Lpg (brandstof)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf LPG (brandstof))
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwolse Den Oudsten B96-stadsbus op lpg. Het gas zit opgeslagen in twee witte tanks op het dak.
Terwijl lpg in Nederland en in België algemeen verkrijgbaar is bij tankstations, is het in Scandinavië zeer beperkt verkrijgbaar: Niet bij tankstations maar bij gashandelaren op industrieterreinen.

Lpg staat voor Liquefied Petroleum Gas (ook wel liquid propane gas). In België en Nederland wordt hiermee in het algemeen autogas bedoeld.

Gebruik[bewerken]

Autogas wordt gebruikt als brandstof in mengselmotoren voor onder andere auto's, heftrucks en boten. Autogas is een mengsel van propaan (C3H8) en butaan (C4H10). Afhankelijk van de buitentemperatuur worden de twee gassen in een bepaalde verhouding gemengd. Bij hogere temperaturen wordt meer butaan gebruikt, terwijl bij lagere temperaturen meer propaan aan het mengsel wordt toegevoegd omdat butaan bij lage temperaturen niet genoeg verdampt.

Propaan/butaanmengsels wordt ook gebruikt als drijfgas in spuitbussen, waarbij de verhouding tussen propaan en butaan gebruikt wordt om de gewenste dampdruk te bereiken.

Ook kan er gekookt worden op lpg, maar in Nederland wordt hiervoor meestal zuiver propaan gebruikt. Het zit dan opgeslagen in de bekende gasflessen of in de minder bekende propaantanks die voor grootverbruik bedoeld zijn. Propaan wordt ook gebruikt voor het verwarmen van woningen en bedrijfspanden en/of als warmwatervoorziening, met name waar geen aardgasnet is of door particulieren in de recreatie zoals in de caravan met de herkenbare gasfles in de disselbak. Propaan wordt verder gebruikt voor heteluchtballonnen.

Schonere en goedkopere brandstof[bewerken]

Autogas is een schonere brandstof dan benzine of diesel, het verbrandt gelijkmatiger in de motor. Dit leidt tot schonere uitlaatgassen dan bijvoorbeeld van benzine- of dieselmotoren. Lpg stoot wel meer NOx uit dan benzinemotoren, maar minder dan diesels.[1][2] Lpg stoot per energie-eenheid minder CO2 uit dan diesel of benzine. Daarnaast heeft lpg een klopvastheid van 108-110, veel hoger dan superbenzine. De hoge kosten voor de inbouw van een lpg-tank, de hogere motorrijtuigenbelasting voor auto's die geen G3-installatie hebben en het iets hogere brandstofverbruik (10 tot 20%) worden vaak genoemd als nadelen. Lpg is een zeer goedkope brandstof. Doordat Europa en de Nederlandse regering gebruik van schonere brandstoffen willen stimuleren, wordt er een lagere accijns geheven over lpg (9% tegen 50% op benzine).[3] Doordat het verschil in emissies met benzineauto's is teruggelopen, heeft de Nederlandse overheid het verschil in accijns echter afgebouwd, als gevolg waarvan het gebruik van LPG de laatste jaren terug loopt.

Herkomst[bewerken]

Lpg ontstaat bij productie en behandeling van aardgas en aardolie[4] en is dus een fossiele brandstof. Tegenwoordig wordt ongeveer 60% van de lpg gewonnen uit gasvelden tegen 40% uit raffinage van olie.[5] Ook bij het vloeibaar maken van aardgas wordt de lpg van het gasmengsel gescheiden omdat het mengsel anders zou bevriezen.

In Nederland werd in 1955 lpg geïntroduceerd door Bessel-Kok (BK Gas).

Lpg-installaties[bewerken]

G1[bewerken]

De eerste generatie (G1) lpg-installaties bestonden uit een gastank ergens achterin het voertuig, soms in de plaats van de benzinetank, een leiding voor het vloeibare gas vanuit de tank naar het motorcompartiment, een verdamper en een mengstuk op of onder de carburateur.

In de verdamper verdampt het lpg van vloeistof naar gas. Omdat voor verdamping warmte nodig is c.q. warmte aan de omgeving onttrokken wordt, is de verdamper ook aangesloten op het koelsysteem van de motor, in dit geval om de verdamper te verwarmen. De verdamper regelt de druk van het gas aan de hand van de druk (deelvacuüm) in het inlaatspruitstuk. Het gas stroomt dan via een leiding naar een mengstuk voor of achter de carburateur, waar het met lucht de motor wordt ingezogen. Ditzelfde systeem werkt ook voor een motor met mechanische, drukgeregelde injectie.

In, of ergens onder het dashboard zit een keuzeschakelaar ingebouwd waarmee de bestuurder lpg of benzine kan inschakelen. Deze schakelaar bedient twee elektromagnetische ventielen in de lpg- en benzineleidingen naar de motor.

G2[bewerken]

De G2 installatie is een 2e generatie lpg-systeem. Dit kan een gas-venturi-systeem, of een dampgas-injectiesysteem zijn. Echter wordt de gastoevoer geregeld door middel van een computer. Dit kan zowel een standalone zijn of gebruik makend van de aanstuurtijden van de benzine ECU. Hierdoor zijn deze systemen zuiniger en schoner dan een G1 systeem. De apparatuur kan gelijk zijn aan deze van de G3 installaties maar genieten niet het fiscale voordeel, omdat het voertuig niet aan de ECE94-12 emissie eisen voldoet, of niet getest is bij een erkende keuringsinstantie.

G3[bewerken]

De derde generatie autogasinstallaties worden G3-installaties genoemd. Tegenwoordig bestaan er verschillende soorten G3-installaties. Deze maken gebruik van de aansturingstijden voor de benzine-injectoren berekend door een electronic control unit (boordcomputer). Deze tijden worden omgerekend naar stuurtijden voor de gasinjectoren. Hierdoor is er nauwelijks nog sprake van vermogensverlies, zoals bij oudere generaties het geval was. G3-installaties worden via de wegenbelasting gesubsidieerd. Deze is aanzienlijk lager dan voor auto's met dieselmotor. Deze G-normen zijn overigens Nederlandse RDW-maatstaven. In Europa praten we over Euro-normen die al schoner zijn. Zoals bijv. Euro5 , Euro 6.

Sequentiële installaties[bewerken]

Sequentiële installaties hebben een eigen doseerventiel per cilinder. Deze moderne installaties hebben meestal geen eigen rekenmodule, maar rekenen het door de boordcomputer berekende kenveld om naar equivalente gasvolumes. Daarom is de ombouw en programmering eenvoudiger. Een multi-point injectiesysteem is echter een voorwaarde. Nieuwere auto's hadden al sinds halverwege negentiger jaren deze technologie. Met deze installaties kon het Euro-On-Board-Diagnostics (EOBD) gebruikt worden. Hierbij zijn de uitlaatgassen schoner dan die bij verbranding van benzine.

VSI-Installatie[bewerken]

VSI is de afkorting van Vapour Sequential Injection, vrij vertaald "dampvormige sequentiële injectie". Met deze ontwikkeling is er een nieuw tijdperk aangebroken op het gebied van alternatieve brandstofsystemen, zoals lpg en CNG. Het systeem werkt volledig geïntegreerd met het benzinemanagement van de motor, wat als voordeel heeft dat de EOBD-functie van de wagen niet beïnvloed wordt door het lpg-systeem. Door net zo als op benzine per cilinder de lpg te injecteren is er geen merkbaar verschil meer tussen het rijden op benzine of lpg. De ECM is zo ontworpen zodat deze geschikt is voor 3, 4 ,5 ,6, 8 en 10 cilinder motoren. In combinatie met software kunnen er optimale emissies en rijeigenschappen bereikt worden.

LPI-Installaties[bewerken]

LPI is de afkorting van Liquid Propane Injection en betekent vloeibaarpropaaninjectie. De sequentiële gasinjectie in vloeibare vorm kan gezien worden als de nieuwste generatie gassystemen (de zogenaamde vijfde generatie). Het grote voordeel van vloeibare injectie is de koelende werking van het verdampen van het gas in de cilinder. Zo ontstaat een betere vullingsgraad van de cilinders en daarmee een betere prestatie van de motor. Een nadeel is een iets hoger brandstofverbruik. Deze techniek was al aan het begin van de jaren negentig bekend.

LPdi-Installaties[bewerken]

Het zogenaamde LPdi-systeem (Liquid Propane Direct Injection) maakt voor het eerst mogelijk dat het lpg, net als bij de benzinemotor, direct in de cilinder wordt ingespoten. Het LPdi-systeem komt voor verschillende merken, motoren en directe inspuitingtechnologieën beschikbaar, waardoor nu meer nieuwe auto's technisch in aanmerking komen voor autogas. Aanpassingen aan het koelsysteem van de motor zijn niet nodig, daarnaast behoeft LPdi-techniek geen onderhoud. Ook blijft de emissiegoedkeuring (Euro-norm) ongewijzigd van kracht.

Lpg en hoge brandstofprijzen[bewerken]

In de zomer en het najaar van 2005 begon lpg steeds populairder te worden, wat een rechtstreeks gevolg van de stijgende brandstofprijzen was, omdat de prijs van benzine binnen korte tijd veel toenam, terwijl de prijs van lpg gelijk bleef. De installateurs van de lpg-installaties werkten zelfs met wachttijden, omdat ze niet aan de vraag konden voldoen.

Het inbouwen van een lpg-installatie kost tussen 1.000 en € 2.700. Afhankelijk van inbouwkosten, motorrijtuigenbelasting en benzine/lpg-prijs, is het bij ongeveer 10.000 km/jaar al voordeliger om op lpg te rijden. Bij aanschaf van een tweedehands-auto op lpg ligt deze afstand aanzienlijk lager omdat de inbouw van de lpg-installatie al is afgeschreven. Voor auto's met een G3 lpg-installatie tot 850 kg wordt geen extra motorrijtuigenbelasting geheven, waardoor er voor die auto's geen minimumaantal terugverdienkilometers per jaar is, en een lpg-installatie zich uiteindelijk altijd terug verdient.

Motoren van oudere auto's die niet geschikt zijn voor loodvrije benzine, kunnen niet langdurig op lpg lopen. Hier moet loodvervanger aan de benzine worden toegevoegd of er moeten klepzittingen van hard staal (stellite of inconel) in de cilinderkop worden gemonteerd.

Een G3-status wordt enkel verleend op omgebouwde auto's die qua uitstoot voldoen aan emissienorm 94/12. Praktisch betekent dit dat alle auto's vanaf 1 januari 1995 die omgebouwd zijn naar lpg in aanmerking komen voor de belastingkorting.

Explosiegevaar[bewerken]

Omdat lpg(-damp) in een bepaalde verhouding met lucht gemengd explosief is (zie explosiegrens), mogen tankstations met lpg in Nederland niet in de directe omgeving van woningen gebouwd worden. Het transport van lpg kan gevaar opleveren. Zo ontplofte in juni 2009 een treinwagon met lpg in het Italiaanse Viareggio. Daarom probeert men dit transport te beperken.

Uit onderzoek is gebleken dat lpg-tanks in auto's dermate sterk zijn dat deze bij auto-ongelukken vrijwel nooit scheuren, in tegenstelling tot benzinetanks. Bovendien hebben lpg-tanks een voorziening die de gasstroom uit een gescheurde gasleiding afsluit. Een lpg-tank mag om veiligheidsredenen voor maximaal 80% gevuld worden. Hiervoor zorgt een extra veiligheidsventiel in de tank.

In ondergrondse parkeergarages in België, en tunnels (bv de Kanaaltunnel), zijn lpg-voertuigen om veiligheidsredenen niet toegelaten.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties