Labadisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean de Labadie

De labadisten vormden in de 17e eeuw een Nederlandse piëtistische godsdienstige sekte. Jean de Labadie was hun inspirator. Hij was een ex-jezuïet, die als predikant van de Waalse kerk van Middelburg streefde naar een zuivere kerk van alleen ware gelovigen. In 1669 werd hij afgezet als predikant en verzamelde vervolgens in Amsterdam een groep aanhangers om zich heen. Zelfs op het hoogtepunt had de stroming minder dan 400 aanhangers. Onder de labadisten was een aantal zeer getalenteerde mensen, zoals Anna Maria van Schurman, Maria Sibylla Merian en Hendrik van Deventer. De Engelse filosoof John Locke bezocht de groep in het Friese Wieuwerd op 22 augustus 1684. Ook de quaker William Penn, de stichter van de Amerikaanse staat Pennsylvania, publiceerde een verslag over zijn bezoek aan de labadisten.

De labadisten zijn enige tijd door Nederland en het Duitse rijk getrokken op zoek naar een vaste verblijfplaats. Uiteindelijk kwamen zij terecht op het landgoed Walthastate in Wieuwerd. In de kelder van de kerk van Wieuwerd zijn enkele mummies bewaard gebleven. Mogelijk zijn daar ook labadisten bij.

Geloofspunten[bewerken]

De labadisten zochten vooral naar de innerlijke aanwezigheid van God in de mens en legden minder nadruk op de Heilige Schrift. Ze leefden allemaal bij elkaar in een gemeenschap en als ze daarvan lid werden, deden ze afstand van al hun bezittingen ten gunste van de groep, zoals in het vroege christendom ook gebeurde. Ze beschouwden de Kerk als een groep gelovigen die vrij van zonde waren herboren. Ze vierden zelden het avondmaal, keurden de kinderdoop af en hadden geen strenge regels over het in acht nemen van de zondagsrust. Een huwelijk met een niet-herborene werd niet als bindend beschouwd.

Verspreiding en teloorgang[bewerken]

De sekte heeft zich aan het einde van de 17e eeuw verspreid. In 1683 trokken leden naar Maryland en naar Suriname waar een plantage, genaamd La Providence werd gesticht. De plantage lag in afzondering, op veertig uur roeien van Paramaribo. De labadisten mochten zich in Suriname vestigen omdat drie ongetrouwde zusters van gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck tot de sekte behoorden. Tot degenen die zich in Suriname vestigden behoorde Maria Sibylla Merian. Zij maakte hier onder andere studie van tropische insecten. De plantage in Suriname hield het niet lang vol. Veel van de nieuwkomers stierven aan malaria. De achterblijvers in Wieuwerd kwamen in de problemen toen Hendrik van Deventer hen verliet. De gemeenschap had financieel het hoofd boven water weten te houden door de inkomsten uit de verkoop van de door hem gemaakte medicijnen. In 1732 kwam er een definitief einde aan de labadistische gemeenschap in Wieuwerd. Het huis Walthastate is later afgebroken.