Lachduif

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lachduif
Lachduif.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Columbiformes (Duifachtigen)
Familie: Columbidae (Duiven en tortels)
Geslacht: Streptopelia
Soort
Streptopelia risoria
(Linnaeus, 1758)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De lachduif (Streptopelia risoria, ook S. roseogrisea forma `risoria`) is een gedomesticeerde vogel. De oorspronkelijke vorm is de izabeltortel (Streptopelia risoria) uit Noord-Afrika. Omdat de vogel al duizenden jaren als siervogel wordt gehouden, is de afkomst niet 100% zeker. De lachduif hybridiseert gemakkelijk met de Turkse tortel (Streptopelia decaocto).

Beschrijving[bewerken]

Het is een duif met een grootte van 23 centimeter, met de staart erbij ongeveer 30 centimeter. Het verschil tussen man en vrouw is niet eenvoudig te zien. De mannetjes baltsen tijdens de kweekperiode.

Lachduiven worden vooral gehouden in liefhebberskringen. Ze hebben doorgaans geen problemen met andere vogels. Het is echter wel raadzaam om één paartje te huisvesten per volière, omdat de mannetjes tijdens de broedperiode wel agressiever zijn. Ze kunnen zowel binnen als buiten gehouden worden, maar de volière moet langer dan hoog zijn, omdat de vogels graag vliegen.

Er zijn in de loop der jaren verschillende varianten gekweekt zoals de phaeo, de perzikkop, roodbruine varianten en effen witte exemplaren, bonte en isabels. Er bestaat ook een gefriseerde lachduif en ook een met zijdeachtige veren. Lachduiven kunnen vrij oud worden, bij goede condities is 25 tot 30 jaar normaal.

Voedsel[bewerken]

Lachduiven eten een mengsel van (tortel)duivenvoer aangevuld met een mengsel voor kleine tropische vogels. Af en toe wat groenvoer zoals muur lusten ze graag. Vers drinkwater moet vanzelfsprekend altijd aanwezig zijn.

Bijzondere eigenschappen[bewerken]

Ze produceren een karakteristiek geluid. Ook nemen ze graag een zandbad om hun veren te fatsoeneren.

Kweek[bewerken]

Lachduiven zijn goede kwekers en worden daarom vaak gebruikt als broeders voor duiven die minder goed broeden. Ze staan ook bekend om hun pleegouderschap en accepteren probleemloos andere duiven. Ze leggen 2 eitjes die beurtelings door de duivin ('s nachts) en doffer (overdag) worden bebroed. Het broeden zelf duurt circa 2 weken, na 3 weken vliegen de jongen uit en daarna zijn ze nog een tijdje afhankelijk van hun ouders. Dan kan men ze apart plaatsen. Meestal zijn de ouderdieren dan al bezig met een volgend legsel.