Kwatrijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kwatrijn is een gedicht of een strofe van een gedicht van vier versregels en twee rijmklanken.

Het rijmschema is meestal a-a-b-a. Een kwatrijn heeft gewoonlijk een ernstige, levensbeschouwelijke inhoud. Een schrijver van kwatrijnen was de Perzische dichter Omar Khayyam met zijn Rubaiyat (رباعیات, kwatrijnen, afgeleid van de Arabische stam voor 'vier').

Marie van der Zeyde over het kwatrijn:[1]

"Wat is een kwatrijn? Een vierregelig gedicht, waarvan de eerste twee regels rijmen, de derde rijmt niet, en de vierde rijmt weer op de eerste twee. Een ietwat bizarre vorm dus: asymmetrisch, onrustig, om niet te zeggen verontrustend. Anderzijds wordt de lezer toch in het geheel niet in het onzekere gelaten; want na de losse, zwevende regel komt, niet gewoon voor de tweede maal, maar voor de derde maal dezelfde eindklank terug. Een onmiskenbare afsluiting. Men is daarmee nu 'ergens' aangekomen – bijvoorbeeld bij een conclusie of een oplossing-, of is men veeleer terug op zijn uitgangspunt? Een kwatrijn geeft mij niet zelden het gevoel alsof de lezer, en niet minder de dichter zelf, even de mogelijkheid tot ontsnappen meent te zien, om dan met de vierde regel eerst recht te worden gestrikt. Het is als het ware een beperkte ruimte, waar je in zit en niet uit kan; overigens zonder in die situatie ooit echt te berusten."

Bronnen[bewerken]

  1. "De hand van de dichter", over Ida Gerhardt, Amsterdam 2e geheel herziene druk 1982