Kurt Bartsch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kurt Bartsch (Berlijn, 10 juli 1937 - aldaar, 17 januari 2010) was een Duits schrijver van poëzie, drama en proza.

Na het afsluiten van het gymnasium oefende Bartsch verschillende beroepen uit, onder meer als verkoper van doodskisten, kantoorbediende, lijkdrager en magazijnier In 1964 begon hij te studeren aan het "Deutsches Literaturinstitut" in Leipzig . Na het 11de plemum van de SED stopte hij met studeren. Wegens een protestnota aan Erich Honecker werd hij in 1979 uitgesloten uit de schrijversbond van de DDR en verhuisde hij in 1980 naar West-Berlijn.

Werken[bewerken]

  • Zugluft, Gedichte, Sprüche, Parodien Berlin (Aufbau) 1968
  • Scheunenviertel, Berlin 1968
  • Poesiealbum 13. Gedichte. Berlin (Neues Leben) 1968
  • Orpheus. Operette für Schauspieler 1970 (muziek van Reiner Bredemeyer)
  • Die Lachmaschine. Gedichte, Songs und ein Prosafragment. Berlin (Wagenbach) 1971
  • Kalte Küche. Parodien. Berlin (Aufbau) 1974
  • Die Goldgräber. Der Strick. Der Bauch. Drei Einakter, in: Theater der Zeit. 1977
  • Der Bauch und andere Songspiele. Berlin (Aufbau) 1977
  • Kaderakte. Gedichte und Prosa. Reinbek (Rowohlt) 1979 ISBN 3-49925-128-0
  • Wir haben Illusionen verloren. Open brief samen met Klaus Schlesinger 1980
  • Wadzeck. Roman. Reinbek (Rowohlt) 1980 ISBN 3-49925-141-8
  • Die Hölderlinie. Berlin (Rotbuch-Verlag) 1983 ISBN 3-88022-277-0
  • Leiche im Keller ( voor Tatort verfilmd met Manfred Krug en Charles Brauer, regie: Pete Ariel) en „Checkpoint Charlie“, Luisterspel, 1986
  • „Fanny Holzbein“'. Ullstein Verlag, Berlin 2004 ISBN 3-55008-605-9