Lafarge (bedrijf)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lafarge
Beurs Euronext: LG
Oprichting 1833
Oprichter(s) Léon Pavin de Lafarge
Sleutelfiguren Bruno Lafont, Chief Executive Officer
Hoofdkantoor Parijs, Frankrijk
Werknemers 64.000 (2013)
Producten Bouwmaterialen
Industrie Bouwindustrie
Omzet 15.198 miljoen (2013)
Winst € 601 miljoen (2013)
Marktkapitalisatie € 15,7 miljard (31 dec 2013)
Website lafarge.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
Cementmixer van Lafarge in Frankrijk
Cementzakken van Lafarge

Lafarge is de naam van een in Frankrijk gevestigd internationaal concern dat gips, gipsproducten, cement, beton, toeslagmateriaal en andere bouwmaterialen vervaardigt en verwerkt. Het is de belangrijkste producent van cement in de wereld. Eind 2012 had Lafarge wereldwijd 124 cementfabrieken en 1.438 betoncentrales.[1] Lafarge is beursgenoteerd aan de NYSE Euronext Parijs en maakt deel uit van de beursindices Euronext 100 en CAC 40.

Plâtreries de Vaucluse[bewerken]

In Frankrijk, waar diverse afzettingen van het minerale gips (CaSO4·2H2O) aanwezig zijn, werd het vanaf de Middeleeuwen na branden, waarbij het demi-hydraat ontstond, toegepast in gipspleister. In het begin van de 19e eeuw bestonden er in de Provence tal van kleinschalige gipsgroeven. Omstreeks 1840 nam ene mr. De la Boissière, eigenaar van een gipsgroeve, een ingenieur in dienst, Théodore Poulet genaamd. Deze verbeterde in 1848 de gipsovens zodanig dat ze in continubedrijf konden werken en steenkool in plaats van hout als brandstof gebruikten. Ook andere verbeteringen werden doorgevoerd en in 1854 nam Poulet het bedrijf over. Het heette sindsdien: Théodore Poulet & Cie.. Deze verkocht pleister onder de naam: La Parisienne. In 1882 stierf Théodore en zijn neef, Ernest Poulet, nam het bedrijf over. Heel veel pleister werd gebruikt bij de grootscheepse aanleg van spoorwegen in de Provence. In 1904 werd het bedrijf omgezet in een NV: SA Plâtreries de Vaucluse. Dit bedrijf kocht een aantal verwante firma's op. In 1905 werd verordonneerd om een studie uit te voeren teneinde de dierlijke krachtbron af te schaffen. In 1907 werd het hoofdkantoor gevestigd in L'Isle-sur-la-Sorgue. Omstreeks deze tijd werd ook de elektrificatie doorgevoerd. Verdere overnames volgden, waaronder de Poutet Frères in de omgeving van Marseille in 1926, waarmee het aantal vestigingen op 10 kwam.

In 1930 waren er ernstige problemen bij het in werking stellen van een fabriek in Carpentras. De Grote Depressie van de jaren '30 van de 20e eeuw noopte de fabriek tot sluiting in 1933. Om enigszins te kunnen overleden werd door de Provençaalse gipsindustrie het Comptoir des plâtres du Midi opgericht. De gipsindustrie raakte in een depressie, tot in de jaren '50 van de 20e eeuw de gipsplaat werd uitgevonden in de Verenigde Staten en in toenemende mate toegepast. In de jaren '50 van de 20e eeuw vond een opleving plaats.

Lafarge[bewerken]

Villeneuve-lès-Maguelone, Hérault 05.jpg

In 1830 begon Auguste Pavin de Lafarge met de exploitatie van een kalksteengroeve in de plaats Le Teil. Hier werden enkele kalkovens gebouwd. In 1833 nam diens zoon, Léon Pavin de Lafarge, het bedrijf over en breidde het uit. Niettemin liepen de zaken niet goed en in 1839 werd de zaak overgenomen door Léons jongere broer, Édouard Lafarge. Geleidelijk aan gingen de zaken beter, mede door de gunstige eigenschappen van de gedolven kalksteen, welke uithardde in water. Deze bleek zeer geschikt voor de wegenbouw. De markt groeide en er kwam een order voor 120 kton kalksteen om de pieren te Port Said aan te leggen, die de ingang van het Suezkanaal moesten markeren.

Vervolgens ging het bedrijf zich ook met de cementproductie bezighouden. Haar specialiteit werd een witte cement, die een laag ijzergehalte bevatte. Het bedrijf groeide sterk. De naam werd: Chaux et Ciments de Lafarge et du Teil.

In 1931 nam Lafarge de Gypses et Plâtres de France (GPF) over, die een gipsgroeve in Saint-Pierre-les-Martigues bezat. Hiermee begaf Lafarge zich in de gipsindustrie. Gips werd verkocht met de merken: Éléphant blanc en Ours blanc. Deze gingen de concurrentieslag aan met het merk La Parisienne van Plâtreries de Vaucluse.

Na de Tweede Wereldoorlog volgde de wederopbouw. Lafarge was voornamelijk geïnteresseerd in de cementfabricage, zo werd in 1957 de naam veranderd in: Ciments Lafarge. In 1958 werd Sacna, een fabrikant van papieren zakken, overgenomen. Omstreeks 1960 begon echter de fabricage van geprefabriceerde gipsproducten van belang te worden, waaronder gipsplaat. Bovendien moesten tijdens de wederopbouw vele bouwprojecten uitgevoerd worden. Voorts begaf GPF zich in de richting van zuidwest-Frankrijk, zoals de overname van Plâtrières de l'Isère in 1960. Ook werd in dat jaar de Plâtrières de Tarascon-sur-Ariège overgenomen. In 1961 werd een nieuwe fabriek in Carresse gebouwd en in 1963 was GPF goed voor 75 kton gipspleister, een kwart van de Franse markt. In 1964 werd SIPEP, een fabriek voor geprefabriceerde gipsproducten, opgericht. In 1964 werd, samen met het Amerikaanse National Gypsum, de Société française des plaques de plâtre (SFPP) opgericht en in 1967 startte te Carpentras de productie van gipsplaat. De SFPP werd in 1972 omgedoopt in Prégypan en in 1973 splitste Lafarge Ciments zich van Lafarge af. In 1973 werd een nieuwe gipsplaatfabriek te Auneuil geopend. In 1974 werd een productie van 16,7 miljoen m2 gipsplaat bereikt.

Fusie[bewerken]

Verdere fusies en overnames volgden. De belangrijkste was in 1972, toen GPF en Plâtrières de Vaucluse fuseerden. Het resultaat was de oprichting van Plâtrières de France (PF). In 1975 werd de Société des plâtres de Gagny Romainville Mériel et Neuilly-Plaisance (GRM) overgenomen. Deze was in 1967 ontstaan door fusies van gipsproducenten, waaronder Mussat & Binot, in het Bekken van Parijs. Een volgende overname was de gipsblokkenfabrikant Le Plâtre Préfabriqué, opgericht in 1965 te Pouillon en overgenomen in 1976. De productie nam toe tot 1.100 kton in 1978.

In 1981 werd Plâtres de France opgericht, en in 1983 ging men thermische isolatiepanelen produceren. Hierbij werd gipsplaat en polystyreenschuim samengevoegd. Na nog enkele overnames ontstond Lafarge Plâtres in 1995. Ook papier was nodig om de gipsplaat af te dekken.

Vanaf 1977 werd ook internationaal uitgebreid. Vanaf 1977 in Spanje, in 1982 in Engeland, in 1986 in Italië, in 1988 in Australië, en daarna in Duitsland en in tal van andere landen. In 2001 kwam men op de Belgische en Luxemburgse markt.

Fusie met Holcim[bewerken]

In april 2014 kondigden Lafarge en het Zwitserse Holcim aan te willen fuseren.[2] Door het samengaan ontstaat één van de grootste bouwtoeleveranciers ter wereld, met een omzet van ruim 30 miljard euro.[2] De combinatie zal verder gaan onder de naam LafargeHolcim. De fusie zal meer dan 1,4 miljard euro aan synergievoordelen gaan opleveren.[2] De fusie moet worden uitgevoerd via een uitruil van aandelen. In de praktijk gaat Holcim een openbaar overnamebod uitbrengen op alle aandelen Lafarge en Holcim betaalt hiervoor in eigen aandelen. Lafarge behaalde in 2013 een omzet van 15,8 miljard euro in 64 landen. Holcim heeft een iets hogere omzet van 16,1 miljard euro met activiteiten in 70 landen. Samen stellen de twee 136.000 mensen tewerk. De transactie moet nog worden goedgekeurd door aandeelhouders en toezichthouders in diverse landen. De twee hebben al aangegeven voor 5 miljard euro aan onderdelen te willen verkopen om de mededingingsautoriteiten gunstig te stemmen.[2] De transactie zal in het eerste halfjaar van 2015 worden afgerond.

Lafarge in de Benelux[bewerken]

In Nederland is Lafarge actief in Geertruidenberg, waar zich de firma Gyvlon bevindt die rookgasontzwavelingsgips fabriceert. In Farmsum bevindt zich Lafarge Gips, een verkooporganisatie voor bouwmaterialen.

In België bevindt zich Lafarge Gypsum te Kortrijk.

Externe bron[bewerken]

  • Félix Torres et al., A History of Lafarge Gypsum, Jean-Pierre de Monza (uitgever)

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bron: NYSE Euronext
  2. a b c d (en) Reuters Holcim, Lafarge agree to merger to create cement giant, 7 april 2014, geraadpleegd op 8 april 2014