La bohème (opera)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Io non ho che una povera stanzetta" uit de tweede acte van Ruggero Leoncavallos opera La bohème (1897), gezongen door Enrico Caruso in 1911.
Enrico Caruso en Nellie Melba zingen het duet "O soave fanciulla" uit Giacomo Puccini's opera La bohème. Een opname uit 1907.
Enrico Caruso en Antonio Scotti zingen "O Mimì, tu più non torni" uit de vierde akte van Giacomo Puccini's opera La bohème. Een opname uit 1907.
Colline's aria 'Vecchia zimarra' uit de vierde akte van de opera La bohème van Giacomo Puccini, gezongen door de Russische bas Fjodor Sjaljapin. Hetjaartal van de opname is onbekend
'Adieu de Mimi' uit de opera La bohème van Giacomo Puccini, uitgevoerd door Nellie Melba in 1926.
'Donde lieta usci' uit de opera La bohème van Giacomo Puccini, uitgevoerd door Nellie Melba in 1907.

La bohème is een opera, waarvan twee versies bestaan. De bekendste is de versie van Giacomo Puccini, in vier akten. Het libretto daarvan is geschreven door Luigi Illica en Giuseppe Giacosa. De andere - eerdere - versie is geschreven door Ruggiero Leoncavallo. Beide opera's zijn gebaseerd op de roman Scènes de la vie de bohème uit 1849 van Henri Murger. De opera van Puccini beleefde zijn première op 1 februari 1896 in het Teatro Regio in Turijn. De dirigent was de toen jonge Arturo Toscanini. Het werk betekende een internationale doorbraak voor Puccini. Sinds de succesvolle première neemt de opera een voorname plaats in in het operarepertoire. La rondine is het vervolgverhaal op La bohème en werd ongeveer twintig jaar later gecomponeerd, maar heeft nooit het niveau van zijn voorganger geëvenaard.

Rolverdeling[bewerken]

  • Mimi - sopraan
  • Rodolfo, dichter - tenor
  • Marcello, schilder - bariton
  • Musetta - sopraan
  • Schaunard, musicus - bariton
  • Colline, filosoof - bas
  • Benoit, huismeester - bas
  • Alcindoro - bas
  • Parpignol - tenor
  • Twee wachtposten - bassen
  • Verkoper - tenor
  • Koor

Synopsis[bewerken]

Eerste bedrijf[bewerken]

Een jonge dichter, Rodolfo, woont samen met een schilder, Marcello, een musicus, Schaunard, en een filosoof, Colline, op een etage in de binnenstad van Parijs. Omdat ze geen geld hebben om de verwarming te betalen, wordt het papier waarop Rodolfo een theaterstuk heeft geschreven in het vuur gegooid. Schaunard heeft die dag echter geluk: hij heeft een baan gekregen bij een Engelse edelman. Hij brengt eten en wijn mee. Op dat moment komt Benoit de huur ophalen. Door hem dronken te voeren, weten ze hem weer naar buiten te werken. Het geld wordt gebruikt om naar de kermis te gaan. Alleen Rodolfo blijft achter om te werken. Dan klopt Mimi aan, omdat haar kaars uitgegaan is. Nadat Rodolfo deze weer heeft aangestoken, komt ze weer terug omdat ze haar sleutel vergeten is. Rodolfo vindt de sleutel maar verbergt deze in zijn jaszak, want hij wil dat Mimi nog even blijft. Zij vertellen over elkaar, wie ze zijn en over hun leven (Che gelida manina - Wat een koud handje / Mi chiamano Mimi - Ze noemen me Mimi). Ze worden verliefd en zingen een liefdesduet. (O soave fanciulla - O lief meisje). Samen vertrekken ze naar de kermis waar ze hun vrienden ontmoeten.

Tweede bedrijf[bewerken]

In het Quartier Latin is de kermis in volle gang. Ze zijn in een restaurant en de kinderen zijn met hun ouders in de winkel. De vrienden zijn neergestreken in een restaurant. Musetta, de voormalige vriendin van Marcello, flirt met de rijke Alcindoro om Marcello jaloers te maken (Quando m'en vo). Als Musetta klaagt over haar schoenen, stuurt ze Alcindoro naar de schoenmaker. Musetta en Marcello vallen in elkaars armen. Als de rekening van het eten komt, kunnen de vrienden die niet betalen. Musetta zet alles op rekening van Alcindoro, en de vrienden gaan ervandoor. Als Alcindoro terugkomt en de rekening gepresenteerd krijgt, zakt hij in elkaar op een stoel.

Derde bedrijf[bewerken]

Mimi komt hevig hoestend aan bij de stadspoort om te praten met Marcello, die werk heeft in een herberg bij de poort. Ze vertelt hem over het moeilijke leven met Rodolfo, die haar die avond heeft verlaten. Marcello zegt dat Rodolfo net is aangekomen en in de herberg slaapt. Als Rodolfo wakker wordt en Marcello zoekt, verbergt Mimi zich. Rodolfo zegt eerst dat hij Mimi heeft verlaten uit jaloezie, maar geeft later toe dat hij bang is dat ze een ernstige ziekte heeft, en ze beter af zou zijn bij een rijke minnaar. Als Mimi weer moet hoesten, wordt ze ontdekt door Rodolfo. Na een ruzie leggen ze het weer bij.

Vierde bedrijf[bewerken]

Marcello en Rodolfo zijn weer terug op hun etage. Schaunard en Colline komen met eten aanzetten. Dan komt Musetta en de stervende Mimi. Musetta en Marcello gaan medicijnen kopen van de opbrengst van Musetta's oorbellen, Colline en Schaunard gaan Collines jas verpanden. Mimi en Rodolfo herinneren zich gelukkiger tijden. Als Musetta terugkeert, sterft Mimi.

Bekende aria's[bewerken]

  • Che gelida manina (Rodolfo)
  • Mi chiamano Mimi (Men noemt me Mimi) (Mimi)
  • O soave fanciulla (O lieve maagd) (duet Rodolfo en Mimi)