Kwiklamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kwiklamp
Het zichtbare spectrum van een kwiklamp.
Armatuur voor straatverlichting uit de jaren 60 met kwiklampen

Een kwiklamp is een gasontladingslamp die gevuld is met kwikdamp. De ontlading veroorzaakt mede door de fluorescerende laag op de binnenzijde van de ballon, een helder wit licht. Als de lamp wat ouder wordt, krijgt het licht een groenachtige zweem. Er kan onderscheid worden gemaakt in lagedruk-, hogedruk- en superhogedruklampen.

Evenals tl-buizen, die ook werken op fluorescentie, heeft een kwiklamp een ontsteking nodig om de reactie door middel van een elektrische spanning op gang te brengen. Deze starter is veelal in de lamp ingebouwd. De kwiklamp heeft een negatieve differentieweerstand en er zijn ondersteunende componenten nodig, zoals elektrische weerstanden, om te voorkomen dat er een te hoge stroom gaat lopen. Deze onderdelen zijn grotendeels dezelfde als bij fluorescentielampen.

De techniek werd vanaf 1948 veel in straatverlichting gebruikt. Het hoogtepunt lag in de jaren '60, maar vanaf 1970 kreeg de natriumlamp de voorkeur, omdat die in de productie goedkoper is. Veelal konden de fittingen van de oude kwiklampen worden omgebouwd om hogedruk natriumlampen te accommoderen. Natriumlampen geven meer zichtbaar licht maar gaan minder lang mee, waardoor op de langere termijn de lagere kosten tegen kunnen vallen. Velen geven in het gebruik bovendien de voorkeur aan het blauwwitte schijnsel van de kwiklamp boven het geelachtige licht van de natriumlamp die kleurwaarneming vrijwel geheel onmogelijk maakt.