Kwekersrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het kwekersrecht is een vorm van intellectuele eigendom over nieuwe en waardevolle plantenrassen. Het geeft aan de houder ervan het alleenrecht op de verhandeling van zaad en vermeerderingsmateriaal van het betrokken ras. Ook kan hij aan anderen onder bepaalde voorwaarden een licentie verlenen. Hij moet er zelf voor zorgen dat anderen geen misbruik maken van zijn kwekersrecht.

Rassen met kwekersrecht mogen wel door anderen vrij gebruikt worden voor het maken van kruisingen, zonder toestemming van de oorspronkelijke rechthouder. Dit wordt de kwekersvrijstelling genoemd.

Het kwekersrecht heeft betrekking op gewassen en niet op genen. De bescherming van gentechnologie verloopt via octrooien.

Voor sommige klassiek veredelde planten wordt geen kwekersrecht maar een octrooi aangevraagd.[1] Voor geoctrooieerde gewassen geldt immers geen kwekersvrijstelling, zodat de rechthouder verdere kruising kan verhinderen.

Voorwaarden voor erkenning[bewerken]

Het kwekersrecht kan worden verleend voor rassen van alle tot het plantenrijk behorende gewassen en ook voor paddenstoelen.

Voor het verkrijgen van kwekersrecht moet het te beschermen ras de volgende kenmerken bezitten:

  • nieuw;
  • onderscheidbaar van alle algemeen bekend staande rassen;
  • uniform;
  • bestendig.

Een ras is nieuw als op het tijdstip van de aanvraag voor kwekersrecht niet langer dan een jaar geleden geen teeltmateriaal of geoogst materiaal (zaden, bloemen, vruchten enz.) van het ras met toestemming van de eigenaar verkocht is.

Instellingen[bewerken]

Het onderzoek naar onderscheidbaarheid, uniformiteit en bestendigheid wordt in Nederland uitgevoerd door de Naktuinbouw. Het onderzoek gebeurt aan de hand van onderzoeksprotocollen, waarin beschreven is op welke raseigenschappen gelet moet worden.

Kwekersrecht wordt in Nederland verleend door de Raad voor plantenrassen en in België door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom (op advies van de Raad voor het Kwekersrecht). Bij het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) te Angers (Frankrijk) kan ook een kwekersrecht worden aangevraagd dat geldig is voor de hele Europese Unie.

Duur en gevolgen van de erkenning[bewerken]

Het kwekersrecht voor een ras geldt voor de duur van 25 jaar voor de meeste gewassen en 30 jaar voor aardappel, aardbei, acacia, appel, es, esdoorn, freesia, iep, kers, kornoelje, krent, lelie, lijsterbes, linde, magnolia, peer, populier, pruim, tulp en wilg.

Door het kwekersrecht krijgt de veredelaar (kweker) de mogelijkheid een vergoeding te vragen voor zijn inspanningen om een nieuw ras te creëren.

UPOV[bewerken]

De meeste landen die kwekersrecht verlenen zijn aangesloten bij de UPOV (L'Union internationale pour la protection des obtentions végétales) en hebben het UPOV-verdrag van 1991 ondertekend. De UPOV is gevestigd in Genève, Zwitserland. Tot maart 2013 hebben 71 landen het verdrag ondertekend.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Monsanto krijgt patent op klassiek veredelde broccoli, Engineeringnet.be, 11 juli 2013 (geraadpleegd op 20 februari 2014)