La Chapelle-aux-Saints 1

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

La Chapelle-aux-Saints 1 (ook bekend als 'De oude man') is een gedeeltelijk skelet van de soort Homo neanderthalensis. De vondst dateert uit 1908 en werd door A. en J. Bouyssonie, en L. Bardon gedaan in La Chapelle-aux-Saints in Frankrijk. De overblijfselen werden voor het eerst bestudeerd door Marcellin Boule. Hij baseerde zijn reconstructie van de anatomie van de Neanderthalers op het in La Chapelle-aux-Saints gevonden materiaal. Deze reconstructie was vervolgens meer dan dertig jaar zeer invloedrijk op de beeld van de Neanderthaler in de populaire cultuur. Het specimen uit De La Chapelle-aux-Saints is een typisch voorbeeld van de 'klassieke' West-Europese Neandertaler-anatomie. De skeletresten zijn naar schatting zo'n 60.000 jaar oud.

De schedel van de Neanderthaler uit Chapelle aux Saints

Boule's reconstructie uit 1911 van La Chapelle-aux-Saints 1 beeldde Neanderthalers af met een naar voren uitstekende schedel, een ruggengraat zonder kromming, gebogen heupen en knieën en een afwijkende grote teen. Deze voorstelling paste goed bij contemporaine evolutionaire scenario's, waarin Neanderthalers niet werden beschouwd als directe voorouders van de moderne mens (de relatie van de Neanderthalers tot de moderne mens is ook in de hedendaagse antropologie nog steeds een onderwerp van debat). In 1957 werden de overblijfselen opnieuw onderzocht door Straus en Cave. Deze onderzoekers schetsten een moderner beeld van de anatomie van de Neandertaler, in het bijzonder zou hun houding en manier van lopen min of meer identiek zijn geweest aan die van de moderne mens. Straus en Cave schreven de deels foutieve interpretatie van Boule toe aan de ernstige artrose, waar de "Oude man" van La Chapelle-aux-Saints aan geleden zou hebben. Fysiek antropoloog, Erik Trinkaus, heeft gesuggereerd dat Boules zijn interpretatie voornamelijk verband hield met het gefragmenteerde karakter van de gevonden skeletresten[1].

Dit specimen had bij zijn leven een groot deel van zijn gebit verloren. Al zijn molaren (achterste kiezen, drie links en drie rechts (inclusief de verstandskiezen) waren afwezig en bijgevolg hebben sommige onderzoekers gesuggereerd dat de 'Oude man' iemand nodig zou hebben gehad om zijn eten voor te kauwen. Dit werd door velen aangehaald als een voorbeeld van altruïsme van de Neanderthaler. Latere studies hebben echter aangetoond dat La Chapelle-aux-Saints 1 nog steeds de beschikking had over een aantal snijtanden, hoektanden en premolaren, waardoor hij nog steeds in staat moet zijn geweest zijn eigen eten te kauwen, hoewel misschien met enige moeite[2].

Voetnoten[bewerken]

  1. Trinkaus, E. 1985. Pathologie en houding van de La Chapelle-aux-Saints Neandertaler. American Journal of Physical Anthropology 67:19-41.
  2. Tappen, N.C. 1985. Het gebit van de "Oude man" van La Chapelle-aux-Saints en gevolgtrekkingen betreffende het gedrag van de Neanderthaler. American Journal of Physical Anthropology 53:43-50.

Externe link[bewerken]