of kans op waardestijgingen.

Regelmatig wordt een kunstverzameling bij leven door middel van een wilsbeschikking door de collectioneur ondergebracht in een stichting met rechtspersoonlijkheid. Deze stichting kan het beheer voeren en de verzameling toegankelijk maken in een museale ruimte. Door een dergelijke constructie kan de verzamelaar controleverlies en eventuele versnippering van de collectie door vererving aan meerdere erfgenamen proberen te vermijden. Men kan onderscheid maken tussen een privéstichting en een stichting van openbaar nut. Door het oprichten van een stichting, die zijn of haar naam draagt, kan de verzamelaar-maecenas trachten voor immer zijn of haar naam aan een collectie te verbinden.

Situering[bewerken]

Het bevorderen, verzamelen en tonen van beeldende kunst was tot aan het einde van het Ancien Régime het voorrecht van de clerus en de adel. Vroege vormen van kunstverzamelingen door particulieren vormden de kunstkamers of Wunderkammer. Een andere oude vorm van presenteren is een prentenkabinet of Pinakothek. Vanaf het begin van de 19e eeuw nam de vrijgevochten burgerij de rol van mecenas over en richtte daartoe een nieuw type organisatie op: het museum. Vanaf die tijd kreeg kunstbezit ook een didactische functie.

In de 20e eeuw werd deze rol weer overgenomen door juridische constructies als een stichting of een foundation. De kunststichting werd voorzien van middelen door industriëlen (zoals Friedrich Flick), bedrijven (zoals Peter Stuyvesant), multinationals en banken (CERA en ABN AMRO) om kunstaankopen te doen. Zo steunde men de kunstenaars en werd het vermogen veilig belegd. Banken kunnen ook als sponsor optreden met het geld van weer verkochte kunstwerken. De Duitse Commerzbank liet begin 2010 de plastiek L'Homme qui marche van Alberto Giacometti veilen met een opbrengst van 74 miljoen euro. De bank wilde de opbrengst besteden aan culturele initiatieven en aan door hen gesteunde musea.

De kunstverzameling van de Amerikaanse financier-bankier John Pierpont Morgan begin 20e eeuw was indrukwekkend. Hij schonk een deel van zijn collectie aan bestaande musea. De kunstverzameling John Pierpont Morgan kwam op een dergelijke wijze in openbaar bezit. De Frick Collection van Henry Clay Frick is even indrukwekkend. Een van de bindende voorwaarden bij het schenken van een complete collectie komt meestal neer op het onverdeeld behoud van het geschonken bezit door de nieuwe eigenaar, eventueel verbonden aan de eis het werk openbaar toegankelijk te houden of minstens een deel ervan in een permanente tentoonstelling te laten zien. Een andere voorwaarde kan zijn dat er een goede inventarisatie en documentatie wordt gemaakt en een publicatie in de vorm van een catalogus of een boek.

Vermogende Belgische particulieren en kunstminnaars zoals Geert Verbeke met de Verbeke Foundation, Roger Matthys, Lieven de Clerck, Anton Herbert, Mark Vanmoerkerke, Walter Vanhaerents met de VanhaerentsArtCollection, Filiep Libeert, Stephane Janssen, Wilfried Cooreman, Johan Delcour en Monia Warnez legden mettertijd belangwekkende collecties aan op basis van eigen voorkeuren.

Door aankopen van werk door collectioneurs wordt de prijsvorming van de kunstwerken beïnvloed en kan de carrière van een kunstenaar vorm krijgen. In 2005 bedacht Jan De Cock bijvoorbeeld het kunstwerk Denkmal 53, een uitgebreide houtsculptuur, die voor Tate Modern in Londen werd gerealiseerd met steun van de Vlaamse kunstverzamelaar Filiep Libeert. De gemaakte installatiekosten bedroegen 700.000 euro.

Naambekendheid van de collectioneur of de firma vormt een bijkomend effect van deze vorm van mecenaat of sponsoring. Vele particulieren maken af en toe hun collectie bekend en toegankelijk voor het grote publiek via tijdelijke tentoonstellingen.

Kunstenaars of particulieren kunnen hun collectie ook als legaat schenken aan de overheid om dit onder te brengen in een daartoe bestemd gebouw. De Vlaamse kunstenaar Roger Raveel schonk een groot deel van zijn werk aan een stichting, die een permanent museum voor zijn werken bouwde in Raveels geboortedorp Machelen-aan-de-Leie. Een ander bekend voorbeeld is de chocoladefabrikant Peter Ludwig uit Aken, die een deel van zijn omvangrijke collectie popart schonk aan de stad Keulen, die daarvoor het Museum Ludwig liet bouwen.

Fiscaal gezien kan een legaat een aantrekkelijke optie vormen. In dit verband kan als voorbeeld genoemd worden de collectie precolumbiaanse kunst van Paul Janssen en zijn vrouw, barones Dora Janssen-Arts (de collectie Janssen), die vanaf 2011 terecht kwam in het nieuwe Museum aan de Stroom ('MAS') te Antwerpen. Ook kan verwezen worden naar de afhandeling in 1958 door Dirk Hannema van de kunstverzameling van Beuningen waarbij de erven van Daniël George van Beuningen via een inbetalinggeving (betaling van erfenisrechten aan de hand van kunstwerken uit de successie) van de gehele collectie de successiekosten regelden. Zo werd de naam 'van Beuningen' toegevoegd aan het bestaande museum Boijmans te Rotterdam en verkreeg het de huidige naam Boijmans Van Beuningen.

Zo schonk de Luikse architect Charles Vandenhove zijn kunstcollectie (tweede helft 20e eeuw) samen met zijn uitgebreid archief van foto's in bruikleen aan het Bonnefantenmuseum te Maastricht. Vandenhove schonk eind 2012 zijn waardevolle collectie, inmiddels ondergebracht in de Stichting Charles Vandenhove met kunst van de tweede helft van de 20e eeuw aan de UGent en bracht deze onder in een nieuwe behuizing te Gent in de schaduw van de Boekentoren.

In 2006 regelde het Brussels Gewest de erfenisrechten van de Brusselse galeriehouder Fernand Gillion, ter waarde van 28,3 miljoen euro via een betaling in natura. Daardoor werd dit gewest eigenaar van een waardevolle privé-kunstverzameling met vooral Art-Nouveau meubelen van Victor Horta, edelsmeedkunst van Philippe Wolfers, glas van Émile Gallé, bronzen van Alfons Mucha en enkele werken van Fernand Khnopff en René Magritte, de zogenoemde Collectie Gillion-Crowet. De collectie was opgeslagen in ruim honderd kisten en bevond zich vanaf 1996 in Zwitserse kluizen waarna zij over ging naar de Brusselse Museum voor Schone Kunsten. De werken vormen nu een belangrijk onderdeel van het Fin-de-Siècle Museum aldaar.

Chris Dercon, voormalig directeur van het Münchense Haus der Kunst pleitte in het kunsttijdschrift H ART van april 2008 voor een constructieve samenwerking tussen openbare musea en privéverzamelaars. De privéverzamelaar zou het openbare museum moeten vertrouwen als cultuurvoortbrenger. Anderzijds behoort het museum de privébruikleengever te respecteren als mecenas en ondersteuner van de cultuur van het openbaar museum. Immers vele musea zijn in de loop der tijd van kunst voorzien door legaten, schenkingen en inbetalinggevingen (betaling in natura) van gerenommeerde privécollecties. Een precair vraagstuk is dat musea soms de kosten moeten dragen voor opslag, conservering, restauratie, verzekering en transport van kunstwerken - die soms ook nog eens tentoongesteld moeten worden volgens de stikte regels van de private bruikleengever - zonder dat er bindende afspraken bestaan over wanneer of waarom en hoe die kunstwerken het museum weer zullen moeten verlaten doordat de eigenaar zijn plannen verandert.

Kunstverzamelingen[bewerken]

Belgische collecties[bewerken]

Nederlandse collecties[bewerken]

Duitse collecties[bewerken]

Amerikaanse collecties[bewerken]

Angelsaksische collecties[bewerken]

Franse collecties[bewerken]

Zwitserse collecties[bewerken]

Collecties in overige landen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Annie Cohen-Solal, Leo and his Circle. The life of Leo Castelli
  • Chris Dercon, Indiana Jones en het geheim van het privémuseum, in kunsttijdschrift H ART, 17 april 2008.
  • Renée Steenbergen, Iets wat zo veel kost, is alles waard. Verzamelaars van moderne kunst in Nederland. (2002)
  • Frederik Swennen, De kunstmecenas. Juridische tips voor een goede vermogensplanning, in H ART, 26 december 2008.
  • Frederik Swennnen, Kunst en Recht, Uitg. Intersentia, Mortsel. ISBN 9789050957137
  • Don Thompson, Shock Art. Handel en hebzucht in de hedendaagse kunst, Amsterdam. Walewein 2010 ISBN 9789077969083

Externe link[bewerken]