Kwartje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kwartje was de populaire naam van het Nederlandse vijfentwintigcentsstuk, een munt in het muntstelsel uit het koninkrijk. De naam is afkomstig van zijn waarde van een kwart gulden, al heeft de waardeaanduiding altijd 25 cent geluid. De populaire Bargoense naam van de munt was heitje, afkomstig van de letter Hee, de vijfde letter van het Hebreeuwse alfabet (naar de waarde van het kwartje als 5 stuivers). Het kwartje heeft geen voorgangers uit de tijd van de Republiek.

In de eerste jaren van het nieuwe muntstelsel werd het kwartje gemunt in zilver van laag allooi. Het was voor hedendaagse begrippen vrij groot. Vanaf 1848, onder koning Willem II, werd het kwartje, met het dubbeltje en de stuiver, kleiner van formaat, terwijl het zilvergehalte toenam tot 0,640. Deze omvang zou het kwartje tot aan de afschaffing van de gulden behouden, uitgezonderd tijdens de Duitse bezetting: toen was het zinken kwartje veel groter, om het van de andere zinken munten te kunnen onderscheiden (het kwartje was de hoogste muntwaarde die in zink werd aangemaakt).

Vanaf 1948 gebruikte men nikkel voor de munt. Het nieuwe ontwerp van het kwartje uit 1980 werd ontworpen door Bruno Ninaber van Eyben en de cijfers van het getal 25 zijn speciaal voor deze munt ontworpen door Gerard Unger.

Het kwartje was een vrij ongewone coupure: in de meeste muntstelsels kende en kent men munten van twintig cent. Zo ook bij de euro. De naam kwartje ging dan ook niet over op één van de euromunten. In Nederland wordt de term kwartje nog gebruikt voor een bedrag van 25 eurocent in een willekeurige samenstelling van munten.

Ook in België kende men ooit een munt die kwartje genoemd werd: dit was een grote nikkelen munt met een gat erin ter waarde van 25 centiemen. Dit kwartje muntte men in de eerste helft van de twintigste eeuw.

[bewerken] Gezegden

De munt leeft echter vooral voort in gezegden als:

  • Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
  • Een heitje voor een karweitje - Padvinders gingen daarmee medio twintigste eeuw langs de deuren om klusjes te doen met een kwartje als beloning.
  • Hij vindt altijd wel een kwartje - Hij is een oplichter.
  • Hij wil voor een kwartje naar Amsterdam - Hij is op een koopje uit.
  • Het kwartje is gevallen - Het dringt eindelijk door

[bewerken] Kwartje van Kok

Door de Nederlandse overheid werd het kwartje van Kok ingevoerd, een accijnsverhoging op de prijs van autobrandstof.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen