Kwade Hoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Kwade Hoek is een natuurgebied aan de kop van het eiland Goeree-Overflakkee. Vroeger ’de kwaaien hoek’ genoemd door de verraderlijke stroming en zandbanken waarop menig schip is vergaan.

Het gebied ontwikkelt zich vanaf het eind van de 19e eeuw als gevolg van veranderingen aan de kust door erosie en sedimentatie en tot op de dag van vandaag groeit de kust bij Kwade Hoek nog aan. In het oosten staat Kwade Hoek in verbinding met het estuarium van de Haringvliet, dat wordt afgesloten door de Haringvlietdam. De afsluiting van de Haringvliet is tevens een oorzaak voor de snelle kustaangroei en er vormen zich zo zeerepen en slufters. In het westen wordt het gebied begrenst door zeewering (die tussen 1977 en 1979 is aangelegd) en duinen. In 1962 is het gebied een natuurreservaat geworden in handen van Natuurmonumenten.

Inhoud

[bewerken] Hydrologie

In de Kwade hoek speelt zowel zout als zoet water een belangrijke rol in de hydrologie van het gebied. Allereerst wordt een deel van deze hydrologie bepaald door de getijden en afhankelijk daarvan de overstroming van het gebied. De overstroming door de zee vindt van het oosten naar het westen plaats (in tegenstelling tot andere kustgebieden in Nederland). Hierdoor vinden we in de Kwade Hoek een gradiënt waarbij we van oost naar west eerst soorten tegenkomen die karakteristiek zijn voor waddengebieden en vervolgens vinden we lage en hoge kwelders met hun bijbehorende vegetatie. Nog verder landinwaarts blijft er invloed van zout water bestaan, door de aanwezigheid van kreken die het water meevoeren. Hiernaast is ook de invloed van zoet water in het gebied heel belangrijk. In de duinen zelf bevinden zich zoetwaterlenzen die gevoed worden door regenwater. Deze (hoger gelegen) zoetwaterlenzen zorgen er voor dat in de duinvalleien kwel optreedt. Dit proces wordt echter omgekeerd wanneer het waterniveau in de duinvalleien stijgt door de overstroming met zout water. Dan dringt dit zoute water in de ondergrond van de duinen.

[bewerken] Flora

In de Kwade Hoek zijn veel halophyten te vinden op de zoute gronden. Deze plantensoorten hebben de eigenschap dat ze tegen een lage waterbeschikbaarheid kunnen, zuurstofarme omstandigheden weerstaan en middelen hebben om tegen de giftige eigenschappen van bijvoorbeeld Na+ en Cl- te kunnen. Op het wad bij de monding van de Haringvliet is nauwelijks vegetatie aanwezig. Normaal gesproken zou men hier een soort als zeekraal (Salicornia) kunnen aantreffen, maar vanwege erosie als gevolg van waterstromen uit de Haringvliet is dat hier niet het geval. Op het strand kunnen jonge embryoduinen zich ontwikkelen. Op deze duinen zal eerst biestarwegras (Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica) zich vestigen. Als zich in de jonge duin een zoetwaterlens gaat ontwikkelen, zal helm (Ammophila arenaria) het overnemen en het biestarwegras verdwijnt. In de lage kwelders, die alleen bij springtij overstromen zijn soorten als gewoon kweldergras (Puccinellia maritima) en schorrenzoutgras optimum (Triglochin maritima) te vinden. Deze soorten zijn afhankelijk van de begrazing van de kwelders door runderen. Op de hoge kwelders die onder water komen te staan bij stormtij zijn kenmerkende soorten als strandkweek (Elytrigia atherica), zilte rus (Juncus gerardii) en bij invloed van zoet water ook riet (Phragmites australis) aanwezig. Verder de duinen in zal het aantal soorten dat afhankelijk is van zoet water (glycophyten) toenemen. Zo gaat hier fioringras (Agrostis stolonifera) domineren en verder is er ook slanke waterbies (Eleocharis uniglumis) te vinden. In de Westhoofdvallei, een vochtige duinvallei, groeien bijzondere planten als vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata) , rietorchis (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa), Harlekijn (Anacamptis morio) en gewone addertong(Ophioglossum vulgatum). Wanneer men vanaf de kust steeds verder de duinen in gaat, komt men eerst duindoornstruwelen met liguster en vlier tegen, verderop zullen er wegedoorn-meidoornstruwelen te vinden zijn.

Zeekraal

Kweldergras

Fioringras

[bewerken] Fauna

Op de schorren en slikken aan de noordoost kant van Kwade hoek leven vogelsoorten als grutto, kluut en tureluur. Het gedeelte van de duinen dat wordt begraasd, vormt tevens een belangrijk broedgebied voor de tureluur, scholekster en kievit. Ook voor trekvogels, zoals de kramsvogel is dit gebied aantrekkelijk, vanwege de vele besdragende struiken die hier voorkomen. In poeltjes zijn reigers en lepelaars aan te treffen. Tevens zijn er in het gebied veel insecten aanwezig, waaronder de platbuik en de tangpantserjuffer. In een groot deel van het gebied lopen ’s zomers Charolaisrunderen, deze runderen maak deel uit van het beheer in Kwade Hoek.

Kramsvogel

Tureluur

Lepelaar

[bewerken] Beheer

In de Kwade Hoek wordt veel gedaan om de verruiging van de duinen tegen te gaan. Zo lopen er al 25 jaar grote grazers (nu zo’n 100 Charolaisrunderen) om de vegetatie kort en afwisselend te houden. De runderen trappen onder andere vaak kale plekken in de grond, waar zo kiemmogelijkheden voor planten kunnen ontstaan en soms ontwikkelt zich een geheel andere vegetatie (zoals het Kweldergras-verbond) dan zonder begrazing het geval zou zijn. Ook wordt elk jaar 15 hectare aan grasland gehooid en de duinvalleien worden geplagd, zodat het grondwater aan de oppervlakte blijft en een kenmerkende vegetatie voor deze natte duinvalleien behouden blijft.


[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Sykora, K., Limpens, J., Hoek, D. van der (2009) Excursions. Ecology of Communities, Ecosystems and Landscapes. Wageningen: WageningenUR.
  • Kiwa Water Research & EGG (2007) [1] Knelpunten- en kansenanalyse Natura 2000-gebieden. Nieuwegein, Kiwa Water Research/ Groningen, EGG


Persoonlijke instellingen