Laagfrequent geluid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Laagfrequent geluid is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied. Ligt de frequentie nog lager dan spreekt men van infrageluid. Het onderscheid ligt doorgaans bij 4 Hz; laagfrequent geluid is geluid met frequenties in tertsbanden tussen 4 Hz en 100 Hz.

Inhoud

[bewerk] Waarnemingen

De definitie van laagfrequent geluid is enigszins arbitrair, omdat niet alle mensen lage frequenties even goed waarnemen, en omdat laag frequent geluid ook deels wordt gevoeld in plaats van gehoord. Er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan hoge niveaus van laagfrequent geluid stressklachten en slaapstoornissen kan veroorzaken, maar een eenduidige verband is nog niet vastgesteld.

Laagfrequent geluid kan pas waargenomen worden als het geluidsniveau ervan zeer hoog is, vanaf circa 100 dB lineair (dat wil zeggen: zonder de vaak gebruikte A-weging zoals in de dB(A)). De individuele verschillen tussen personen zijn ook hier echter zeer groot, zodat de ene persoon het geluid in het geheel niet hoort, en een ander het als bijzonder hinderlijk ervaart. Tevens maakt dat het constateren van laagfrequent geluid buitengewoon moeilijk. Veel geluidsmeetinstrumenten kunnen geen geluidsbelastingen meten onder circa 40 Hz. Dat is ook nodig voor een microfoon, omdat anders de meting overstuurd zou worden door langzame drukvariaties in de lucht, bijvoorbeeld door wind. De meeste microfoons hebben een speciale drukvereffening hiervoor.

[bewerk] Normen

Sinds 1999 wordt in Nederland een door de Stichting Bouwresearch ontwikkelde richtlijn gehanteerd die is geadopteerd door de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Een pionier op het gebied van laagfrequent geluid in Nederland was de wetenschapswinkel van de Universiteit Groningen. De normen zijn echter niet, zoals bij het "normale geluid", in de Nederlandse geluidswetgeving verwerkt.

[bewerk] Voortplanting

Laagfrequent geluid plant zich zeer goed voort door de lucht. Het wordt door de atmosfeer veel minder geabsorbeerd dan hogere frequenties en het wordt ook via de bodem goed doorgegeven. Ook ramen en muren van woningen houden het laagfrequent geluid veel minder goed tegen dan de hogere frequenties. Dat betekent dat laagfrequent geluid op zeer grote afstand van de geluidsbron waargenomen kan worden. En dat betekent ook dat de bron van het waargenomen geluid soms uitermate moeilijk gevonden kan worden.

[bewerk] Bronnen van laagfrequent geluid

Bronnen van laagfrequent geluid zijn over het algemeen machines die met een laag toerental draaien, zoals grote pompen, of schudmachines voor het verdichten van beton. In principe veroorzaakt elke bron die breedbandig geluid voortbrengt ook laagfrequent geluid. Zo produceren de wielen van een trein rolgeluid in een zeer breed frequentiespectrum. Als een trein door een tunnel rijdt, worden de hoge frequenties door de bodem tegengehouden, maar de lage frequenties planten zich voort en kunnen bijvoorbeeld doordringen tot in gebouwen naast de tunnel.

[bewerk] Planologie

In de planologie wordt meestal rekening gehouden met de geluidsbelasting van normale frequenties, maar blijft laagfrequent geluid buiten beschouwing. In sommige gevallen wordt er echter wel aandacht aan besteed. Zo is bij een nieuwbouwproject in de wijk De Volgerlanden (gemeente Hendrik-Ido-Ambacht) een afstand van 90 meter aangehouden tot de Sophiaspoortunnel, omdat geluid van treinen uit de tunnel mogelijk overlast veroorzaakt.

 
Persoonlijke instellingen