Lammert Swart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf L. Swart)
Ga naar: navigatie, zoeken
Luitenant-generaal Swart

Lammert Swart (1847 - Den Haag, 16 januari 1909) was een Nederlands luitenant-generaal, commandant van het Nederlands-Indisch leger, chef van het Departement van Oorlog, onder meer officier in de Militaire Willems-Orde.

Loopbaan[bewerken]

Swart trad op zestienjarige leeftijd (in 1862) bij het Instructie Bataljon te Kampen in dienst en voltooide daar zijn militaire opleiding. In augustus 1867 werd hij benoemd tot tweede luitenant der infanterie bij het Nederlandse leger; in augustus 1871 werd hij tot eerste luitenant benoemd en in oktober 1872 gedetacheerd, eerst bij de applicatieschool te Breda, vanaf oktober 1873 bij de stafschool (later Hogere Krijgsschool) voor officieren. In mei 1877 kwam Swart te Batavia aan en werd in de rang van kapitein gedetacheerd bij de generale staf. In januari 1878 kreeg hij van de toenmalige commandant van het Nederlands Indische Leger de Neve de opdracht een militaire verkenning van het eiland Java, met het oog op een eventuele inval van een buitenlandse vijand, te doen. Hij volvoerde deze taak samen met majoor van de generale staf Gey van Pittius en de kapiteins van de generale staf F. Pompe van Meerdevoort en Deyckerhoff, waarbij hij echter het eindrapport opstelde.

Generaal Swart

In 1893 werd Swart overgeplaatst als chef van de staf naar het gouvernement van Atjeh en Onderhorigheden; voor de expeditie naar Tenom in 1884 kreeg hij een eervolle vermelding, vanwege het buitmaken van een Engels vaartuig en het gevangen houden van de equipage door de radja van die landstreek. Voor zijn verrichtingen in Atjeh over het jaar 1886 verkreeg hij de Militaire Willems-Orde vierde klasse. Hij werd nu overgeplaatst (in 1887) naar de derde militaire afdeling op Java en tot majoor benoemd. Hij commandeerde achtereenvolgens het zevende en het negende bataljon, waarna hij in 1889 als overste bij het toen pas opgerichte hoofdbureau van het wapen der infanterie overging. Hij stelde hier een reorganisatieplan voor zijn wapen op. Bij zijn bevordering tot luitenant-kolonel werd Swart tewerkgesteld bij de generale staf. Vanaf 1892 tot 1894 verbleef Swart in Nederland en werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Bij zijn terugkeer werd hij bevorderd tot kolonel en ging met de versterkingstroepen van het tweede bataljon naar Lombok, nam deel aan de verovering van Mataram en Tjakra Negara en bleef bij de terugkeer van de troepen naar Java, in december 1894, als militaire commandant achter. Hij werd voor zijn verrichtingen bevorderd tot officier in de Militaire Willems-Orde. In 1895 (in de rang van generaal-majoor) werd hij benoemd tot commandant van de elfde militaire afdeling op Java en vanaf 8 augustus 1896 tot chef van de generale staf aangesteld; op 3 september 1897 legde hij deze functie neer om generaal Vetter op te volgen als commandant van het Nederlands-Indisch Leger. In deze functie, in de rang van luitenant-generaal, maakte Swart zich sterk voor de verdediging van Nederlands-Indië tegen een buitenlandse vijand. Swart was ridder en officier in de Militaire Willems-Orde, grootofficier in de Orde van Oranje Nassau en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij verliet de dienst in 1900 en overleed op 16 januari 1909

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  • 1909. R. Luitenant generaal Swart. In memoriam. Indisch Militair Tijdschrift. Bladzijde 209-212.
  • 1909. Generaal Swart overleden. Nieuws van de Dag. {19-01-1909)
Voorganger:
J.A. Vetter
Commandant van het KNIL
1897 - 1900
Opvolger:
H.C.P. de Bruijn