Lamoraal van Egmont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lamoraal I
1522 - 1568
Graf Egmont.jpg
Prins van Gavere
Periode 1553 - 1568
Voorganger -
Opvolger Filips
Graaf van Egmont
Periode 1541 - 1568
Voorganger Karel I
Opvolger Filips
Heer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam
Periode 1541 - 1568
Voorganger Karel I
Opvolger Filips
Stadhouder van Vlaanderen en Artesië
Periode 1559 - 1568
Voorganger Pontus van Lalaing
Opvolger Jan van Croÿ (Vlaanderen, 1572)
Ferdinand van Lannoy (Artesië, 1571)
Vader Jan IV van Egmont
Moeder Françoise van Luxemburg
Dynastie Egmont

Lamoraal I van Gavere, graaf van Egmont (ook: Egmond) (Elzele, 18 november 1522 - Brussel, 5 juni 1568) was een generaal en staatsman in de Zeventien Provinciën vlak voor het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Levensloop[bewerken]

Lamoraal werd geboren op het kasteel Lahamaide in Henegouwen. Hij was de vierde graaf van Egmont, elfde vrijheer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam, heer van Hoog- en Aartswoud(e), Baer, Fiennes, Zottegem, Armentières en Auxy en (sinds 1553) de eerste prins van Gavere. Hij stamde uit een van de rijkste en invloedrijkste families in de Nederlanden, voortgekomen uit de 'advocati' (= voogden) van de abdij van Egmond, die nabij het kasteel stond.

Hij was de zoon van Jan IV van Egmont en Françoise van Luxemburg. In 1528 overleed zijn vader. Al tijdens zijn jeugd kreeg hij een militaire opleiding in Spanje.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Aan het eind van de 3e Gelderse successieoorlog, in 1543, verwoestte een Habsburge strijdmacht onder leiding van Lamoraal van Egmont de toen Gelderse en nu Duitse stad Düren. Door de stad in brand te laten steken en inwoners voor een belangrijk deel te laten vermoorden stelde hij een voorbeeld. Hij was in zoverre succesvol dat de andere Gelderse steden zich overgaven en er zo een einde aan deze oorlog kwam.

Hij huwde op 8 mei 1544 met Sabina van Beieren (1528-1578), dochter van Johan II van Palts-Simmern en Beatrix van Baden, waarmee hij zijn rijkdom nog verder vergrootte. Met Sabina kreeg hij 12 kinderen. Zijn jongste kind heeft hij nooit gezien; toen dat geboren werd, zat hij al opgesloten en alle brieven werden ongeopend teruggestuurd.

Egmont was sinds 1544 ridder van het Gulden Vlies. Hij nam dienst in het Spaanse leger en versloeg de Fransen achtereenvolgens in Saint-Quentin (1557) en Grevelingen (1558). Na deze veldslagen stond hij in zo’n hoog aanzien bij de Spaanse koning, dat hij namens de koning naar Engeland vertrok om de hand van koningin Elizabeth I van Engeland te vragen voor Filips II. Als beloning voor zijn trouw werd Egmont in 1559 benoemd tot stadhouder van de graafschappen Vlaanderen en Artesië.

Als edelman maakte Egmont deel uit van de Raad van State. Samen met Willem van Oranje en de graaf van Horne (Driemanschap of Ligue der Groten, 1562) verzette hij zich tegen kardinaal Antoine Perrenot Granvelle, bisschop van Atrecht, die de inquisitie invoerde in Vlaanderen. In een brief aan Filips II (11 maart 1563) bood het Driemanschap hun ontslag aan als Granvelle niet zou vertrekken. Na het vertrek van Granvelle in 1564 verzoende Egmont zich opnieuw met de koning. Op aandringen van de Raad van State vertrok Egmont in 1565 naar Spanje om Filips II de verlangens van de hoge adel over te brengen (Brieven uit het bos van Segovia). Tevens lichtte hij, samen met de graaf van Megen, de landvoogdes Margaretha in over het Eedverbond der Edelen.

Opstand[bewerken]

Origineel, gietijzeren standbeeld van Egmont
Bronzen kopie op de markt van Zottegem
Wapen van Lamoraal van Egmont

Kort daarna brak de Beeldenstorm (10 augustus 1566) uit en werd het verzet tegen de Spaanse overheersing in de Nederlanden groter. Als overtuigd katholiek keurde Egmont de Beeldenstorm ten zeerste af en hij zwoer andermaal trouw aan de Spaanse koning.

Na de Beeldenstorm stuurde Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Willem van Oranje ontvluchtte hierop Brussel; Egmont en Horne besloten niet te vluchten. Vrijwel direct na zijn aankomst liet Alva de graaf van Egmont, zijn secretaris Jan van Casembroot en de graaf van Horne onder een vals voorwendsel - Alva had een overleg aangekondigd om bij een maaltijd over de situatie te praten - arresteren (9 september 1567). Direct na hun arrestatie werden ze naar Gent overgebracht en in het kasteel opgesloten.

Egmont beriep zich vruchteloos op zijn voorrechten als ridder van de Orde van het Gulden Vlies. Ondanks de vele pogingen om zijn onschuld te bewijzen, werd hij wegens hoogverraad in december voor de Raad van Beroerten gebracht. Hoewel Egmont tot het einde toe katholiek bleef en trouw bleef aan de Spaanse koning, werd hij samen met Van Horne op last van Alva ter dood veroordeeld.

Willem van Oranje trok zijn lessen uit de situatie en werd als Willem de Zwijger de spil van het verzet tegen de koning. Toenadering kwam er met de Unie van Brussel, maar toen de Franstalige gewesten zich min of meer achter de koning schaarden met de Unie van Atrecht ten koste van de eenheid van de Nederlanden (waarbij de Nederlandstalige Nederlanden zich verenigden in de Unie van Utrecht), was het hek van de dam, en koos het verzet rond Willem van Oranje voor een oplossing buiten de Spaanse context: de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Egmont en Horne werden in 1567 en 1568 opgesloten in het Spanjaardenkasteel te Gent. Op 5 juni 1568 werden de edellieden op de Grote Markt van Brussel onthoofd. Hun dood leidde tot grote protesten in de Nederlanden en heeft bijgedragen aan het openlijke verzet tegen de Spanjaarden.

Het gebalsemde lichaam van de graaf van Egmont ligt, samen met zijn vrouw Sabina (overl. 1578), begraven in de crypte van de Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming kerk te Zottegem. De harten van zijn oudere broer Karel († 1541) en hun oudste zoon Filips († 1590) liggen met zijn hart in een bronzen koffer.

Het standbeeld van beide graven staat op de Zavel in Brussel. Op de markt van Zottegem staat een bronzen standbeeld van Lamoraal van Egmont. Het is een kopie van originele gietijzeren beeld dat in 1968 naar het Egmontpark verhuisde.

Egmont was tevens een tijdlang eigenaar van het kasteel van Gaasbeek (1565 - 1568). In Zottegem is het sterk verbouwde, eertijds omgrachte Egmontkasteel sinds 1964 een beschermd monument. Het gebouw doet nu dienst als openbare bibliotheek en in de ridderzaal worden burgerlijke huwelijksceremonies voltrokken.

Titels[bewerken]

In 1555 werden de hoge edelen van Holland vergeleken op hun heerlijkheden waarbij Egmont er 12 had (Nassau had er 18). Een echte opwaardering kwam erbij toen de graaf via zijn moeder het prinsdom Gavere in handen kreeg, sindsdien was hij én graaf én prins.

Hieronder een lijst met titels van Lamoraal van Egmont.

  • Prins van Gavere
  • Graaf van Egmont
  • Vrijheer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam
  • Vrijheer van Ameland
  • Heer van Hoog- en Aartswoud(e)
  • Heer van Baer
  • Heer van Fiennes
  • Heer van Zottegem
  • Heer van Lahamaide
  • Heer van Dondes
  • Heer van Armentières
  • Heer van Auxy

Literatuur[bewerken]

  • 2005, De bastaard van Brussel - Simone van der Vlugt (roman: hij is de vader van het hoofdpersonage)
  • 1968, Lamoraal van Egmont in de geschiedenis, literatuur, beeldende kunst en legende - H. van Nuffel
  • 1961, Lamoraal van Egmond - P.B. de Troeyer
  • 1943, Lamoral d'Egmont 1523-1568 - R. Avermaete

Beijerland[bewerken]

In 1557 was Egmont begonnen met de bedijking van het gebied aan de Oude Maas, dat naar zijn vrouw, Sabina van Beieren, Beierland werd genoemd.

Trivia[bewerken]

  • Toen Willem de Zwijger voor Alva vluchtte, nam Egmont volgens de overlevering afscheid met de woorden "Vaarwel, Prins zonder land". Oranje antwoordde: "Vaarwel, Graaf zonder hoofd." Deze overlevering is vermoedelijk afkomstig van Charles de Coster, de woorden komen voor in de Uilenspiegel.
  • Hij is vereeuwigd in een toneelstuk door Goethe (genaamd Egmont, 1788). Beethoven schreef toneelmuziek bij dit drama (1810), waarvan de 'Egmont-ouverture' nog vaak gespeeld wordt.

Externe link[bewerken]