Lan Xang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
ລ້ານຊ້າງ
 Khmer-rijk 1354 – 1707 Koninkrijk Luang Phrabang 
Koninkrijk Vientiane 
Koninkrijk Champasak 
Kaart
1400, Lan Xang in groen-blauw
1400, Lan Xang in groen-blauw
Algemene gegevens
Hoofdstad Luang Prabang, later Vientiane
Talen Laotiaans
Religie(s) Boeddhisme

Lan Xang (Land van een Miljoen Olifanten) is de naam van een oud koninkrijk dat op zijn hoogtepunt het gebied van het moderne Laos, het grootste deel van noordoost-Thailand, noordelijke delen van Cambodja en grensgebieden waaronder Điện Biên Phủ in Vietnam besloeg. Het koninkrijk Lan Xang was eerst een vazal van het Khmer-rijk onder de naam Sawa. Op inscripties uit dit begintijdperk refereren de mensen aan zichzelf als Thai. De meeste Laotianen beschouwen Lan Xang echter als de eerste vorm van de moderne staat Laos.

De naam Lan Xang werd voor het eerst gegeven in 1353.

Fa Ngum, de eerste koning[bewerken]

Koning Fa Ngum was de eerste koning van dit koninkrijk. Hij was een prins van het koninklijk huis van Muang Sawa, een van de oude koninkrijkjes in het midden van de Mekong vallei. Hij werd uit Muang Sawa verbannen en kwam terecht aan het hof van de Khmer koningen. In de 14e eeuw veroverde hij, geholpen door de Khmer, onder andere de stad Wieng Chan (Vientiane) op het koninkrijk Lanna, en riep zichzelf uit tot koning van Lan Xang. Hij vestigde de hoofdstad in Luang Prabang (zie ook Muang Sawa). Hij was een oorlogszuchtig man. Tijdens zijn bewind breidde het koninkrijk zich uit tot het grondgebied van het huidige Laos, tot aan de grens van Champa in het Oosten, en een groot gedeelte van het noordoosten van Thailand (Isaan) in het Zuiden. Hij voerde het Theravada-boeddhisme in als staatsreligie. Als dank werd hem de Pha Bang geschonken door de Khmers.

Phaya Samsenthai, vrede en stabiliteit[bewerken]

In 1373 werd hij door zijn landgenoten, die moe waren van zijn oorlogszuchtige bewind, verbannen. Zijn opvolger was zijn zoon Phaya Samsenthai (heerser over 300.000 Thais). Samsenthai bouwde het land bestuurlijk goed op. Hij bouwde tempels, stichtte scholen en bracht vrede over het land. Ook begon hij handel met het koninkrijk Ayutthaya naar het zuiden. Een lange periode van vrede met de buurlanden was hiermee aangebroken. Wel brak na de dood van Phaya Samsenthai in 1416 een periode van interne machtsstrijd aan. Deze duurde ongeveer 100 jaar, in welke tijd maar liefst 12 koningen elkaar opvolgden, van wie sommigen slechts een jaar zouden heersen.

Oorlog met Vietnam[bewerken]

In het jaar 1477 vond een Vietnamese invasie plaats, waarbij de stad Luang Prabang door de Vietnamezen werd veroverd. Koning Sao Tia Kaphat ontvluchtte daarop het land. Het was zijn oudste overlevende zoon, Souvanna Banlang, die de troepen hergroepeerde en het land vervolgens bevrijdde. De Vietnamezen leden daarbij een dermate grote nederlaag, dat zij in de hieropvolgende twee eeuwen Lan Xang niet meer zouden aanvallen.

Photisarat I en zijn zoon[bewerken]

Hierna brak er weer een periode van rust aan, die tot 1520 zou duren. Toen kwam koning Photisarat I aan de macht. Hij besloot zich te bemoeien met de oorlogen tussen Lanna en Ayutthaya. Nadat in 1543 de laatste koning van Lanna kinderloos was gestorven, eiste Photisarat, wiens moeder ook een prinses van Lanna was, de troon van Lanna op voor zijn zoon Sai Setthathirat I. Echter, Ayutthaya en een Shan-prins genaamd Mekuti claimden de troon eveneens. De edelen van Lanna nodigden Sai Setthathirat I uit voor de troon, maar dit was van korte duur omdat Photisarat 13 maanden later stierf, waarop zijn zoon terug moest keren naar Luang Prabang. Sai Setthathirat verplaatste in 1560 de hoofdstad naar Vientiane vanwege de dreiging door Birmese troepen. Door de terugkeer van koning Sai Setthathirat naar Luang Prabang begonnen de twisten om de troon van Lanna tussen Shan, Ayutthaya en Lan Xang opnieuw. Uiteindelijk zou Birma hiervan profiteren.

Bij zijn terugkeer uit Lanna nam Sai Setthatirat I onder andere de Pha Kaew (Boeddha van smaragd) met zich mee. Dit was het Lanna-equivalent van de Pha Bang van Lan Xang. Hij bouwde de Wat Pha Kaew in Vientiane om de Boeddha te huisvesten. Ondanks de kracht van Lan Xang was het nooit in staat om de berggebieden van Laos compleet te beheersen. Veel bergvolken, alsmede staten als Xhieng Khuang en Sam Neua, bleven dan ook onafhankelijk. Dit werd koning Sai Setthatirat I fataal. Hij verdween in 1571 tijdens een campagne in het zuiden tegen Cambodja.

Interne twisten en oorlogen met Birma[bewerken]

In de daaropvolgende 60 jaar tot aan de komst van koning Sulinya Vongsa werd Lan Xang verscheurd door interne twisten en een Birmese bezetting. Tussen 1574 en 1578 werd Lan Xang een vazalstaat van Birma, rond 1603 stopte Lan Xang met het betalen van tribuut aan Birma.

Sulinya Vongsa, een laatste gouden eeuw[bewerken]

De komst van koning Sulinya Vongsa leidde een Gouden Eeuw in. Hij breidde de macht van Lan Xang verder uit dan welke koning dan ook. Ook was hij met 57 jaar op de troon de langst heersende koning van Lan Xang.

Splitsing van Lan Xang[bewerken]

Na de dood van Koning Sulinya Vongsa in 1694 viel Lan Xang uit elkaar door interne twisten. Een neef van de koning wist de troon te veroveren met behulp van de Vietnamese keizer Chinh Hoa. Hierdoor werd Lan Xang een vazalstaat. Andere leden van het koninklijk huis weigerden dit echter te accepteren en stichtten in 1707 twee nieuwe koninkrijken:

In 1713 verklaarde ook het zuidelijke Champassak zich onafhankelijk:

Zie ook[bewerken]

de lijst met de koningen van Sawa
de lijst met Lan Xangs koningen
de lijst met Luang Prabangs koningen
de lijst met Vientianes koningen
de lijst met Champassaks koningen

Bronnen en achtergrond[bewerken]

De geschiedenis van dit oude koninkrijk is moeilijk te beschrijven. De reden hiervan is tweeledig: slechts weinig van de werken die dit koninkrijk beschrijven zijn overgeleverd, en veel van deze bronnen zijn tot op heden onvertaald gebleven. De oudste Westerse bronnen dateren uit het einde van de 16e eeuw. Daarna volgt een gat tot het moment waarop de Fransen in Laos arriveerden aan het einde van de 18e eeuw. De oudste bronnen van Lan Xang-zijde zijn de kronieken, die voor het eerst verschenen in 1422 en geschreven waren door de toenmalige prins Kong Kham, en de kronieken geschreven door koning Souvanna Banlang in 1479. Later zijn deze werken opnieuw gepubliceerd en uitgebreid door koning Visunarat in 1503 in de tekst nithan Khun Borom. Deze tekst begon met de stichting door Khun Borom van de eerste Laos/Thai-koninkrijken in de 8e eeuw en eindigde met het begin van het bewind van koning Visunarat. Latere koningen hebben dit werk uitgebreid en herschreven. Het gevolg hiervan is dat er zestien versies bestaan van de nithan Khun Borom, die allemaal op een aantal punten van elkaar afwijken. Soms zijn er zelfs hele koningen verdwenen uit de geschiedenis. Naast deze bronnen zijn er ook de bronnen van het koninkrijk Xhieng Khuang, die grotendeels verloren zijn gegaan in de geheime oorlog in Laos in de 60'er en 70'er jaren. Ook geschriften van de keizers van China en Vietnam verschaffen informatie en zijn van belang bij de verificatie van bepaalde data. De data die genoemd zijn kunnen soms met een jaar afwijken (plus of min) ten opzichte van andere werken. De informatie zoals die in deze geschiedenis beschreven is en in die van de lijst met Lan Xangs koningen, is samengesteld uit diverse boeken en studies, waaronder de drie belangrijkste:

  • The Lao kingdom of Lan Xang: Rise and decline (Martin Stuart - Fox, White Lotus press, 1998, ISBN 974-8434-33-8)
  • History of Laos (M.L. Manich Jumsai, Chalermnit, 2000)
  • Breaking new ground on Laos history (diverse auteurs, Silkworm books, 2002, ISBN 974-7551-93-4)

Ook informatie uit een aantal manuscripten van de Siam historical society aan Asoke in Bangkok is gebruikt bij het samenstellen hiervan. De laatste jaren is er een hernieuwde interesse ontstaan in de geschiedenis van Laos en hierdoor worden er steeds meer manuscripten vertaald en oude opnieuw geïnterpreteerd. Hierdoor is deze geschiedenis van Lan Xang een werk in progressie.