Lutine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf La Lutine)
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Frankrijk
Lutine
Lutine
Lutine
Geschiedenis
Besteld 23 oktober 1778
Werf Toulon Scheepswerf
Kiellegging maart 1779
Tewaterlating 11 september 1779, Toulon.[1]
Gedoopt 1779, La Lutine
In de vaart genomen november 1779
Omgedoopt 1793, Lutine
Veroverd 18 december 1793
Status Gezonken tijdens storm, nabij 't Vlie (9 oktober 1799)
Thuishaven Yarmouth
Algemene kenmerken
Scheepsklasse Fregat
Deplacement 600 ton
5260 ton (volledig geladen)
Tonnage 950 bt
Vlag Vlag van Engeland
Lengte 43 m
Breedte 11,40 m
Diepgang 3,60 m
Snelheid 15 zeemijlen
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
De scheepsbel van de Lutine
De Lutine

De Lutine[2] was een fregat met 38 kanons, waaronder 26 twaalfponders, gebouwd in 1779 te Toulon.[1] Op 9 oktober 1799 verging het nabij Terschelling met een grote lading goud, zilver, Spaanse matten en dubloenen, die slechts gedeeltelijk is teruggevonden. De lading was verzekerd bij Lloyd's of London, dat de schade uitbetaalde.[3][1]

Levensloop[bewerken]

Op 18 december 1793, na de Franse revolutie, was het een van de zestien schepen die door Franse koningsgezinden in Toulon aan de Britse viceadmiraal Lord Hood werden overgedragen. Onder Engelse vlag werd de naam gewijzigd in H.M.S. Lutine. In Engelse dienst blokkeerde het jarenlang op de Noordzee de toegang tot Amsterdam.

Ondergang bij 't Vlie[bewerken]

In het jaar 1799 vervoerde de Lutine een grote lading goud en zilver ter waarde van bijna een miljoen pond vanuit Engeland naar Hamburg.[3] Als begeleiding van de lading reisde een aantal notabelen mee, onder wie de notaris J. Schabracq uit Londen.[4] In de nacht van 9 op 10 oktober verging het schip in een storm tussen Vlieland en Terschelling en kwamen 269 van de 270 opvarenden om. De enige schipbreukeling die de ramp overleefde, spoelde op het strand aan. De krant Bell's Weekly Messenger meldde op 20 oktober 1799 dat deze overlevende de genoemde notaris was.

Velen van de opvarenden werden begraven "in een kuil achter de Brandaris". Dit is mogelijk het huidige Doodemanskisten.[1] De kapitein en twee officieren spoelden aan op Vlieland en werden naast de kerk op Oost-Vlieland begraven. Een van de kooplieden spoelde aan op Sylt en werd op het kerkhof van Westerland begraven.[1]

Berging[bewerken]

Direct na de ramp werden er pogingen ondernomen de kostbare lading te bergen. Eind november klaagde drost Robbé van Vlieland dat er "dagelijks vaartuigen boven het wrak liggen", waarbij hij in het bijzonder vissersboten uit Urk noemde. De Hollandse Commissie voor Domeinen verklaarde het schip daarom tot oorlogsbuit. Doordat Robbé nu het alleenrecht had, kon hij in rust het schip proberen te bergen. Daarbij maakte hij alsnog gebruik van Terschellinger en Urker vissers. In 1800 kwam de eerste serieuze berging op gang, waarbij touwwerk, een kanon en kogels worden geborgen. Later in hetzelfde jaar werden in totaal dertien staven goud, vijftien staven zilver, 29.248 Spaanse matten en een kistje met munten geborgen. Het jaar erop kwamen nog eens 45 gouden staven, 20 zilveren staven, 12.262 Spaanse matten en 179 gouden dubloenen boven water. De gezamenlijke waarde bedroeg 572.582 gulden.[5] In de winter van 1803 raakte het wrak door zand bedolven en het duurde tot 1814 voordat men weer bij het wrak kon komen. Het lag op vijftien meter diepte, men wist zeventien munten te bergen. Wederom verdween de Lutine onder het zand. Van 1857 tot 1860 werden nog 41 gouden staven, 64 zilveren staven en 15.350 gouden en zilveren munten aan wal gebracht. De totale waarde hiervan wordt op 529.487 gulden geraamd.[6]

De scheepsbel[bewerken]

In 1858 werd de scheepsbel geborgen. Hij woog 53 kilo[7] en had een doorsnede van 44 cm.[1] De inscriptie op de bel is ST. JEAN - 1779. Aangezien de luidklok nu eigendom van Lloyd's was, werd deze opgehangen in de grote hal van de toenmalige vestiging, en later in de drie opvolgende Lloyd's-gebouwen. De bel van de Lutine werd tot circa 1980 eenmaal geluid bij slecht nieuws, en tweemaal bij goed nieuws. Thans is de bel gescheurd.

Landmerk[bewerken]

In 1876 werden landmerken in de vorm van stenen zerken op de eilanden geplaatst om de juiste positie van de Lutine vast te leggen. De steen op Terschelling kreeg de inscriptie Lutine Brandaris en die van Vlieland Lutine Veldkaap.

Nieuwe bergingen[bewerken]

Van 1886 tot 1892 werd met twee schelpenzuigers het zand rond de Lutine weggezogen en het wrak blootgelegd.[8] In 1886 werden 3573 gouden en zilveren munten geborgen. De gezamenlijke waarde bedroeg 8232 gulden.[9] Ook zilveren en gouden voorwerpen, kanonskogels en kanons werden geborgen. Twee kanons werden naar Engeland gebracht en twee naar Makkum. Deze twee werden in 1910 bij Kasteel Amerongen geplaatst. In 1887 en 1888 werd nog voor respectievelijk 2174 en 720 gulden aan munten en voorwerpen geborgen.[10]

Van 1894 tot 1911 zochten de Engelsen naarstig naar meer goud. Bij een paar expedities werden er enkele kogels, nagels, menselijke beenderen en munten geborgen. In 1911 werden ook beide 3900 kg zware boegankers geborgen alsook vijftien kanons. De totale opbrengst hiervan bedroeg 1762,90 gulden.[11] Er werden echter geen staven meer gevonden. Ook een expeditie met de Stortemelk van Rederij Doeksen in 1924–1925 leverde niets op. Van 1928 tot 1933 probeerde Rederij Doeksen samen met Reder Dros wederom naar het wrak te graven. Toen werden slechts enkele Spaanse matten en één gouden munt geborgen.

In 1934 werd een toren van 21 meter hoog boven het wrak geplaatst, het water en zand eruit weggezogen, waarna een gebied van 112 m² kon worden afgezocht. Er werden wrakstukken van eikenhout en een kanon geborgen.

Op 9 juni 1938 werd de zeebodem door de Karimata zorgvuldig afgebaggerd, met slechts een goudstaaf van 3,5 kg als resultaat, alsmede vijf kanons, waarmee kwam vast te staan dat er van de kostbare lading niet veel meer over was. De hele operatie kostte 442.554 gulden, maar de opbrengst was slechts 12.038 gulden.[12]

Ook na de Tweede Wereldoorlog werd er door Kelly Tarlton alsook de tandarts Ane Duijf uit Harlingen nog een enkele poging gewaagd om nog iets te vinden, maar zonder resultaat.

Lloyd's[bewerken]

Er werden door diverse bronnen beschuldigingen geuit dat de waarheid achtergehouden werd, omdat men vreesde dat er koppen zouden rollen als die waarheid bekend zou worden.[13]

Twee gedeelten uit de Lloyd's Act van 1871.

1. Een korte geschiedenis van het verlies en de bergingspogingen van de Lutine wordt beschreven in de inleiding van hoofdstuk 21 van de Lloyd's Act, 1871.
2. Het eigendom van het resterende, niet geborgen goud wordt gelijk verdeeld in twee helften tussen de 'bergers' en de Vereniging van Lloyd's. Het eigendom van Lloyd wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen van de Lloyd's Act, 1871, p. 35.
Aanhalingsteken openen

– And whereas in or about the year 1799 a vessel of war of the Royal Navy, named the Lutine, was wrecked on the coast of Holland with a considerable amount of specie on board, insured by underwriters at Lloyd's, being members of the Society, and others, and Holland being then at war with this country the vessel and cargo were captured, and some years afterwards the King of the Netherlands authorized certain undertakers to attempt the further salvage of the cargo on the conditions (among others) that they should pay all expenses, and that one half of all that should be recovered should belong to them, and that the other half should go to the Government of the Netherlands, and subsequently the King of the Netherlands ceded to King George the Fourth on behalf of the Society of Lloyd's, the share in the cargo which had been so reserved to the Government of the Netherlands: And whereas from time to time operations of salving from the wreck of the Lutine have been carried on, and a portion of the sum recovered, amounting to about twenty-five thousand pounds, is by virtue of the cession aforesaid in the custody or under the control of the Committee for managing the affairs of Lloyd's: [...] And whereas it is expedient that the operations of salving from the wreck of the Lutine be continued, and that provision be made for the application in that behalf, as far as may be requisite, of money that may hereafter be received from those operations, and for the application to public or other purposes of the aforesaid sum of twenty-five thousand pounds, and of the unclaimed residue of money to be hereafter received as aforesaid [...][14]

Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen

– The Society may from time to time do or join in doing all such lawful things as they think expedient with a view to further salving from the wreck of the Lutine, and hold, receive, and apply for that purpose so much of the money to be received by means of salving therefrom as they from time to time think fit, and the nett money produced thereby, and the said sum of twenty-five thousand pounds, shall be applied for purposes connected with shipping or marine insurance, according to a scheme to be prepared by the Society, and confirmed by Order of Her Majesty in Council, on the recommendation of the Board of Trade, after or subject to such public notice to claimants of any part of the money aforesaid to come in, and such investigation of claims, and any such barring of claims not made or not proved, and such reservation of rights (if any), as the Board of Trade think fit.[15]

Aanhalingsteken sluiten

Trivia[bewerken]

  • De Leeuwarder Courant maakte pas melding van de scheepsramp op 13 november 1799.
  • De Vlielandse zangeres Liesbeth List zong een lied over een schip met een kostbare lading dat verging. Uit de tekst van het lied bleek niet over welk schip het ging, maar de titel luidde: Het lied van de Lutine.
  • Harry Scholten ontleende de titel van Voor wie de Lutinebel luidt (Baarn, De Prom, 1982), een bloemlezing van verhalen over de crisisjaren, aan de geborgen scheepsbel.
  • Er is ook een volksverhaal over de La Lutine
  • Bij de ingang van het museum 't Behouden Huys op Terschelling staat een van de kanons van de Lutine.
  • Ter gelegenheid van het 200e herdenkingsjaar werd een collectie van 4 dubloenen uitgegeven, die in 1999 op zowel Terschelling als Vlieland als betaalmiddel geaccepteerd werden. Tevens werden er arrangementen georganiseerd en informatief materiaal over de Lutine geproduceerd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Cornelis Douwes 1980, p. 1279, artikel Hille van Dieren over Queen of Mystly.
De miedbringer juni 1998, p. 8, artikel van Teunis Schol over de Clara Johanna.
Schylge miyn Lântse 1970, #4 p. 2.
Blauwe Wimpel 1979, p. 266.
  • Van der Molen, S.J.: The Lutine Treasure. (1970), ISBN 0-229-97482-1.
  • Terschelling Magazine, 10 jaargang - 1999 #1; ISSN 1387-3075
  • Terschelling Magazine, 10 jaargang - 1999 #2; ISSN 1387-3075
  1. a b c d e f George Visser, In goud gevat (1999) Mr. J. P. Eschauzier; Lutine Stichting
  2. La Lutine betekent in het Frans zoveel als plaaggeest, kwelduivel of uitdager. - In goud gevat (1999) Mr. J.P. Eschauzier; Lutine Stichting
  3. a b De archieven van LLoyd's zijn in 1838 verbrand en daardoor is er geen uitsluitsel te geven over de lading en het verzekerde bedrag. De meningen daarover zijn verdeeld.
  4. Sommige bronnen vermelden John Rogers als enige overlevende. (Terschelling Magazine, 10 jaargang -1992/2; p. 28 Er is nog zicht op het goud van de "Lutine" door Jan Heuff. ISSN 1387-3075)
  5. 260.826 euro
  6. 240.270,72 euro
  7. 106 pond.
  8. De ene schelpenzuiger was de Friesland van de Friese Stoomschelpvisserij uit Makkum en de andere De Tijd van Reder Dros van Texel.
  9. 3735,52 euro
  10. 986,52 euro en 326,72 euro
  11. Circa 800 euro.
  12. 200.822 euro respectievelijk 5462,60 euro
  13. Onder andere Terschelling Magazine van 1999 # 3
  14. Een gedeelte uit "Lloyd's Act, 1871", hoofdstuk 21
  15. Een gedeelte uit "Lloyd's Act, 1871", hoofdstuk 21, p. 35