Kwetal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kwetal
Strippersonage
Stripreeks Bommelsaga
Introductie 31 december 1949
Kenmerken uitvinder van het Kleine Volkje
Lijst van personages uit Tom Poes
Portaal  Portaalicoon   Strip

Kwetal (in sommige verhalen Kweetal) is een stripfiguur uit de Nederlandse stripreeks Tom Poes, ook bekend als de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Hij verschijnt voor het eerst in het verhaal Kwetal, de breinbaas uit 1949. Hij onthult beschroomd zijn naam aan Tom Poes in dit verhaal met een duidelijke verwijzing naar Archimedes zijn eureka.[1]

Kwetal is een lid van het Kleine Volkje dat verscholen leeft in een wereld op redelijke afstand van Rommeldam. Hij is de uitvinder van het volkje en weet met zijn vreemde apparaten surrealistische schijnwerelden en andere tegennatuurlijke verschijnselen te creëren. Deze apparaten, zoals de oloroon en de verdwijnpunter, worden door niemand op hun juiste waarde geschat en zeker niet door Heer Bommel. Toch is hij het die meestal het volste vertrouwen van Kwetal heeft ("Vraag maar aan Bommel, die zal het wel weten."), zeker omdat hij allerlei kleinigheden als een kammetje, een blikopener en een paraplu als grote vindingen beschouwt, die volgens hem wel aan het reusachtige denkraam van heer Ollie ontsproten moeten zijn.

Met anderen heeft hij een veel moeilijker relatie. Tom Poes wordt vooral als vriend van heer Ollie vertrouwd, als die Kwetal weet te benaderen wanneer heer Ollie wegens fout gebruik van de hem toevertrouwde apparaten in moeilijkheden is geraakt.

Kwetal leeft net als zijn maatje Pee Pastinakel altijd in de natuur en ze vertonen zich zelden[2] in de stad, waar het "bruin ruikt". In de herfst volgt een vast ritueel: Kwetal en de andere leden van het Kleine Volkje gaan "ipsen", ze trekken naar het zuiden om te overwinteren. Toch vergeet de dwerg zich wel eens in allerlei bezigheden, zodat hij pas laat of helemaal niet meekan met zijn soortgenoten. Dit stemt hem meestal boos.

Kwetal vertoont, blijkens hoofdstuk IV van Toonders autobiografie, eigenschappen van een persoon, die Marten Toonder als ongeveer 7-jarig jongetje in Scheveningen heeft ontmoet en die Peregrinus heette. Dit was een vervuilde, eigenaardige zwerver die o.a. wielen voor stralen zei, en het woord "ipsen", een verbastering van Latijn ipse = zelf.[3]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 'k weet 't al!
  2. Zie voor de uitzondering het eerste optreden van Kwetal aan de universiteit in Kwetal, de breinbaas.
  3. Marten Toonder Autobiografie, 1998, ISBN 90 234 3803 5, uitg. De Bezige Bij