Labour Party (Verenigd Koninkrijk)
| Labour Party | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Functiehouders | ||||
| Partijleider | Ed Miliband | |||
| Algemene gegevens | ||||
| Opgericht | 27 februari 1900 | |||
| Actief in | Verenigd Koninkrijk | |||
| Hoofdkantoor | 16 Old Queen Street Londen, SW1H 0DL |
|||
| Richting | Centrumlinks | |||
| Ideologie | Sociaaldemocratie, Democratisch Socialisme | |||
| Kleuren | Rood | |||
| Europese fractie | Partij van de Europese Sociaaldemocraten | |||
| Website | www.labour.org.uk | |||
|
||||
De Labour Party (Partij van de Arbeid, Welsh: Y Blaid Lafur) is een centrumlinkse partij in het Verenigd Koninkrijk die zichzelf sociaaldemocratisch noemt. Zij is een van de drie belangrijkste Britse politieke partijen. De sociaaldemocratische ideeën binnen Labour hebben zich zelfstandig, zonder Europese bemoeienis ontwikkeld. Vandaar dat het Engelse socialisme veelal afwijkt van het (West-)Europese.
Inhoud |
Structuur [bewerken]
Labour bestaat uit lokale partijen die een samenwerkingsverband op nationaal niveau hebben (in het Verenigd Koninkrijk noemt men dat 'Constituency Labour Parties'). Verder bestaat Labour uit socialistische verenigingen (socialist societies) en aangesloten vakverenigingen (affiliated trade unions). De bekendste socialistische verenigingen binnen de Labour Party zijn: de Christian Socialist Movement, de Fabian Society en de Independent Labour Party.
De eerste jaren [bewerken]
Labour is opgericht op 27 februari 1900 in de Memorial Hall te Londen tijdens een arbeidersprotest. In eerste instantie was Labour bedoeld als de politieke arm van de vakverenigingen. De eerste leider was James Keir Hardie. Op 15 februari 1906 veranderden de afgevaardigden in het Lagerhuis de naam in "Parliamentary Labour Party". In de eerste jaren diende Labour meer als een protestpartij, en tot 1918 was de partij een conglomeraat van samenwerkende organisaties. Van harmonie tussen de verschillende socialistische verenigingen en vakbonden die de Labour Party vormden, was in de eerste jaren geen sprake. Ook de verschillende kijk op het socialisme van de socialistische verenigingen (theoretisch), vakbonden (praktisch) en individuele Labour-leden droegen niet bij aan de eenheid.
De Britse politiek was aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw verdeeld tussen de intelligentsia, vertegenwoordigd door de Conservative Party, en de afgescheidenen van de Engelse Staatskerk die zich rond het "Wels Methodism" schaarden (dat werd vormgegeven door de Liberal Party). De Liberal Party werd later opgesplitst, waardoor veel kiezers naar Labour overliepen.
Labour vormde zijn eerste (minderheids)regering in 1924, met steun van de liberalen. De premier was Ramsay MacDonald. Negen maanden later kwamen de Conservatieven echter weer aan de macht.
De scheuring onder MacDonald [bewerken]
Na de verkiezingen van mei 1929 werd Labour de grootste partij in het Lagerhuis. MacDonald vormde een tweede regering met steun van de liberalen, maar doordat zij geen meerderheid in het Lagerhuis hadden konden zij niet hun (volledige) programma uitdragen/uitvoeren.
De crisis van 1931 leidde tot een scheuring in de partij. MacDonald en een aantal ministers vormden een alliantie met de conservatieven als "National Government". Het grootste gedeelte van de partij ging in de oppositie onder leiding van George Lansbury en vanaf 1935 Clement Attlee. De ILP onder leiding van James Maxton scheidde zich af in 1932 en nam daarmee een groot gedeelte van de linkse achterban met zich mee.
Terwijl de "National Government" van MacDonald wegslonk tot een klein partijtje, won Labour het grootste gedeelte van zijn electoraat terug. Vervolgens nam de partij deel aan het oorlogskabinet van Winston Churchill.
1945 - 1960 [bewerken]
In juli 1945 won Labour de verkiezingen met 48% van de stemmen en een meerderheid van 146 zetels in het Lagerhuis. (De grootste overwinning tot dan toe). Labour vormde een regering onder Clement Attlee, een van de radicaalste die het Verenigd Koninkrijk tot dan toe had gehad. De oprichting van de uit belastinggeld betaalde National Health Service is een van haar grootste daden. Attlees regering raakte echter verdeeld, onder meer over het budget voor defensie. In 1951 verloren zij de macht aan de conservatieven.
In de jaren 50 en begin jaren 60 was de Labour-partij verdeeld tussen de gematigde voorstanders van modernisering onder leiding van Hugh Gaitskell en de socialistische (deels marxistische) stroming in de partij. Hierdoor bleef de partij 13 jaar in de oppositie.
Begin jaren 60 raakten de conservatieven verwikkeld in een reeks schandalen, waaronder de Profumo-affaire, waardoor hun populariteit beschadigd werd. Ook werden zij gezien als een partij die geen oog meer had voor het veranderen van het land. Bovendien stortte de economie in. Mede hierdoor kwam Labour tussen 1964 en 1974 weer aan de macht. De Labour-regering in de jaren zestig voerde enkele belangrijke sociale hervormingen door zoals de wetten over abortus, legalisering van homoseksualiteit en afschaffing van de doodstraf. In 1970 verloor Labour de verkiezingen, in februari 1974 haalde noch de Conservatieve partij noch Labour een meerderheid, maar in oktober 1974 won Labour alsnog met een kleine meerderheid.
De jaren 1970s [bewerken]
De jaren zeventig bleken een moeilijke tijd om te regeren. De economie zat in het slop, waardoor de Labour-regering genoodzaakt was om een lening te vragen bij de Wereldbank. Ook speelden er in de jaren zeventig vele industriële problemen en braken er veelvuldig stakingen uit. De nauwe banden die de regering (vanuit het verleden) had met de vakbonden kostte Labour uiteindelijk de macht.
In 1976 trad Wilson af als premier en partijleider. Hij werd opgevolgd door James Callaghan. In 1979 werd Labour wederom verslagen door de conservatieven, die ditmaal geleid werden door Margaret Thatcher.
Labour in het Thatcher-tijdperk [bewerken]
Na de verkiezingsnederlaag van 1979 ontstond er binnen Labour weer rivaliteit tussen links (geleid door Michael Foot en Tony Benn), en rechts (geleid door Denis Healey). Dit leidde uiteindelijk tot een scheuring. Een gedeelte van de aanhang ging onder leiding van Roy Jenkins verder als de Social Democratic Party. De SDP vormde een alliantie met de liberalen. Deze alliantie is zeer populair geweest.
Doordat het grootste gedeelte van de rechtse achterban was weggelopen door de scheuring, schoof Labour steeds meer op naar links. Hierdoor, en door de populariteit van Thatcher (mede als gevolg van de gewonnen Falklandoorlog) leed Labour in 1983 een van haar grootste nederlagen ooit. Michael Foot werd nu vervangen door Neil Kinnock, die na de nederlaag in 1992 op zijn beurt vervangen werd door John Smith.
New Labour [bewerken]
Na de dood van John Smith in 1994 werd Tony Blair de nieuwe leider van de Labour Party. De partij wijzigde haar naam in "New Labour". In 1997 won de partij de verkiezingen met een grote meerderheid. Ook in 2001 en 2005 won Labour, en zo kon Tony Blair drie keer premier worden van het Verenigd Koninkrijk, een unicum voor Labour.
Huidige toestand [bewerken]
Sinds 24 juni respectievelijk 27 juni 2007 tot 11 mei 2010 was Gordon Brown partijleider van de Labour Party en premier van het Verenigd Koninkrijk. Na de verloren parlementsverkiezingen legde Brown zijn functie neer. Op 25 september 2010 kozen de leden van de Labour Party Ed Miliband als nieuwe partijleider.
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Labour Party (UK) van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Politieke partijen in het Verenigd Koninkrijk | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
||||||||
